Nooit zo bang

Drie Rotterdammers die de verwoesting van hun stad in 1940 meemaakten, bekijken de film 'Het Bombardement'.

De skyline van Rotterdam doemt op, in diffuus licht. Wolkenkrabbers, naar maatstaf van de polder. De camera glijdt verder, over de Nieuwe Maas, de Erasmusbrug komt in beeld, icoon van de herboren stad.


Uit de stoelen van de bioscoopzaal in het Ketelhuis, op het terrein van de Westergasfabriek, klinkt een aanhankelijkheidsbetuiging. 'Mooi hè.'


Ze zijn deze dag met z'n drieën naar Amsterdam gekomen, tachtigers uit de Maasstad, voor een voorvertoning van de film Het Bombardement. Onder regie van Ate de Jong bloeit een liefde op tussen de Rotterdamse bakkersknecht Vincent (Jan Smit) en het Duits meisje Eva (Roos van Erkel). Dat voltrekt zich in de aanloop naar die fatale dinsdag, 14 mei 1940, toen zo'n negentig Heinkels van het eskader KG 54 'Totenkopf' in een kwartier tijd aan het begin van de middag het hart van de stad vernietigden.


Zij weten hoe het was, toen. Annelies Knetemann-Rosenthal (88), Dirk Onderdelinden (84) en Arie van Holten (83) hebben het gedreun van de bommenwerpers gehoord (Onderlinden: 'whoo-whoo-whoo-whoo, zo klonk het') en het gieren van de granaten. Ze hebben het stof in de ogen voelen prikken en de brandlucht in hun haar geroken.


Ze zijn benieuwd naar de film, maar ook een beetje sceptisch. Zij kennen de werkelijkheid, die laat zich niet zomaar vangen in een romantisch relaas. Van Holten las al het pas verschenen boek dat regisseur Ate de Jong schreef, met dezelfde titel als de film. 'Dat hangt van onwaarschijnlijkheden aan elkaar. Er komt een trouwerij in voor. Dat kon toen echt niet. Het was toen één grote zenuwachtige toestand in die dagen. Je moest vooral binnen blijven.'


Wat al helpt: Gerard Cox heeft de rol van hotelmanager, Koos Postema is de dominee die een verbintenis tussen Eva en Vincents concurrent, de rijke zakenman Dirk, moet bezegelen. Rotterdammers onder mekaar. Als Cox een moddervet 'pleurislijer' in de mond neemt, glimlacht Onderdelinden vergoelijkend. Hij zegt dat de broer van Postema vroeger nog bij hen thuis over de vloer kwam.


Knetemann-Rosenthal was 16, toen de Heinkels kwamen. Ze woonde met haar ouders en broer nog maar twee jaar in Rotterdam, aan de Gedempte Botersloot, in een flat op de derde verdieping. Oorspronkelijk kwam het gezin uit Breslau. Haar vader was directeur van een confectiefabriek aan de Goudsesingel. Ze stonden, net als alle andere buitenlanders, op het punt om geïnterneerd te worden in De Doelen, toen de sirenes van het luchtalarm begonnen te loeien.


'We hebben alle waardepapieren in een koffertje gedaan en zijn naar de begane grond gevlucht. Mijn moeder had zelfs nog een borduurwerkje meegenomen, het kon nog wel eens een tijdje duren, dacht ze. Ze wilde per se niet in een schuilkelder, ze vreesde de paniek en het geschreeuw. Het was prachtig weer, maar ik had mijn winterjas aangetrokken. Ik had het idee dat die als deken wel eens van pas zou kunnen komen. We zagen de bommen vallen, het hele gebouw stond te schudden. Toen zijn we weggerend. Bij de Noordsingel zagen we mannen in van die gestreepte pakken lopen, een vleugel van de gevangenis was geraakt. We hebben de nacht doorgebracht in een leegstaande woning. Mensen uit de buurt kwamen matrassen en kleding brengen. De volgende dag zijn we teruggekeerd. Van de hele flat was één meter puin over. Je zag niets terug van badkuipen of centrale verwarming of wat doen ook. Bizar. Ik kon alleen onze vleesmolen herkennen. Die lag bovenop.'


Arie van Holten woonde aan de Linker Rottekade in Crooswijk. Hij was 11. Zijn vader was mandenmaker en had een winkel aan huis.


'Ik herinner me vooral dat gefluit van de bommen. Ik ben nooit meer banger geweest dan toen. Er was al eens gezegd dat je onder een trap moest schuilen. Maar ja, bij ons liep zo'n wenteltrap tussen de beletage en de kelder. En je wilde toch ook wat zien. Dat was het beangstigende: je had geen idee wat je eigenlijk moest doen. Ons huis werd gespaard, maar ik heb vlakbij hele straten zien afbranden. Het vuur ging van dak naar dak. En ik zag ook dat al snel winkels werden geplunderd.'


Dirk Onderdelinden was ook 11, zijn ouderlijke woning stond aan de Concordiastraat in Kralingen. Zijn vader werkte aan het spoor, op een rangeerterrein in de Waalhaven.


'We wilden net gaan eten, met z'n allen. Mijn oom was over uit Nieuwerkerk. We zijn naar de kelder gegaan, want daar zou je veilig zijn. Daar klopte niks van natuurlijk, zo'n granaat gaat dwars de vloer heen. Bepaalde beelden blijven je bij. Er stond bijvoorbeeld een teil water beneden. Daar kwamen kringen op. Die liepen van buiten naar binnen, en in het midden spatte het water op. Dat moet de druk van explosies zijn geweest. We zijn later naar buiten gegaan. Ik zag hoe de voorgevel van het huis van de dokter werd weggeblazen. De eerste verdieping zakte door, alle meubels en een röntgenapparaat schoven zo de voortuin in. In een straat waren de tramrails omhoog geklapt, over een lengte van zeker 80 tot 100 meter. Ze waren nog steeds aan het veren. Het ergste vond ik een schietpartij later op die dag, tussen fascisten en Nederlandse soldaten, langs de Kralingseweg. Daarbij werd een marinier geraakt. Hij riep vijf keer om zijn moeder. Steeds zachter. En toen niks meer. Ik hoor het in gedachten nog altijd.'


Als de doffe klappen en het geruis van het puin in het Ketelhuis zijn verstomd, wordt het tijd voor een oordeel. Van Holten: 'Technisch knap gedaan.' Knetemann-Rosenthal: 'Het gaat natuurlijk niet echt over het bombardement. Het is gewoon een liefdesverhaaltje.'


Onderdelinden heeft even beklemming gevoeld bij een scène waar de hoofdrolspelers in een stofregen ineengedoken op een explosie wachten. 'Ik heb zoiets ook meegemaakt. Ik liep naar buiten toen zich vlakbij een granaat de grond in boorde. Je wacht op de klap. Je wacht en je wacht. Het moet een fractie van een seconde zijn geweest, maar voor mijn gevoel was het een eeuwigheid voordat de boel explodeerde.' Het shot met zicht op de stad waaruit dikke rookwolken opstegen had hem geraakt. 'We waren gevlucht naar het oosten, naar de Laan van Nooitgedacht, bij het Kralingse Bos. Daar was het zo stil, zo vredig. Het was ook zulk mooi weer. Maar als je omkeek, zag je die ellende.'


Het beeld van een smeulende stad waar bijna geen steen meer op de andere staat, is volgens de ooggetuigen niet overdreven. De branden hadden nog meer verwoesting aangericht dan de bommenregen. 'Je keek vanuit Kralingen zo naar West.' Wat ook klopte: onontplofte granaten met de neus in het plaveisel - tientallen hebben ze er gezien, - en wilde dieren in de stad. De oude dierentuin bij de Kruiskade was geraakt, er liepen zebra's en apen rond.


Niet waar: fietsen over de puinhopen. Dat kon echt niet. Er ging ook geen boot de haven uit, zoals in de film is te zien. Het silhouet van de bommenwerpers door de kleurige koepel van een winkelpassage, dat waren zeker geen Heinkels, Heinkels waren hoekiger. Ze hebben nooit borden gezien waarop schuilkelders voor 2,50 gulden te huur werden aangeboden. Je rende ook niet door de straat onder bescherming van een golfplaat. Van Holten corrigeert: 'Nou, ik heb toch iemand met een geëmailleerde pan op het hoofd gezien.'


Wat vonden ze eigenlijk van de acteerprestatie van Volendammer Smit? Knetemann-Rosenthal: 'Goed, wel. Niet verwacht, voor iemand van zijn kaliber.'


Ze zijn alle drie in Rotterdam blijven wonen. Het is hun stad gebleven. De levendigheid van voor het bombardement mag dan nog altijd niet zijn teruggekeerd - Knetemann-Rosenthal: 'Pas op, hè, het was er ook erg armoedig in die tijd', - het wordt er wel steeds mooier op. Van Holten: 'We zijn halverwege, denk ik.' Knetemann-Rosenthal: 'We blijven eraan werken.'


Het Bombardement gaat vanavond in première in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam. De film draait vanaf donderdag in de bioscoop. De recensie staat die dag in de krant.


HET BOMBARDEMENT IN CIJFERS

Duur aanval: 13.27 tot circa 13.40 uur.


Bommenwerpers: 90 Heinkels He 111.


Bommen: 97 ton.


Doden: tussen de 800 en 900.


Dakloos geraakt: 80.000 (ruim 12 procent van de totale bevolking)


Verwoeste panden: 30.000.


Getroffen gebied: 258 hectare.


De gemeente Rotterdam heeft verschillende initiatieven genomen om de herinnering aan het bombardement op 14 mei 1940 levend te houden. De randen van het getroffen gebied, de zogeheten Brandgrens, zijn sinds 2010 gemarkeerd met rode lampen, de route is te lopen en er is een audiotour beschikbaar. Op een speciale website (brandgrens.nl) zijn kaarten, foto's, films en dagboeken te raadplegen. In 2009 en 2010 zijn 50 getuigen geïnterviewd, voor de site, luistervoorstellingen en een luisterboek. Belvédère, Verhalenhuis Rotterdam, wil komend jaar de serie uitbreiden. Ooggetuigen kunnen zich aanmelden via belvedererotterdam.nl


Regisseur Ate de Jong

(Een vlucht regenwulpen, Brandende liefde) werkt in Het Bombardement samen met de Volendamse volkszanger Jan Smit, die de bakkersknecht Vincent speelt. De Jong zei onlangs in de Volkskrant dat hij vindt dat Het Bombardement iets toevoegt aan de reeks Nederlandse oorlogsfilms. 'Die gaan bijna altijd over verzetshelden of Joodse onderduikers. Deze film gaat over volksmensen, arbeiders. De oorlog overkomt ze.':


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden