Nooit zuur, Nooit jaloers, Nooit kibbelig

Met deze woorden leidt Adriaan van Dis de vandaag tachtig geworden Simon Vinkenoog in op de cd Ritmebox, een door Spinvis gemaakte collage van al dan niet door hem muzikaal bewerkte bandopnamen van de de grootste voordrachtskunstenaar die de Nederlandse letteren heeft voortgebracht.

Daarmee heeft Van Dis hem indertijd goed neergezet, want dat altijd opgewekte en enthousiaste van Vinkenoog blijft bewonderenswaardig. Zo wil ik ook wel tachtig worden, zegt Erik de Jong (Spinvis) in een prachtig dubbelinterview dat Britt Stubbe met de heren had in De Pers van afgelopen zaterdag. (Sorry het linken wil op mijn net hernieuwde Firefox niet meer lukken, als ik uit de tekst ga, is die meteen verdwenen, wie helpt me? Dat interview moet u in elk geval lezen, het behoort tot het beste dat over beide kunstenaars is gepubliceerd.)

Inderdaad, de levensvreugde en het enthousiasme van Vinkenoog is nog altijd zeer aanmoedigend, terwijl om hem heen bevriende auteurs als Hugo Claus en Cees Nooteboom, Cobra schilders als Karel Appel en naar grote hoogten stegen binnen de kunsten, is Vinkenoog altijd een beetje als een lachertje gezien. Modder heeft hij over zich heen gekregen vanwege zijn cannabis-gebruik, zo zegt hij tegen Stubbe, maar niets heeft hem klein gekregen.

Zelf herinner ik me hoe ik in 1981 op de middelbare school onder de noemer Literair Cafe een avond organiseerde met vier dichters: Johnny Van Doorn, Bart Chabot, Jules Deelder en Simon Vinkenoog. Een toch wel legendarisch viertal, zeker achteraf. Maar de avond werd maar matig bezocht. Chabot en Deelder waren nog niet de BN ers die ze nu zijn. Toch was het een geslaagde avond, en ik herinner me er vooral twee dingen van.

Jules Deelder die in de trein terug tegen een klasgenoot van mij opschepte over het feit dat het hem toch maar gelukt was zijn reiskosten Rotterdam-Hilversum maar liefst twee keer vergoed te krijgen. (Lekker belangrijk Jules, die paar tientjes) en Vinkenoog die door de aula als het ware schaatsend heen en weer slofte op de muziek van Ian Dury's Reasons To Be Cheerful.


Ook weet ik nog dat hij bij de organisatie (ik dus) niet alleen kwam informeren naar wijn en bier maar ook naar de correspondentie aan affiches (flyers bestonden in 1981 nog niet) over deze avond. Want hij verzamelde alles voor zijn eigen literaire archief.

Dat moet een immens archief zijn geworden, die de complete Nederlandse cultuurgeschiedenis van de laatste halve eeuw omvat. Hopelijk gebeurt daar nog wat moois mee.

Het aardige is dat Vinkenoogs verzamelwoede (zie ook interview Stubbe) al begin jaren vijftig begon toen hij in Parijs werkte voor de Unesco, zoals blijkt uit het deze week verschenen Laat Nooit Deze Brief Aan Iemand Lezen. De Briefwisseling Tussen Hugo Claus En Simon Vinkenoog 1951 - 1956).

Waarschijnlijk kon dit boek vooral verschijnen omdat Vinkenoog al in 1957 de complete correspondentie overdroeg aan het Letterkundig Museum in Den Haag. De literatuur mag Vinkenoog wel dankbaar zijn , ook al omdat hij in die vroege jaren vijftig in Parijs de enige was onder tal van latere grootmachten als Karel Appel, Remco Campert en Rudy Kousbroek die een baan had en dus geld, waar door iedereen gretig van geprofiteerd werd.

Ik vermoed dat de Bezige Bij tot uitgave van dit dikke boek is overgegaan vooral vanwege 'hun' auteur Hugo Claus. Het spijt me te moeten zeggen dat ik niks met Claus heb (ligt aan mij hoor, ik heb ook niks met Leonard Cohen, en ook daarin sta ik alleen), ik kocht dit boek eergisteren ook vanwege Vinkenoog.

Ik ben nu halverwege en het is een verrukkelijk boek! De heren (vroege twintigers toen) maken van hun hart geen moordkuil. Zo begint Claus in augustus 1952 een brief aan Simon: 'Je boek is op zijn zachtst gezegd uitgedrukt: niet goed.' Waarop de vroege versie van Vinkenoogs debuutroman Zolang te water ragfijn gefileerd wordt en Claus hem dringend adviseert het boek in een la te leggen.

Vinkenoog kan het hebben. 'Roman of geen roman, goed of slecht: het literaire leven in Nederland gaat door...' Beantwoordt Vinkenoog hem.
In die brief van 14 augustus 1952, (Vinkenoog was 24) komt nog een passage voor die me frappeert. Vinkenoog schrijft over een verzoek dat er is voor een bijdrage van Claus en Vinkenoog om een 'korte verklaring over de mogelijkheden van een Vlaams-Nederlandse literaire samenwerking. Maak het niet te obvious', is vervolgens de mededeling.

Vinkenoog merkt hierover op: 'Het is wel typisch dat het altijd de mensen zijn die zelf niets nieuws brengen die steeds 'eens iets anders' willen.

Daar zit veel waars in, dacht ik bij mezelf. Zelf ben ik daar als criticus ook schuldig aan. Zelf niks maken, maar wel vinden dat anderen steeds iets anders moeten brengen. Mea culpa, ik zal er aan denken.

Voorlopig geniet ik vooral van deze correspondentie, van de prachtige cd Ritmebox en zal ik niemand voorlopig om 'eens iets anders' vragen. Ik wens Simon een buitengewoon mooie verjaardag toe, en doe vooral niks anders meer de rest van je leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden