Nooit meer voetballen

Opkomst en ondergang, liefde en wrok, rijk en arm, leven en dood, pieken en dalen – het zijn tweelingbegrippen die niet van elkaar zijn te scheiden....

Een man droomt dat hij wakker wordt. Hij is in de hemel, het begin van een geweldige tijd. Hij geniet van de fijnste ontbijten, lunches, diners en borrels, speelt golf, gaat shoppen, heeft seks en ontmoet beroemde mensen, van John Wayne en Marilyn Monroe tot Karl Marx en John Lennon. Zijn favoriete voetbalclub, die nooit een prijs heeft binnengesleept, wint de bekerfinale.

De man kan zijn geluk niet op. Hij wordt maar niet moe van dat golfen, shoppen, seks hebben, eten en beroemde mensen ontmoeten. Nooit maakt hij zich zorgen over geld en gezondheid.

Maar als dit de hemel is, vraagt hij zich op een dag af, waar is dan de hel? Die bestaat niet, zegt zijn begeleidster. ‘Dat was slechts propaganda.’

Er is alleen maar de hemel en die is bovendien volledig gedemocratiseerd. Je mag zelf zeggen of je een hemel wilt met God of zonder God. De meeste mensen kiezen voor het laatste. Ook beslis je zelf of je oneindig wilt doorgaan met dit gelukzalige leven.

Dat wil onze man. Hij doet er zelfs nog een schepje bovenop. Speelt mee met zijn club in de bekerfinale en scoort de winnende goal. Hij eet meer dieren dan zich ooit aan boord van de ark van Noach bevonden, wordt een wijnkenner, heeft seks met meer vrouwen tegelijk, ontmoet nog meer beroemde mensen en gaat genoegens met elkaar combineren door seks te hebben met beroemde mensen.

Het maakt hem allemaal zo blij dat hij veranderd wil worden in een man die de eeuwigheid nooit zat wordt. Dat kan, zegt zijn begeleidster, maar bedenk: meestal komen mensen na duizenden jaren van golfen, shoppen, seks, bier, drugs en snelle auto’s terug van dat besluit. Gaan ze vragen om slecht weer, om dingen die misgaan, sommigen vragen om pijn en operaties. Uiteindelijk kiest honderd procent ervoor om voor een tweede keer te sterven, dit keer niet vanwege pech of omdat de dood onvermijdelijk is, maar omdat ze niks liever willen. Want de hele tijd alles krijgen wat je wilt, is op den duur net zo ondraaglijk als de hele tijd niet krijgen wat je wilt.

Na deze woorden van de begeleidster besluit de man er nog een nachtje over te slapen. Hij droomt dan dat hij wakker wordt.

Het leven bestaat bij de gratie van het contrast, leert dit verhaal van Julian Barnes. En hoewel de Britse schrijver deze wijsheid opdient in een eigen smakelijke verpakking, is hij niet de eerste die dat bedacht. De Griekse wijsgeer Heraclitus zei 2.500 jaar geleden al dat tegenstellingen ons bestaan bepalen. Zij geven er reliëf en ritmiek aan.

Dat moet ook de verklaring zijn voor het feit dat nergens in de krant zo vaak het woord ‘hel’ voorkomt als in de reisbijlage. Zoals het ook iets zegt over de fascinatie voor de val van de bankier Dirk Scheringa. Als ramptoeristen verkneukelen we ons over andermans ongeluk, maar we beseffen tegelijkertijd dat we staan te kijken in de lachspiegel: in de vervormde, vloeibaar geworden contouren zien we onszelf terug. Wat je hebt en bent, kan zomaar over zijn, ook voor jou. Opkomst en ondergang, liefde en wrok, rijk en arm, leven en dood, pieken en dalen – het zijn tweelingbegrippen die niet van elkaar zijn te scheiden en die het leven zijn intensiteit geven.

Zo is het ook met de eerste keer. Wat zou die zijn zonder de laatste keer?

Als je jong bent, heb je dat nog niet in de gaten. Dan voel je voor het eerst in je hoofd en je lijf de aantrekkingskracht voor de ander, de spanning van het aftasten, de angst voor de afwijzing. Alles is nieuw, je lichaam bot uit, het leven verliest zijn kinderlijke vanzelfsprekendheid, ineens is het leven iets dat zich voor je opent en voor je uitrolt, als zo’n eindeloze weg uit een Amerikaanse roadmovie, verleidelijk maar ook een beetje beangstigend. Je fantasie werkt op volle toeren, wie staat er in de berm te wachten, de grote liefde of de bedrieglijke mooiprater?

Wat ga je beleven en waar zal het je brengen? De weg heeft geen bestemming, je bent alleen bezig te ontdekken, je leeft in de eeuwigheid van het moment, wat er daarvoor was, is niet belangrijk en wat er daarna komt, weet je niet, je voelt je immuun voor de tijd. In deze fase ballen zich de meeste ‘eerste keren’ samen. Het maakt de jeugd tot een wonder. Maar wat jammer dat het aan kinderen wordt verspild, verzuchtte George Bernard Shaw met de melancholie van iemand die inmiddels weet hoe het verhaal afloopt.

Geleidelijk aan, en aanvankelijk bijna ongemerkt, begint de horizon, die in de jonge jaren nog de oneindigheid van het universum leek te hebben, zich te vernauwen. De geliefde wordt een echtgenoot, het leven verandert in een loopbaan, de lust mondt uit in het eerste kind, de verwondering wordt overwoekerd door verantwoordelijkheid. De ‘eerste keren’ blijven bestaan, maar niet altijd meer in onversneden vorm; steeds vaker dragen zij de kiemen van de ‘laatste keer’ in zich.

Wij verzetten ons hevig daartegen. We gaan vreemd, scheiden, beginnen aan een nieuw huwelijk, zoeken steeds verdere reisbestemmingen, laten het vel van ons gezicht strak trekken achter de oren, bestrijden met de verfkwast het oprukkende grijs, schuren in een leren motorpak laag over het asfalt en paraderen met onze tweede leg als een Papoea met zijn peniskoker. En dat allemaal om de ‘thrill’ van het nieuwe vast te houden.

De tijd, die we in de jeugd nog dachten te kunnen negeren, is een geslepen ronselaar geworden, die staat te wenken om je een steeg in te lokken met een hek dat slechts naar één kant open kan. We lopen, fietsen en sporten wat af om uit de buurt van die valstrik te blijven, maar het is een ongelijke strijd. Ineens lig je voor de eerste keer in het ziekenhuis ter vervanging van een versleten onderdeel en besef je dat je nooit meer zult voetballen. Nooit zul je meer de opwinding voelen van het moment waarop je een bal die hoog uit de lucht op je afsuist, met je rechtervoet ontdoet van zijn snelheid, doodlegt en omzet in een lage pass, strak over de grond. Nooit zul je meer dat spel met de zwaartekracht spelen. De aarde trekt aan je, het afstrepen is begonnen, straks slokt zij je op en sluit zij zich boven je.

Maar voor zover het is, blijft er in het leven altijd die andere kant en moet je doorgaan met het zoeken naar de verwondering en met dromen. Tot je wakker wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden