Column

Nooit zag ik mannen zo liefdevol een bootje aanmeren

Een soepele en kosteloze redding, tot uw dienst.

Nederland ligt er prima bij, dat schreef ik eerder, maar zo'n zinnetje valt dood. Wat in orde is blijft grotendeels onzichtbaar, wat goed gaat is saai. Behalve als je soepel en kosteloos wordt gered uit de Val van Urk.

Dus laat ik dat maar eens beschrijven.

Achternagezeten door solitaire regenwolken vaar ik over een uitgestreken Markermeer, dat steeds van kleur verandert. Het is kouder dan met Kerst, staat in de krant en dat is gelogen. Ik heb genoeg aan een dunne trui. Alles moet altijd kouder of warmer zijn en alarmerender, anders leest niemand de weerberichten meer.

Omdat de lucht nog ijl is, lijken de oevers dichtbij. De hoogbouw van Almere kan ik aanraken, de televisietoren van Lelystad, het Paard van Marken, de Drommedaris van Enkhuizen, rissen windmolens en puntdaken, alles goed gerangschikt achter prima dijken en bomenrijen.

Het is alsof ik naar dia's kijk van het perfecte land. Door de vaargeul pompen vrachtschepen, laag op het water. Met elkaar zijn ze een navelstreng. Op weg naar de Houtribsluizen vaar ik langs de herbouwde Batavia (in welk land doen ze dat), daarachter de mediterrane gevels van de Batavia Stad Fashion Outlet. Keurig, keurig. En goedkoop. De sluiswachter monter op marifoonkanaal 20: 'Ik ga een openingetje voor u maken.'

Het is een vrije dag.

De wolken jagen harder, de noordwestenwind trekt aan. Er is een waarschuwing van kracht, hoor ik op marifoonkanaal 1. Ook het waarschuwen is uitstekend geregeld in dit land. Niets problematisch. Nu zijn we in de Val van Urk, een stuk water als een trechter, met een zoom van gigantisch wiekende machines die steeds sneller draaien. Ze suizen al. De wind stuwt het water de trechter in, de golven hoger en met koppen.

Ik wil naar Ketelhaven, dat is door de Ketelbrug. Die gaat op de minuut exact open, twee keer per uur maakt hij een gat in de A6. De snelweg staat dan stil, omdat mijn bootje het wil. Melden op marifoonkanaal 18 is daarvoor niet nodig.

Zeilen strijken, motor starten, meer is het niet. De motor weigert. Ik wacht op het geluid dat uitblijft, het is een raar moment tussen varen op routine en het accepteren van een probleem. Dit is lagerwal, ik zie de kust naderen, hoekig scherp basalt. De motor weigert en blijft weigeren.

Er is geen tijd voor reparaties. De romp nu hamerend op de golven, het bootje maakt zijn eigen storm. Urk ligt bovenwinds. Lelystad is te ver weg. Een probleem komt nooit alleen. Ik erken mijn nederlaag. De redders zijn te bereiken op marifoonkanaal 16.

Den Helder Rescue heeft een familiaire stem, alsof er een bekende naast me staat. Ik weet wat ik moet zeggen: de boot, de situatie, de positie, niemand twijfelt aan mijn oordeel. Aan wal gaan piepers af, mobiele telefoons gaan over, ik stel me voor hoe de redders naar station gaan, voorbereid op alles, de motoren starten. Schaamte overvalt me als twee oranje reddingboten naderen in hun kransen van stuifwater. De Kapiteins Hazewinkel is op kanaal 68 nu, met z'n twee keer 700 pk, daarachter de Marinus Cornelis. Hier zijn elf serieuze mannen in overlevingspakken op weg naar mijn hobbybootje met een motorprobleempje. Het is een vrije dag. 'Een beetje lullig dit', zeg ik als de eerste met zijn grote laarzen aan boord klimt, de noodsituatie overziet, zijn duimen opsteekt en over een sleeplijn begint. 'Ik ben thuis aan het verbouwen', zegt hij terug. 'Het is wel even lekker om eruit te zijn.'

Nederland heeft de beste reddingsdienst ter wereld, de KNRM, met de beste boten en de beste vrijwillige redders, bekostigd uit vrijgevigheid. Urkers weten van varen, ze negeren mijn schaamte, dit is wat ze doen. Soepel en tevreden slepen ze mijn bootje gratis uit de Val van Urk, halen het in de haven langszij en maken dan een pirouette. Voorzichtig draperen ze de landvasten om bolders op de wal; nog nooit zag ik mannen zo liefdevol een bootje aanmeren.

Daarna laten ze ons alleen.

Ik vertel dit niet omdat het een spannend verhaal is, daarvoor is het te saai. Ik vertel dit omdat het Nederland is. En ik denk aan het ziekenhuis waar ik weleens ben behandeld, als een vorst, aan de scholen die gratis zijn, aan de beste bewegwijzering ter wereld, aan straatverlichting, aan alles dat volmaakt voorbijgaat zonder erg.

Dan loop ik over het smetteloze halvemaanstrand van Urk naar de havenmeester, die me het wifiwachtwoord overhandigt. De steiger heeft genoeg antennes. Zo is dat geregeld, in Primaland.

Nu is alleen nog de motor kapot. Het is een vrije avond. Ik bel de Botenwacht en twee uur later draait-ie weer.

De Botenwacht. Echt waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden