'Nooit meer spreek je van mens tot mens'

Het leven van cineast Frans Bromet is danig vergald. Vergald door het mensentype dat zijn tengels uitsteekt tot in alle hoeken van de samenleving: de manager. Binnenkort komt zijn visie op de wereld van spreadsheets en schema's in de bioscoop.

Frans Bromet is boos. Hij legt zelf uit op wie, aan het begin van zijn laatste film Alles van waarde. 'Ik ben boos op al die mensen die hun eigenbelang vooropstellen. Boos op al die graaiers en grijpers. Maar vooral ben ik boos op al die managers die een systeem hebben ontwikkeld dat ons dagelijks gek maakt.'

De managementcultuur in de zorg, in het onderwijs, bij de omroep, bij banken en bij allerlei andere instellingen heeft het functioneren van deze instituten tot op het bot aangetast, vindt Bromet. 'Alles draait tegenwoordig om cijfers; omzet, het aantal verrichtingen in een ziekenhuis, kijkcijfers. Kwaliteit, om maar iets te noemen, is óf onbelangrijk óf totaal secundair. Er staan twee werelden tegenover elkaar: de wereld van de professionals en de wereld van de managers. Dat is de kern van mijn boosheid.'

Alles van waarde is een film over (en tegen) die managementcultuur. Maar nog meer is het een film over Frans Bromet (67) en zijn oudste dochter Laura (42). Zij werkt als beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks en is fractievoorzitter van die partij in de gemeenteraad van Waterland. Daarmee is ze zijn connectie met de politiek. We zien Bromet en zijn dochter samen in zijn rode Canta miniautootje door een mistig Noord-Hollands landschap rijden en discussiëren over de managementcultuur. Ze zijn het niet vaak eens.

U vindt: iemand die manager wil zijn, deugt niet.

'Nou, zo ver wil ik niet gaan. Maar het is behoorlijk bedenkelijk.'

Want wat wil je dan eigenlijk?

'Dan wil je heersen, hè. Heersen over anderen. Ik sluit niet uit dat er ook goede managers bestaan, al lijkt mij die kans niet groot.'

Bromet is boos op alle managers, maar nog het meest op de netmanagers. Sinds 2006 hebben de nationale televisienetten een profiel dat niet is gebaseerd op de omroepen die erop uitzenden, maar op kijkgedrag. Nederland 1 werd 'familienet', Nederland 2 'verdiepend' en Nederland 3 'jong en innovatief'. Elk net kreeg een netmanager. Waar programmamakers voorheen zaken konden doen met de omroep, heeft nu de netmanager het laatste woord.

Voor Alles van waarde deed Bromet een poging om de netmanager van Nederland 3 te interviewen. 'Die bedankte voor de eer nadat hij een voorlichter uitvoerig had laten informeren naar de inhoud van de film. Toen dacht ik: als hij niet wil, dan misschien een andere netmanager, maar daarvan was geen sprake. Er gold een interviewverbod voor alle netmanagers.'

Waarom?

Bromet kauwt op een koekje. 'Ik heb geen idee. Misschien dat ze bang voor me zijn, hoewel ik me dat niet kan voorstellen. Bij de mensen van de omroep zou bekend moeten zijn dat ik in mijn programma's altijd iedereen in z'n waarde laat. Maar misschien hebben de netmanagers nog nooit een programma van mij gezien, en dan weten ze dat niet.'

Want netmanagers hebben helemaal geen verstand van televisie, vindt u.

'Spreadsheets en schema's, daar hebben ze verstand van. Of ze verstand hebben van televisie is maar zeer de vraag.'

Wat had u de netmanager willen vragen?

'Ik had hem gewoon willen interviewen over hoe dat tegenwoordig gaat. Als je een programmavoorstel hebt, moet je daar eerst mee naar een omroep. Die moet dat een leuk voorstel vinden en vervolgens moet die omroep ermee naar de netmanager. Ik had ooit een plan voor een serie over rappers in achterstandswijken. Ik had ontdekt dat die rappers veel invloed hadden op kansarme jongeren. Nou, dan komt de omroep bij de netmanager en dan zegt de netmanager: ik heb al genoeg achterstandswijken gezien, daar heb ik geen zin meer in. En dan is het plan van tafel. Er is geen enkele mogelijkheid tot discussie en argumentatie. Ik vind dat eigenlijk wel een beetje lijken op een dictatuur.'

Korte stilte. 'Een beetje veel.'

Hebt u ooit rechtstreeks contact gehad met een netmanager?

'Eén keer. Toen had ik in de Volkskrant een mild-kritische uitspraak gedaan over de netmanager van Nederland 2. Vervolgens kreeg ik een telefoontje van een afdelingshoofd bij de NCRV die vond dat ik mijn excuses moest aanbieden. Hij gaf me het 06-nummer van de betreffende netmanager. Ik had al heel vaak geprobeerd om contact te leggen - nooit gelukt - en nu had ik ineens een 06-nummer. Ik belde en kon meteen een afspraak maken. Toen hebben we een uurtje zitten praten.'

Veranderde dat iets aan uw beeld?

'Niets. Hij heeft uitgelegd hoe het allemaal werkt, met die schema's. Goed, zal allemaal wel. De kern van de zaak blijft toch dat degene die daar zit zonder enige controle kan doen en laten wat-ie wil. Die indruk heeft hij niet kunnen wegnemen. Eigenzinnige programmamakers vallen buiten de boot, omdat ze programma's willen maken die niet al jaren van tevoren in programmaschema's zijn vastgelegd.'

Komt uw frustratie over de managementcultuur voort uit uw persoonlijke frustratie over netmanagers?

'Ja, daar begint het wel zo'n beetje mee.'

Netmanagers zijn er pas sinds 2006. Had u daarvoor niet zo'n probleem met die hele managementcultuur?

'Nee. Maar het is ook steeds erger geworden. Ook in het onderwijs, de zorg, in de kerk, bij de politie. Overal is dat managersmodel ingevoerd. Ook bij de Volkskrant, waarschijnlijk. Weet je - ik voelde me op een gegeven moment gewoon steeds minder bij deze tijd horen. Ik werd steeds meer een buitenstaander. Overal gebeurden dingen waarvan ik dacht: ja maar dit kán niet, dit is niet goed. Er ontstond kwaadheid en woede over van alles en nog wat.'

Kunt u voorbeelden noemen?

Zucht. 'Bijvoorbeeld dat op een gegeven moment mijn internetaansluiting niet meer werkte. Dan bel je naar zo'n provider en krijg je te horen dat er over twee weken een monteur langs kan komen. Daar werd ik een beetje opstandig van. Goed, er werd een afspraak gemaakt en op de dag van de afspraak kwam er niemand. Ik weer bellen om te vragen waarom. Zeiden ze: ja meneer, u bent de vorige keer boos geworden en toen hebben we maar besloten om die afspraak niet in te boeken.'

O.

'Ja. Dus toen kon ik opnieuw een aanvraag doen voor een monteur, maar dat ging wéér veertien dagen duren.'

En toen werd u weer boos.

'Ja, toen werd ik weer boos, ja. En toen besloot ik: ik ga weg bij deze provider. Dus dat heb ik gedaan.'

In de film zegt u dat u talloze keren bent gewisseld van bank, verzekering, telefoon- en internetprovider. Maar dat het allemaal niks helpt.

'Ja ja ja ja. Het is overal hetzelfde. De structuur van die bedrijven is overal hetzelfde. Je kunt nooit meer iets van mens tot mens oplossen. Ik ben bij de Postbank weggegaan, ik ben bij de Rabobank weggegaan. Ik werk nu nog met de ABN Amro, hoewel dat ook een verschrikkelijke bank is.

'Het is daar héél extreem, qua managementcultuur. Die werknemers moeten verkopen, steeds hogere targets halen, niets anders telt. Ze worden gek gemaakt door de managers en de hogere managers maken de lagere managers op hun beurt weer gek. Het is nooit genoeg. En waarom? Dat is nog het ergste van alles: om de aandeelhouders tevreden te stellen. Ik vind dat raar. Aandeelhouders zijn mensen die geen poot uitsteken en door de inspanningen van anderen toch geld verdienen. Het zijn eigenlijk een soort parasieten, aandeelhouders.'

U zegt dat u zich een buitenstaander in deze tijd voelt. Wanneer is dat gevoel ontstaan?

'Langzaam maar zeker. Misschien heeft het wel te maken met ouder worden. In mijn herinnering zaten oude mensen vroeger ook altijd te klagen dat vroeger alles beter was. Misschien is er wel een bepaald hormoon dat dat veroorzaakt.'

Was vroeger alles beter?

'Dat zeg ik niet, maar ik kon op een veel prettiger manier mijn programma's maken. In de tijd waarin ik opgroeide was er een sterke anti-autoritaire beweging - daar zit ik natuurlijk nog enigszins in gevangen. Alles wat er toen is gebeurd om de macht van de boven ons gestelden te doorbreken, is teruggedraaid. Het is feitelijk veel erger geworden dan het ooit was. Ik denk dat ik daarom zo heftig op die managers reageer.'

Voelt u zich ook een buitenstaander omdat u zich zo druk maakt over een managementcultuur waarvan de meeste mensen zeggen: het zal wel, zo werkt het gewoon?

'Veel mensen hebben dat, ja. Als je in deze tijd bent opgegroeid, weet je niet anders. Dan denk je: zo is het nu eenmaal. Net zoals er nu eenmaal een PVV is die allerlei rare dingen beweert. Maar ik ken nog een tijd zonder PVV.'

Eigenlijk wilde Bromet met Alles van waarde een 'staalkaart' maken van situaties waarin je kon zien hoe groot en destructief de invloed van de managementcultuur is. 'Ik filmde een echtpaar. De man is zwaar dement en werd in het verpleeghuis zo slecht behandeld, en zelfs af en toe mishandeld, dat hij onder de blauwe plekken zat. Zijn vrouw heeft hem uiteindelijk weer mee naar huis genomen.

'Er wordt in veel van die instellingen met tijdelijke krachten gewerkt, mensen die geen goede opleiding hebben. Ook mag er maar beperkte tijd aan één cliënt worden besteed en moet er altijd worden bezuinigd. Die bezuinigingen treffen nooit de managers - daar komen er alleen maar meer van.'

Deze scène haalde de film niet. 'Heel veel schrijnende gevallen hebben de film niet gehaald, want producent Pieter van Huystee vond de scènes met Laura veel leuker dan die andere dingen. Hij zei: problemen in het onderwijs of de zorg zie ik elke avond op televisie. Daar maak je geen film voor.'

Wat vond Laura van de film?

'Fantastisch.'

En u?

'Ik vind het ook een heel geslaagde film. Al zeg ik het zelf.'

In de film zegt Laura dat u zó boos bent op de netmanagers dat u denkt dat alle problemen in de samenleving worden veroorzaakt door hetzelfde: de managementcultuur.

'Zij denkt over heel veel dingen anders dan ik. Zij heeft over mij, net zo goed als ik dat had ten opzichte van mijn ouders, een heel kritische houding. Ik vond helemaal niks goed aan mijn ouders. Vanaf m'n dertiende heb ik me eigenlijk niet meer met mijn ouders bemoeid. Die mensen waren gewoon mijn type niet.'

In de film bekijkt u de zaken negatief en uw dochter bekijkt de zaken positief - simpel gesteld.

Stilte.

Of is dat niet zo?

'Nee. Dat is niet zo, nee. Ik heb last van die managers, hè. Ik heb er heel veel last van, bijna dagelijks heb ik er last van. Laura heeft er helemaal geen last van. Zegt ze. Dus het is geen kwestie van negatief of positief. We ervaren het gewoon anders.'

U hebt er dagelijks last van dat netmanagers uw programmavoorstellen afwijzen?

'Dat doen ze niet dagelijks. Ik kan uiteindelijk toch nog wel het een ander maken, alleen veel minder dan ik zou willen. Ik heb binnen mijn bedrijf ook met allerlei andere instanties te maken. Dus ik word de hele tijd met die managers geconfronteerd.'

Is het televisieaanbod door de nadruk op kijkcijfers slechter dan vroeger?

'Ik zie zelden of nooit meer iets wat me boeit, het is alleen maar troep. Ik spreek ontzettend veel mensen die zeggen: ik kijk nooit meer televisie. Dus ja, ik denk dat de invloed van de managementcultuur te zien is in het programma-aanbod.'

Lijken u en Laura op elkaar?

'Nee. Ik ben tamelijk introvert en zij helemaal niet. Zij moet altijd onder de mensen zijn. Lekker kletsen. Ik hoef niet zo nodig onder de mensen te zijn. Maar we zijn het ook wel vaak eens, hoor.

'Zij werkt nu bij GroenLinks, en ik ben natuurlijk nogal kritisch over de handel en wandel van die Tweede Kamerfractie, Jolande Sap, die hele Afghanistan-affaire... Ik vind het volslagen belachelijk. En Laura zegt het dan niet zo hard, want ze werkt daar...'

Maar eigenlijk is ze het met u eens.

'Eigenlijk is ze het wel met me eens, ja.'

Is GroenLinks ook uw partij?

'Ik vond Femke Halsema verreweg de beste politicus die er was. Maar GroenLinks is toch een beetje een partij voor - hoe moet je dat noemen - de meer bemiddelde burger. Ze staan niet met hun benen in de modder. Het zijn huiskamersocialisten, en daar heb ik het niet zo heel erg op.'

Bent u dan een echte socialist?

'Nee, dat ook niet.'

Wat stemt u?

'Elke keer wat anders. Ik heb wel altijd links gestemd. Meestal hoor je dat mensen links beginnen en na verloop van tijd steeds rechtser worden. Bij mij is het toch eerder andersom.'

In de film verwijt Laura u ook iets, namelijk...

'Dat ik nooit iets doe.'

Ja. Dat u klaagt, maar zelf niets onderneemt. U zet zich niet in voor de gemeenschap.

'Dat klopt.'

Waarom niet?

'Ja, daar heb ik verder ook geen verhaal bij. Het komt gewoon niet bij me op om in het bestuur van de peuterspeelplaats te gaan zitten.'

U hebt er geen zin in.

'Nee, ik heb er ook geen zin in. Dat kun je me verwijten. En terecht.'

U geeft het in ieder geval eerlijk toe.

'Je moet geen film maken waarin je jezelf verheft. Je moet niet doen alsof je zelf de wijsheid in pacht hebt en beweren dat wat de rest doet nergens op lijkt. Kritiek die je krijgt moet je altijd serieus nemen en niet zomaar wegwimpelen - dat probeer ik zelf ook te doen.'

Maar u doet niets met die kritiek.

'Ik doe er niets mee, nee. Maar ik maak wel een film die mogelijkerwijs mensen mobiliseert om in actie te komen. Dat is toch behoorlijk maatschappelijk betrokken en geëngageerd, vind ik. En dan hoef ik niet ook nog eens hier in Ilpendam in een bestuur te gaan zitten. Dat is eigenlijk mijn verhaaltje daarover.'

In de film zegt u: ik merk dat het mijn dorpsgenoten ergert dat ik me zo afzijdig houd.

'Ja, ik kom nooit in het dorpscafé, bijvoorbeeld. Dat vinden ze wel heel belangrijk hier, dat je af en toe komt kletsen. Als ze je nooit zien, denken ze dat je arrogant bent of op ze neerkijkt. En dan gaan ze over je roddelen. Dan zeggen ze: die Bromet is een kapitalist. Omdat ik het oude gemeentehuis heb gekocht. En daar aan de overkant, het oude Groene Kruisgebouw, dat is ook van ons. Dus ja. Op deze centrale plek in het dorp, op dit plein...'

Is eigenlijk de helft van u.

'Ja. Of nou, de helft - we zijn wel prominent aanwezig, ja.'

Wat hoopt u dat deze film teweegbrengt?

'In het beste geval komen er lekker veel mensen kijken. Op het IDFA zaten de zalen steeds vol. Toen ik in de zaal de reacties hoorde, werd ik helemaal blij, want mensen zaten te lachen, te reageren. Je hoorde ze genieten. Dat vind ik het mooiste wat je met een film kunt bereiken.'

U hoopt niet dat er straks demonstranten op het Binnenhof staan, met spandoeken: weg met de managerscultuur?

'Het zou natuurlijk geweldig zijn, maar als dat niet zo is vind ik de film niet mislukt.'

Is het denkbaar dat u dan tussen de demonstranten gaat staan?

'Dat is denkbaar, ja.'

Dat lijkt me niet echt iets voor u.

'Nee. Mij ook niet. Het zou kunnen, maar dan ga ik het wel filmen, hè. Ik ga er natuurlijk niet zómaar tussen staan.'

CV:

1944 Geboren in Amsterdam, 29 augustus.

Frans Bromet studeerde aan de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Hij begon als cameraman bij speelfilms als Ciske de Rat (1984), Op hoop van zegen (1986). Later maakte hij naam met betrokken televisiedocumentaires zoals Buren, Gemeenschap & goederen (VPRO), Late liefde, Slapend rijk (NCRV), In de familie (RVU) en talloze andere.

2012 Alles van waarde. Vanaf 23 februari in de bioscoop, later dit jaar op televisie.

Frans Bromet is gehuwd en heeft drie volwassen kinderen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden