NOORD-IERLAND

WAAROM maakt de IRA zelfs geen gebaar? Waarom levert de best bewapende terreurgroep ter wereld niet symbolisch een of twee roestige geweren in bij de internationale ontwapeningscommissie van generaal John de Chastelain?...

De tegendraadse houding van het Ierse Republikeinse Leger dreigt deze week een einde te maken aan het vredesproces in Noord-Ierland. Vijf jaar lang is onderhandeld, vijf jaar lang is stapje voor stapje toch telkens een beetje vooruitgang behaald: nu lijken de wapens weer te gaan spreken.

De internationale gemeenschap staat op haar achterste benen. Niemand wil dat een oude brandhaard nog eens opflikkert, terwijl er sinds de ontmanteling van het Oostblok zoveel nieuwe brandhaarden zijn bijgekomen.

De IRA heeft tot nu toe het vredesproces gesteund. Sinds 1997 neemt de IRA een wapenstilstand in acht, waardoor zij de politieke vleugel van deze beweging, Sinn Fein, in staat heeft gesteld zitting te nemen in het parlement en sinds twee maanden zelfs deel uit te maken van een Noord-Ierse regering.

Maar de IRA vindt dat zij met de wapenstilstand ver genoeg is gegaan. Ontwapening - zelfs het inleveren van een enkele kogel of een verouderd machinepistool - wordt door de IRA als overgave gezien. Dat heeft nog nooit een onverslagen leger gedaan.

Principieel voelt de IRA zich ook in haar recht staan. In het Goede Vrijdag-akkoord, dat de basis vormt voor het huidige vredesproces, wordt niet gerept over een begindatum voor het inleveren van de wapens. Er wordt slechts gemeld dat alle paramilitaire groeperingen de wapens op 22 mei van dit jaar moeten hebben ingeleverd. De eis om daarmee al voor 31 januari te beginnen, wordt gezien als een protestants ultimatum.

Dat de Britten het 'protestantse ultimatum' hebben overgenomen, is voor de IRA een reden te meer om niet met de inlevering van de wapens te beginnen. De Britten gelden nog altijd als de aartsvijanden. De Britse minister voor Noord-Ierse zaken, Peter Mandelson, heeft de argwaan verder versterkt door de zwartepiet toe te spelen aan de IRA, terwijl ook de protestantse paramilitaire groeperingen nog niet met het inleveren van de wapens zijn begonnen.

De IRA heeft nooit toegezegd de wapens te zullen inleveren. In april 1998 zei de IRA over deze bepaling in het Goede Vrijdag-akkoord: 'Laten we duidelijk zijn, er zal van hogerhand de IRA geen ontwapening kunnen worden opgelegd. Als er ooit zal worden ontwapend, dan zal de IRA zelf het moment daarvoor kiezen.'

Behalve principiële bezwaren tegen het inleveren van de wapens heeft de IRA ook praktische bezwaren. Indien tot het inleveren van de wapens wordt besloten, zal dit tot grote onderlinge verdeeldheid binnen de IRA kunnen leiden.

Eensgezindheid en onderlinge discipline zijn nooit een sterkste punten van de IRA geweest. Bij het begin van de gewelddadigheden in 1969 splitste de IRA zich op in de gematigde 'Official IRA' en de militante 'Provisional IRA'. Deze laatste groep overvleugelde de 'Official IRA' en was in de jaren zeventig, tachtig en eerste helft van de jaren negentig verantwoordelijk voor vele aanslagen. Sinds de 'Provisonal IRA' vanaf 1997 bereid is gevonden mee te werken aan een politieke oplossing, hebben zich nieuwe splintergroepen losgemaakt.

De grootste is de zogenoemde 'Real IRA' die fel gekant is tegen het Goede Vrijdag-akkoord. De groep van naar schatting vijftig leden was verantwoordelijk voor de bomaanslag in Omagh op 15 augustus 1998, waarbij 29 doden vielen. Een maand na deze aanslag kondigde de 'Real IRA' een wapenstilstand af.

Een andere radicale groep is de zogenoemde 'Continuity IRA' die elke compromis waarbij Noord-Ierland niet wordt verenigd met de republiek Ierland afwijst. De 'Continuity IRA' zou twintig leden tellen en is nooit gestopt met aanslagen. Zo werd zondagavond nog een bomaanslag gepleegd op een hotel in Irvinestown.

Tot nu toe hadden deze groepen vooral aanhang in het zuiden van Noord-Ierland, vlak langs de grens met de Ierse Republiek. Maar de laatste maanden werven zij ook steun in de katholieke wijken van West-Belfast. Onduidelijk is of de leiding van Sinn Fein veel vat heeft op de huidige IRA, zeker is dat zij dat niet heeft op de dissidente groepen.

Sinn Fein noch de IRA heeft daardoor veel manoeuvreerruimte. Probleem is dat David Trimble die al helemaal niet heeft. In dat opzicht is er deze week ook weinig hoop voor een oplossing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden