Nooit meer normaal

De opmars van Fortuyn luidde de doorbraak in van de 'populaire democratie'. Die maakt de politiek volks en conservatief. Links heeft daardoor een probleem, omdat het zich juist van het volk afkeert....

Enkele dagen voor Pasen, in de week van het vonnis tegen Volkert van der G., liep hij aan het eind van de ochtend in Amsterdam, bij de Dam. Anoniem en, net als ieder ander, in vrijetijdskleding. Hij was in gezelschap van een kind; ze lachten. 'Gorilla's' waren nergens te bekennen: hij kon dus weer zonder beveiliging over straat. Het enige opmerkelijke was de enorme, opvallend-onopvallende zwarte zonnebril, zodat hij er uitzag als een caudillo in ballingschap.

Ad Melkert, voor paasverlof over uit Washington, gewoon tussen de mensen. Bij de rechtbank in Osdorp had slechts een handjevol tragisch poor white trash gestaan. Verder was iedereen vol overgave aan het funshoppen. Het kan verkeren. Dijkstal weer overal aan de praat, Rosenmöller voor eeuwig op het scherm, Kok minister van Staat en 'nationaal' commissaris. Straks nog een CDA/VVD-kabinet met groen D66-randje en Thom de Graaf als minister.

Gestaag vervaagt het tumultueuze politieke seizoen 2002-2003. De opkomst van Fortuyn, de felle bestrijding van persoon en opvattingen, zijn (dreigende) doorbraak, paniek bij de 'gevestigde partijen', de moord, de woede, de terugkeer van het CDA, het kabinet-Balkenende, het wangedrag van de Lijst Pim Fortuyn, de val van het kabinet, nieuwe verkiezingen, de wederopstanding van de PvdA, de afgang van de LPF, het halfbakken herstel van de VVD. Zinnebeeld van de hele gesmoorde 'revolte' is het onthoofde beeld van de leider. At your service! Maar alleen met lijf en leden - geen hersens. Nog even en de normalisering is voltooid.

Het fenomeen Fortuyn riep van begin af aan grote weerstand op. Zijn 'afwijzers' zagen louter een charlatan in hem. Vaak genoemde oorzaken van zijn opkomst als onvrede, gefnuikte verwachtingen, ressentiment, afkeer van 'het establishment', verklaren volgens hen niets. In ons type samenleving smeulen altijd wel zulke sentimenten - dan zou het oproer altijd moeten kraaien. Zijn opkomst zagen zij dan ook als niet meer dan een mediahype, een 'ongeluk'. Het is dat hij door een andere politieke onbenul werd vermoord, anders had na korte tijd niemand nog om Fortuyn gemaald.

Anderen, beslist niet allemaal Fortuyn-adepten, waren daarentegen gefascineerd door de immense politieke turbulentie die Fortuyn bij leven teweegbracht, zijn talent om afkeer en bewondering op te roepen, de snaren die hij beroerde. Waar kwam de explosie vandaan, wat zei Fortuyns triomftocht over politiek en maatschappij? Was het inderdaad een 'ongeluk', een toevallige samenloop van omstandigheden, rook zonder vuur? Of staat 'Fortuyn' ergens voor, markeert hij een politieke breuklijn en is terugkeer naar 'normaliteit' dus niet zomaar mogelijk?

In feite is er helemaal geen 'normale toestand' meer waar de politiek naar kan terugkeren. Sinds eind jaren zestig, begin zeventig zit de klad in de verzuiling, het systeem waarmee Nederland decennialang werd geregeerd, beheerst, bestuurd en beheerd. Individualisering, ontideologisering, secularisering, deconfessionalisering, welvaartsgroei, maar ook de brede Nederlandse verzorgingsstaat droegen bij aan de ontzuiling. Ooit trouwe kiezers begonnen te zweven, massapartijen veranderden in kader- en campagnepartijen, actieve burgers werden consumenten, de talloze instellingen van de zuilen kwamen in handen van beroepskrachten, verenigingen verpieterden, het voorheen autonome middenveld raakte verknoopt met staat en verzorgingsstaat.

Ondanks het verval van de verzuiling, diende zich geen nieuw, stabiel politiek systeem aan. Het oude bestel staat als het ware nog overeind, maar alleen als een Potemkin-façade. De instellingen zijn er nog, maar hun positie ten opzichte van de overheid en hun banden met de burgers zijn ingrijpend veranderd. Verantwoordelijkheden zijn vaak slecht bepaald, de actieve deelneming aan het systeem is sterk gedaald evenals de representativiteit ervan. Hoewel de kiezers niet langer volgzaam en ideologisch gedisciplineerd zijn, evolueerden de politieke regelmechanismen nauwelijks. Als vanouds bedisselen politieke elites gevoelige zaken aan de top. Zo werden recent nog controversiële kwesties als immigratie, integratie en veiligheid buiten de verkiezingscampagnes gehouden.

Een zeurend besef van deze tekortkomingen van de Nederlandse politiek leefde sterk aan de vooravond van 'Fortuyn'. Nederland - ook het Nederland van Paars - stond wijd en zijd te boek als een gebrekkige, beperkte en bevoogdende democratie. Voor de verkiezingen van mei 2002 werden de paarse lijsttrekkers door de partijtoppen aangewezen en bij acclamatie 'gekozen'. De politiek, aldus politicoloog Jos de Beus, deed zich voor als een 'samenzwering tegen de kiezers'. Geen Fortuyn zonder paarse coalitie. Paars had er weliswaar geen puinhoop van gemaakt, maar bood de politieke ruimte waarin Fortuyn zich kon manifesteren. Het paarse pact van links met rechts ontkende de traditionele links-rechtstegenstelling. Aldus schiep Paars ruimte voor een andere, populistische tegenstelling: tussen (slechte) elite en (goed) volk.

Het ontkennen van de links-rechtstegenstelling hoort tot het geijkte repertoire van het populisme. In die zin was ook Paars populistisch en schiep het, ver voor Fortuyn, een 'populistisch perspectief'. Fortuyn was het op dit punt dan ook roerend met Paars eens - net als met het oude D66, zijn voorloper als gesel van de Nederlandse politiek. Paars deelde zijn populisme weer met politici als Clinton en Blair, exponenten van de tussen links en rechts slingerende Derde Weg.

Paars had - aanvankelijk - nog een populistische pijler: het was anti-establishment. Als late echo van D66 zette het in op de ontmanteling van 'het bestel', het traditioneel door confessionelen gedomineerde ('we run this country') partijenbewind. Afgeven op 'het bestel' is vast onderdeel van een populistische traditie, die loopt van Hadjememaar via boer Koekoek, D66, Jan Schaefer, in zekere zin Bolkestein en Paars, naar Fortuyn. Paars zou alles anders doen: terugkeer van het 'primaat van de politiek', nieuw aanzien voor het parlement, meer dualisme, minder Torentjesverleg à la Lubbers, een robuuste, transparante, niet met het middenveld verkleefde staat.

Er kwam weinig van terecht. Paars bracht geen andere politieke stijl, geen nieuwe regelmechanismen. Slepende - institutionele - problemen werden niet opgelost. Omstreden kwesties als WAO, veiligheid, immigratie en integratie plaatste het lang buiten de orde. Paars volhardde in de zeden en gewoonten van het aloude ritselende en regelende bestel, dat alleen een nieuwe naam kreeg opgeplakt: poldermodel.

In naam waren er geen links-rechtstegenstellingen, in feite bleven ze bestaan. De politieke strijd speelde zich ondertussen achter de schermen af, meningsverschillen werden niet openlijk gepolitiseerd. Zo kon Fortuyn, toevallig politiek-entrepreneur-van-dienst, toeslaan. Voorzien van een fenomenaal tv-talent, vrij simpele organisatiesociologische inzichten en, niet te vergeten, de door Paars verwaarloosde, brisante vreemdelingenkwestie.

Een poging om het 'systeem' voor de opkomst van Fortuyn te beschrijven, is de theorie van de 'toeschouwersdemocratie'. Deze tamelijk recente verschijningsvorm van de vertegenwoordigende democratie en opvolger van het zuilensysteem kent geen actieve staatsburgers, maar afwachtende, sceptische toeschouwers van het politieke bedrijf. Het publieke domein is geslonken tot de televisie. De kabinetten Kok waren hiervan het product. Hun optreden paarde kenmerken van de oude consensusdemocratie - elitaire consensus! - aan postmoderne, 'populaire' trekjes: wijken voor de minste weerstand, meegaandheid, pragmatisme, zoekend naar draagvlak en machtsdeling, niet heersend, maar beheersend.

Jos de Beus, geestelijk vader van dit concept, heeft zich afgevraagd of Fortuyns 'inbraak' wel past in de in wezen stabiele toeschouwersdemocratie. Die biedt de grote partijen immers juist goede kansen om te overleven, past zich daarom steeds aan en schakelt zo nieuwkomers direct uit. In het geval-Fortuyn gebeurde dat niet. Met behulp van zijn theatrale talent en bijna onbegrensde tv-aandacht benutte hij de toeschouwersdemocratie juist als lanceerplatform.

Fortuyn attaqueerde flamboyant de tekortkomingen van de Nederlandse democratie. Welbeschouwd oud nieuws, maar hij droeg de boodschap effectief uit. Via zijn publicaties populariseerde hij de notie dat het systeem in een permanente crisis verkeert, dat de democratie weinig voorstelt en dat de publieke sector slecht functioneert. Als politicus-zonder-partij vertolkte hij die inzichten in de volle openbaarheid van radio- en tv-studio.

Met de kiezers ging hij via de media een directe band aan. Door zonder noemenswaardig partijapparaat te werken, lanceerde Fortuyn eigenlijk een minimalistische versie van de campagnepartij. Uniek was ook dat hij vrij geijkte bestuurskundige wijsheid verbond met een 'populistisch perspectief'. Dat was vooral een daad van stilistische vernieuwing, die goed paste bij de extraverte, mediagenieke en modegevoelige man die hij was.

Was Fortuyn een populist of het fortuynisme een mogelijkheid die de toeschouwersdemocratie bood? Populisme is geen eenduidig begrip, onder meer doordat het politiek neutraal is, links noch rechts. In het spreekwoordelijke populisme is de elite slecht, het volk goed. Maar Fortuyn had geen grote liefde voor het volk en onderschreef bepaald niet de romantische idee dat het over een hogere moraal of intrinsieke wijsheid beschikt. Als rechtgeaard babyboomer, geïndoctrineerd door de jaren zestig, zag hij het eerder als 'klootjesvolk' dat nog best wat verheffing kon gebruiken. Fortuyn was ook niet tegen elites, hij vond alleen de Nederlandse politieke elite maar niks.

Ongetwijfeld zullen zich, onder welke naam ook, allerlei 'populismen' blijven aandienen. Populisme, zonder 'het', is een bijwerking van het gelijkheidsdenken en de democratische idee: zelfbestuur door vrije, staatkundig gelijke burgers. Maar in een complexe samenleving bestaat de - onvermijdelijk vertegenwoordigende - democratie bij de gratie van elitevorming en machtsverschillen.

Dit is de vierkante cirkel van de democratie - helemaal in een tijd dat mensen maatschappelijk steeds 'gelijker' zijn geworden. Daarom zal 'de politiek', en de oligarchie die zij onvermijdelijk oproept, óók steeds weerstand en afkeer blijven opwekken. Waar democratie, daar populisme. Ook economische ongelijkheid ('exhibitionistische zelfverrijking') is een bron waaraan het populisme zich gretig laaft. Gelijkheid als belangrijke waarde verdraagt zich slecht met de - soms spectaculaire - alledaagse ongelijkheid. Dat blijft wringen. De kwestie is daarom niet: wel of geen populisme, maar: welke soort.

Met Fortuyn lijkt het tijdperk van de 'populaire democratie' aangebroken. Van bescherming van de nationale gemeenschap in een moeilijke, soms bedreigende Europese en mondiale context maakte hij een 'normale' politieke zaak. Door zijn - en Balkenendes - toedoen verschoof het politieke midden naar rechts. In Europees perspectief een 'normalisatie'.

Zelfs na de desastreuze LPF-uitslag in januari, heeft de Kamer een rechtse meerderheid. Inhoudelijk zijn aspecten van het fortuynisme door alle partijen geabsorbeerd, behalve GroenLinks en christelijk rechts. De Beus vermijdt in verband met Fortuyn het begrip populisme en heeft het over diens 'volks conservatisme'. Naast dit 'populaire' conservatisme van Fortuyn is inmidels een 'elitair' conservatisme uit de kast gekomen, dat evenwicht wil brengen in het al jaren overwegend linkse politieke debat.

De 'populaire democratie' staat een beroep toe op de opvattingen en belangen van 'het volk', als algemene, nationale entiteit. Zij legt de nadruk op volkssoevereiniteit als grondslag van de democratie. Dat was in Nederland niet gewoon. In ons verzuilde verleden ging het om soevereiniteit in eigen kring, niet om volkssoevereiniteit. Naderhand kende Nederland alleen nog het 'gewone volk'; daarop en op het gelijkheidsbeginsel stoelde links zijn machtsaanspraken. Links was egalitair, rechts elitair.

Het fortuynisme laat zien dat de rollen worden omgedraaid. Links is in toenemende mate elitair, rechts egalitair. Links is bevangen geraakt door een soort 'volkshaat', vervuld van afschuw over de onderbuik van het gewone volk, zijn wansmaak en domheid. Links wordt steeds meer een cultureel project, een leer en levensstijl voor 'fijne luiden', hoger opgeleiden en bovenmodalen. De emancipatie van 'gewone mensen' staat daarin niet meer voorop, maar bevestiging van eigen morele en intellectuele superioriteit - en daarmee behoud van bevoorrechte posities. Rechts ontfermt zich, met behulp van de populaire democratie, over het gewone volk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden