Nooit uitgegeven boek van Thijsse wordt alsnog een Verkade-album

Honderdduizenden oudere Nederlanders beleven vandaag een stukje nostalgie. Bij Koninklijke Verkade in Zaandam wordt het eerste exemplaar uitgereikt van een nooit eerder uitgegeven boek van..

Van onze verslaggever

Piet van Seeters

AMSTERDAM

Jac. P. Thijsse, Eik en Beuk. Het verschijnt in dezelfde vorm als de beroemde Verkade-albums, die voor de oorlog grote oplagen bereikten. Alleen de plaatjes hoeven er niet meer te worden ingeplakt. Die zijn meegedrukt.

De Amsterdamse onderwijzer Thijsse was samen met zijn collega Eli Heimans aan het eind van de vorige en het begin van deze eeuw de grote inspirator van de opkomst van de natuurbeleving. Ze trokken niet alleen met hun leerlingen van de lagere school de natuur in. Met artikelen, lezingen, boeken, het blad De Levende Natuur en een eigen flora verspreidden ze de belangstelling voor de natuur breed in de samenleving.

In 1903 begon Verkade met het uitgeven van albums. Het publiek kon die in bezit krijgen door Verkadeprodukten te kopen. De plaatjes moesten worden ingeplakt. Het werd een van de meest succesvolle operaties op marketinggebied. De eerste drie albums bevatten sprookjes, daarna waren ze gewijd aan de natuur. Thijsse schreef negentien albums. Het eerste, Lente, verscheen in 1906, het laatste, Vogelzang, in 1965, twintig jaar na de dood van Thijsse in 1945.

Inclusief deze laatste uitgave zijn er van de Verkade-albums 2.214.510 exemplaren verkocht, de meeste tegen vooroorlogse prijzen van één, twee of drie kwartjes. Thijsse nam daarvan met 1,1 miljoen exemplaren ongeveer de helft voor zijn rekening. Zijn zes laatste albums haalden alle een oplage van meer dan honderdduizend. In de hoogtijdagen werkten er bij Verkade op de albumafdeling, waar ook plaatjes geruild konden worden, dertig meisjes.

Het manuscript voor Eik en Beuk werd in 1934 geschreven. Het zou in 1935 verschijnen, maar tussen Thijsse en Verkade ontstond tijdelijk verwijdering toen de schrijver meedeelde dat hij eenzelfde verzoek van een ander bedrijf in beraad hield. Het manuscript bleef in het archief van Verkade zitten, net als de plaatjes die voor een groot deel al klaar waren.

De Heimans en Thijsse Stichting in Amsterdam beschikte al jaren over een kopie van het manuscript en besloot het uit te geven in het Thijssejaar 1995, vijftig jaar na zijn dood.

Met medewerking van Verkade, dat in het archief het oorspronkelijke manuscript en de plaatjes terugvond, verschijnt het nu in een oplage van negentigduizend bij uitgeverij Tellus in Zutphen. Tot het eind van dit jaar is het album voor 19,90 gulden te koop bij Verkade en bij natuurbeschermingsorganisaties. Consumenten moet vier streepjescodes van Verkade-produkten opsturen en krijgen het dan thuis gestuurd. Pas half volgend jaar ligt het in de boekwinkels, maar dan is het een tientje duurder.

Eik en Beuk is een onvervalst Thijsse-boek. In zijn hier en daar poëtische stijl keuvelt hij er als vanouds op los, alsof hij aan de keukentafel de jeugd uitlegt wat er in de natuur allemaal te beleven valt.

De tekst is nagenoeg intact gebleven. De enige echte ingreep is de omzetting in de voorkeursspelling. Het boek bewijst opnieuw dat de autodidact Thijsse een enorme kennis over de natuur had opgebouwd.

Inhoudelijk hoefde er nauwelijks iets te worden veranderd. Eiken en beuken groeien en bloeien nog op dezelfde manier als zestig jaar geleden, al zijn er nu minder dan toen. Ook de omgeving is veranderd. Thijsse schrijft bijvoorbeeld dat de planten stofzaad en Zweedse kornoelje overvloedig voorkomen. Beide planten staan nu hoog op de lijst van verdwijnende en dus bedreigde soorten.

Thijsse schrijft ook over een plaag van meikevers die de boom kaal vreten, terwijl die anno 1995 nog maar zelden worden gevonden. Maar er blijkt ook iets ten goede veranderd. In 1934, schrijft Thijsse, kwamen reeën alleen in het oosten van Nederland voor. Nu zitten ze ook in het westen, vooral in de duinen.

Op sommige punten blijken de opvattingen van Thijsse achterhaald. In een van de nieuwe hoofdstukken achter in het boek wordt uitgelegd welke punten bijgesteld moeten worden. Thijsse ging er bijvoorbeeld nog van uit dat de beuk en de eik er vijfduizend jaar over gedaan hebben om zich vanuit het zuiden van Nederland uit te breiden naar het noorden. Volgens palaeobotanisch onderzoek kan die periode nu gesteld worden op iets meer dan duizend jaar.

Anno 1995 zou Thijsse zelf waarschijnlijk ook hebben moeten glimlachen om zijn beschrijving van het snuitkevertje dat gaatjes vreet in het jonge blad van beuken: 'Je ziet ze maar zelden aan het werk; net als de meeste misdadigers, zowel onder de mensen als onder de dieren, verricht hij zijn wandaden bij nacht en ontij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden