Nooit meer tentamens

Competentiegericht onderwijs betekent geen colleges en geen tentamens. De studenten krijgen opdrachten die ze geheel zelfstandig moeten uitvoeren...

Colleges, lesroosters, tentamens en klaslokalen zijn verleden tijd voor de studenten van de opleiding Small Business en Retail Management van Saxion Hogescholen. Sinds 1996 krijgen zij, zoals steeds meer hbo-studenten, competentiegericht onderwijs. Studente Silvia Leijten (21) vindt het heerlijk: ‘Wij hebben niet van die saaie vakken om negen uur ’s ochtends, waarna je meteen vergeet wat er is verteld.’

Dicht bij het station van Enschede staat een gebouw met een chique, glazen voorgevel. Alleen de groepjes studenten, kletsend voor de automatische draaideuren, verraden dat het gebouw geen kantoren maar een school herbergt. Alhoewel, achter de deuren van de gang van de opleiding Small Business zitten geen klaslokalen, maar kantoortjes, met een vergadertafel, computer en telefoon. Hier werken de propedeusestudenten.

Een week geleden zijn ze begonnen. Onderverdeeld in groepen van acht – zes Nederlanders en twee Duitsers – kregen ze een ‘startboek’ met opdrachten. Die moeten ze in de eerste twee weken uitvoeren. Wanneer en hoe, dat beslissen ze zelf. Alleen als de studenten erom vragen, springt een tutor bij. Tutor Carien van Horne: ‘Ze moeten zichzelf leren aansturen. Een ondernemer moet dat ook kunnen.’

‘Alleen als we echt niet verder kunnen, vragen we uitleg’, zegt Klaus. Met zijn kantoorgroep is hij een onderzoek over honden- en kattenbezitters aan het lezen. ‘We moeten de tekst valideren’, legt Rik uit, ‘kijken of hij waarheidsgetrouw is’.

Op internet hebben de acht jongens ontdekt dat er enkele fouten in de tekst staan. Zo is de onderzoekster uit het stuk in werkelijkheid een man. Maar nu weten ze niet hoe ze verder moeten. ‘Volgens mij moeten we het niet over dit onderzoek hebben, maar over onderzoeken in het algemeen’, suggereert Rob.

Het doel van de opdracht is met opzet onduidelijk. De studenten moeten zelf uitzoeken welke vragen interessant zijn bij deze tekst. Dat heet probleemgestuurd onderwijs. Ook de rest van de propedeuse verloopt op die manier. Dan moeten de groepen een mini-onderneming opzetten: een product ontwikkelen en in de markt zetten. Ze moeten zelf opzoeken hoe dat moet, wat ze nodig hebben (een marketingplan en verkoopplan bijvoorbeeld) en hoe dat eruit moet zien.

‘Wat een onzin’, zucht Rik. ‘Ik ben hier gekomen om te leren ondernemen, niet om een tekst over honden en katten te leren valideren.’ Zijn collega’s gaan niet akkoord. Huy: ‘Je leert in groep werken.’ En Joost: ‘In je bedrijf moet je ook teksten lezen en nagaan of ze betrouwbaar zijn.’ Verder werken dus, maar na anderhalf uur zijn de jongens het beu. ‘Onze conclusie’, vat Rob samen: ‘De onderzoekster heeft een baard’. Algemene hilariteit. Tijd voor een pauze.

Enkele andere eerstejaars zitten in het studiecentrum te wachten op hun eerste assessment. ‘We moeten een verkooppraatje met de tutor houden’, zegt Tahsin Calisal (18). ‘Ik ga hem een reflecterende paraplu proberen te verkopen.’ Het verkoopsgesprek wordt op video opgenomen, zodat de student zichzelf achteraf kan bekijken.

Een assessment is een soort tentamen waarin de student ‘professioneel gedrag in een beroepscontext laat zien’, legt lector assessment Wouter Schoonman uit. Tijdens het verkoopgesprek bijvoorbeeld, moet de student kennismaken met de klant, de behoeften van de klant opsporen, het eigen product presenteren, het gesprek correct afsluiten en nazorg voorzien.

Makkelijker gezegd dan gedaan. Als de camera draait, mag eerstejaars Peter Braakman binnenkomen. ‘Goedemorgen, meneer Braakman. Heeft u het goed kunnen vinden?’, vraagt de tutor, die de rol van winkeleigenaar speelt. Peter wil hem een plastic pennenbakje verkopen, maar de tutor zegt dat zijn winkel ‘niet zo van de kunststof is’. De student hakkelt even. Daarna willigt hij, in zijn drang om te verkopen, alle voorwaarden van zijn tutor/klant in. ‘Ik heb hem helemaal uitgekleed’, zegt de tutor achteraf. ‘Hij wil verkopen, ook als het hem geld kost.’

Niet erg, het is maar een nulmeting. Achteraf bekijken de tutor en student samen de videoband en bespreken ze welke competenties de student al bezit en welke hij nog moet ontwikkelen.

In totaal zijn er twaalf competenties, in overleg met het bedrijfsleven vastgelegd. In een portfolio schrijven de studenten op waar, wanneer en hoe ze een competentie hebben ontwikkeld. ‘Tot je ze alle twaalf hebt’, zegt tweedejaars Bram ten Voorde (20). ‘Dan ben je een goede ondernemer.’

Uit het restaurant in het midden van het rustige Volkspark, vlak bij de school, klinken opgewonden stemmen. Rond alle tafeltjes zitten groepjes tweedejaars druk te praten. ‘Aangezien er zelden colleges zijn, hebben we weinig grote lokalen’, verklaart tutor Inge Kwast de locatie. De tweedejaars zijn hier om het komende jaar te bespreken. Op het eerste jaar kijken ze met plezier terug.

‘Heel leerzaam’, vindt Arnoud te Winkel (19), ‘maar moeilijker dan verwacht’. Met zijn mini-onderneming produceerde Arnoud snel oplosbaar toiletpapier voor gevangenissen. ‘De vader van een van ons werkte bij een leidingbedrijf. Hij vertelde dat er in gevangenissen veel problemen zijn met verstopte leidingen’, legt Arnoud uit. Andere groepen produceerden een apparaat om een stropdas te strikken, of lichtgevende cocktailglazen.

Arnouds groep had de opdracht onderschat. ‘We dachten dat we best een grote afzetmarkt hadden’, zegt de ondernemer in spe, ‘maar later ontdekten we dat veel inrichtingen met vaste aanbestedingen werken’. Geen nood: ‘van je fouten leren’, is ook een competentie.

‘De opleiding is super, maar de competenties zijn drie keer niks’, vindt Dennis Verdriet (22). Dennis vond de mini-onderneming heel leerzaam. ‘Maar die competenties vind ik lulpraat. We verzonnen vaak iets. Als we de competentie ‘de rust terugbrengen in de groep’ moesten invullen, dan schreven we dat we ruzie hadden gehad, en het hadden opgelost. Gelul, maar je moet iets opschrijven.’

Jammer voor Dennis, maar het komende jaar moeten de studenten competenties blijven verzamelen en ontwikkelen. Daarvoor doen ze projecten, die ze voor bedrijven uitvoeren.

‘Ik ga een klanttevredenheidsonderzoek doen bij een dierenwinkel, een onderzoek naar het vakantierooster bij een groot bedrijf en een financieel onderzoek bij een andere dierenwinkel’, vertelt Bram ten Voorde.

De studenten kiezen bedrijven die aansluiten bij hun Persoonlijk OpleidingsPlan (POP), waarin ze opschrijven wat ze willen bereiken. ‘Ik heb altijd een dierenwinkel willen hebben. Op deze manier heb ik veel meer plezier van mijn studie.’

Tom Freriks (25), Hans Pels (22) en Jeroen Lammertink (25) zien eruit als echte zakenmannen. Binnenkort worden ze het ook, want de drie vierdejaars kregen al een baan aangeboden. Ze zitten rond een tafel, waarop drie dikke ringmappen liggen: hun portfolio’s. Naast hen twee tutoren, die hen het assessment ‘leiderschap’ zullen afnemen. De drie moeten bewijzen dat ze de competenties hebben ontwikkeld die een leider nodig heeft.

Tom vertelt over zijn afstudeerproject bij een Duits bedrijf in China. ‘Ik ben een teamplayer, ik wil niet boven de mensen staan’, zegt hij, ‘maar in China heb ik geleerd strak leiding te geven. Anders gebeurde er niets’. Bij Hans en Jeroen was het omgekeerd. ‘Toen ze hier begonnen, waren het slavendrijvers’, vertelt tutor Karin Fürst. Ze begeleidt de jongens sinds hun propedeuse en schoof elk jaar mee.

Hans’ en Jeroens leerdoel werd: even geen leiding geven. ‘Ik ben – plat gezegd – minder een hufter geworden’, zegt Hans. ‘Ik ben nu meer in balans.’ Ook Jeroen heeft geleerd mensen ruimte te geven, zegt hij. Tutor Herman Wieser reageert: ‘Klinkt mooi, maar bewijs het.’ Jeroen somt enkele projecten op. ‘Voorbeelden graag, geen vage dingen’, dringt de tutor aan, tot Jeroen toegeeft dat hij nog rustiger moet worden.

De drie studenten zijn geslaagd voor het assessment, oordelen de twee tutoren even later. Ze hebben de competentie ‘leiderschap’ voldoende ontwikkeld, ook Jeroen. Fürst: ‘We zijn hier niet om perfecte mensen te creëren, maar goede ondernemers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden