Nooit meer kereltje

Een anonieme VVD-minister had volgens De Telegraaf collega Verdonk een ‘kutwijf’ genoemd. In de Trêveszaal was het blijkbaar niemand opgevallen....

Alleen kereltje Pechtold – stille boon, heilige boon, en trouw Telegraaf-lezer – was vrijdag tijdens het kabinetsberaad meteen uit zijn vel gesprongen. Na de vergadering belde hij de pers, om te vertellen wat hij had gedaan.

‘Ik heb het in de ministerraad aan de orde gesteld’, dicteerde hij het persbericht, ‘en de richting van mijn blik zei voldoende over wie het had gedaan. Het was een dieptepunt in de omgangsvormen binnen dit kabinet.’

Wie zou de schuldige zijn geweest?

Hoogervorst natuurlijk, de patjepeeër in het liberale smaldeel. Als je in een zitting van de Tweede Kamer een ordinair kokhalsgebaar maakt naar Harer Majesteits loyale oppositieleider, noem je een minder aardige mevrouw ook gauw een kutwijf.

Was daarmee het laffe aangeefgedrag van onze bestuurlijke vernieuwer (niet eerlijk hardop zeggen wie het was, maar een zwijgende blik naar de verdachte zenden) gerechtvaardigd?

Allicht niet.

Hij mag een kereltje zijn, en een parmantigerd, en soms bijna vertederend met z’n ondoelmatige brutale waffel, maar vergis je niet: zelfs z’n dommigheid staat in dienst van z’n ellebogen.

Nu hij lijsttrekker wil worden van zijn partijtje, maakt hij zich elke dag belangrijker dan hij al dacht dat hij was.

Wat heeft hij bijvoorbeeld voor op z’n naaste concurrente Lousewies van der Laan?

Alexander onlangs in Het Parool:

‘Ik heb een andere achtergrond. Ik heb tien jaar ervaring in het lokaal bestuur, en nu als minister. Ook was ik voorzitter van D66.’

Voorzitter van D66!

Normaal gesproken moet je dan de administratie bijhouden, en af en toe een sussende brief schrijven aan ontevreden leden. Een heel enkele keer ziet de voorzitter het als zijn taak de partij, zeker als het er minder goed mee gaat, uit het slop te helpen halen.

Pechtold werd tot het hoge ambt geroepen in 2002. Op dat moment had D66 nog veertien zetels in de Kamer. Hij was nog niet benoemd of het zeteltal werd gehalveerd. Nog terwijl hij in functie was zakte het tot zes. Sinds hij het ministerschap aanvaardde daalde de partij in de peilingen van Hilbrand de Hond tot twee à drie.

Maar wel steeds meer praatjes. Dat hij zou strijden voor een liberaal drugsbeleid. Dat de antiterrorismemaatregelen van Donner en Remkes contraproductief waren. Dat hij inzake Uruzgan in het kabinet niet over zich zou laten lopen. Dat men elkaar in de ministerraad – nog vóór het kutwijf! – vuil en vunzig bejegende. Dat de democratie gediend was met een stemrecht op je 16de.

Allemaal lucht. Géén van die flodderstandpunten heeft hij ooit te vuur en te zwaard verdedigd. Waarschijnlijk is hij geen dag serieus genomen in het normloze gezelschap rond Balkenende. Maar hij heeft ook nooit met z’n vuist op tafel geslagen om aandacht te eisen voor z’n geniale vernieuwingsplannen.

Aan het eind van het interview in Het Parool vroeg de verslaggever of hij bij verlies tegen Lousewies als nummer twee op de lijst zou gaan staan.

En Pechtold:

‘Als ik verlies, moet ik van de zomer de afweging maken of dat werk van een gewone parlementariër mij wel ligt.’

Dat leek me afdoende typering voor het soort man over wie we het hebben. Zelfs na een half-genezen hersenbloeding bleef Winston Churchill in 1954 nog lid van het Lagerhuis, want hij was een democraat. Ik weet niet wat je Pechtold moet noemen. ‘Dat is wat ik wil’, zei hij tegen Het Parool: ‘leidinggeven.’

De D van Draufgänger. De D van 66, dus al bijna de D van het jaar nul, de D van geen knip voor de neus waard, de D van likmevestje.

Laten we hem doodzwijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden