Noord-Ierse protestanten 'verraden'

Noord-Ierse protestanten in verpauperde wijken voelen zich in de steek gelaten door hun leiders, die blijven ruziën. Ex-paramilitairen proberen het tij te keren....

Van onze correspondent Gert-Jan van Teeffelen

BELFAST Uzi’s, AK-47’s, of een 9 millimeter Beretta: Sam Uttley zou ze nog steeds ‘met de ogen dicht’ uit elkaar kunnen halen, schoonmaken, en weer gevechtsklaar maken. En desnoods gebruiken. Uttley (34) ziet eruit als zoveel werkloze jongemannen die doelloos over straat lopen in het grauwe Belfast – kortgeknipt haar, trainingspak, sportschoenen.

Nadat zijn argwaan is overwonnen (‘Ik zag je al van verre aankomen op de stoep; wij zijn hier nog steeds zeer alert op vreemdelingen’) blijkt hij joviaal en beleefd. Maar achter de façade schuilt ook een keihard verleden. Uttley is een van de duizenden ex-paramilitairen in de Noord-Ierse hoofdstad, die proberen een nieuw leven op te bouwen nu het vrede is.

Zo’n 3.500 mensen kwamen om tijdens The Troubles, de orgie van geweld waarin katholieken, protestanten en het Britse leger niet voor elkaar onderdeden. ‘Ik zat bij de C Company, de elite-eenheid van de Ulster Defence Association’, zegt Uttley. Op zijn 16de trad hij toe tot deze verboden protestantse groep, die honderden moorden pleegde. Ook Uttley nam deel, hoewel hij de details mijdt. ‘Ik haatte alle nationalisten (katholieken die een verenigd Ierland willen, red.)’. Voor het feit waarvoor hij werd opgepakt, zat hij 5 jaar gevangen.

Maar de dertiger, intussen vader van drie kinderen, is bekeerd. ‘Toen ik uit de gevangenis kwam heeft een pastoor me geholpen. Een katholiek inderdaad. Ik heb nu maar één doel: dat mijn kinderen in vrede opgroeien.’

Sindsdien is Uttley vrijwilliger in Lower Shankill, de wijk met de fanatiekste protestanten, ook wel unionisten of loyalisten genaamd omdat ze zich sterk verbonden voelen met Groot-Brittannië. ‘Het leven is hier hard. We zijn de armste, ongezondste en slechtst opgeleide postcode in het hele land. Er is hier bijna niets te doen.’

Het ongenoegen is groot. De vrede heeft weinig veranderd. De buurt is een goed voorbeeld van de segregatie in Belfast, waar de twee kampen nog altijd met tientallen hekken en muren zijn gescheiden. Uttley garandeert dat er geen enkele katholiek in zijn wijk woont. ‘Op twee Polen na, maar die worden gedoogd.’

Ondanks de sociale ellende is de criminaliteit laag in deze hechte gemeenschap. Toch treedt Uttley vaak op als een soort politieagent. Hierbij overlegt hij met katholieken uit andere buurten, van wie hij weet dat ze ooit op hem schoten. Samen proberen ze de rust te bewaren. Het geweld onder volwassenen mag goeddeels voorbij zijn, nu organiseren verveelde jongeren ‘recreatieve rellen’.

‘Hier word ik wekelijks naartoe geroepen, vaak ’s nachts, om de boel te sussen’, zegt hij bij Carlisle Circus, een beruchte rotonde die de grens vormt met katholieke wijken. ‘Ze gooien met flessen en bakstenen. Kijk eens naar die huizen: ze hebben allemaal tralies of rolluiken. Dat is nog steeds nodig.’

Met de politieke crisis hebben de onlusten volgens hem weinig te maken. Alle politici, ook die van eigen kleur, zijn zeer impopulair. ‘Ze kletsen en ruziën maar wat. Ze doen niets voor ons. Kijk eens naar al die open plekken’, zegt hij tijdens de wandeling. ‘Er stonden aftandse flats. Maar twintig jaar na de sloop is er nog steeds niets nieuws. Terwijl we hier 500 meter van het stadscentrum zitten.’

Op het oog lijkt er wel wat te veranderen. Bij een braakliggend terrein staan bordjes van projectontwikkelaars. Maar op de yuppenappartementen zit niemand te wachten. Ook oogt de buurt vriendelijker, sinds kunstenaars de agressiefste muurschilderingen – die de milities verheerlijken – vorig jaar overschilderden.

In een kantoortje aan Shankill Road zit Ian McLaughlin (48). Hij was eveneens een protestantse paramilitair, naast zijn baan als ingenieur. ‘Ik greep naar de wapens toen vrienden van me werden vermoord. Maar medio jaren negentig blies de IRA hier een viswinkel op: tien doden. Ik kwam daar ook wel eens. Toen dacht ik: deze waanzin moet stoppen.’

Nu is hij manager van het buurtcentrum, en bestookt hij de overheid in een poging de leefomstandigheden te verbeteren. ‘Ik werk samen met katholieken in naburige wijken, van wie ik weet dat ze ook ooit vochten. Dat gaat prima. Ik zit liever met hen in één ruimte, dan met het stelletje dat ons probeert te regeren.’

Want McLaughlin is boos, vooral op de protestantse regeringspartij DUP. ‘Zij leven in het verleden. Ze blijven polariseren, en weigeren zelfs met een katholiek in een lift te stappen. Met hun strenge geloof doen ze of ze moreel superieur zijn. Terwijl ook zij tot hun nek in de schandalen zitten. Sinn Fein doet het veel slimmer door zich flexibel op te stellen.’ De gewapende tak van Sinn Fein, de IRA, gaf al snel na de vredesakkoorden van 1998 de wapens op. De beloning was het ‘vredesdividend’: er werden miljarden gestoken in verpauperde katholieke wijken.

Protestantse leiders waren echter verdeeld, en pas recent zijn de laatste milities ontwapend. Dat is volgens McLaughlin de tragiek van het vredesproces: gewone protestanten als in Shankill zijn de dupe geworden van deze koppigheid. ‘Katholieken leefden lang in erbarmelijke omstandigheden. Maar nu is het omgekeerde het geval. Dat vreet aan mensen. En nu zegt de overheid: het geld is op.’

Alle ruzie in het Noord-Ierse parlement is volgens hem funest voor de verzoening onder de gewone bevolking. ‘Dit eiland kent een eeuwenlange cyclus van geweld. Maar ik ben hoopvol, vooral na vorig jaar.’ Katholieke dissidenten schoten twee militairen dood. Shankill was in rep en roer, weet Sam Uttley. ‘Er werd vergaderd. Moeten we terugslaan? Veel jongeren wilden wel. Maar het is ons veteranen gelukt kalm te blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden