Nooit meer griep: nog een lange weg te gaan

Een universeel griepvaccin moet ons verlossen van de jaarlijkse griepprik. Daarvoor moeten we het lichaam iets aanleren waarvan het nauwelijks weet dat het dat kan.

Ze was pas 32 jaar oud en voorheen helemaal fit toen ze op 21 maart van dit jaar werd opgenomen in een ziekenhuis in het zuidoosten van China. Een tijdlang had ze haar vader verzorgd, die ernstige griep had. De 60-jarige man, die een stuk minder gezond was dan zijn dochter, bleek geïnfecteerd met het H7N9-virus, een nieuw vogelgriepvirus dat sinds begin dit jaar huishoudt in het zuidoosten van China en tot dusver meer dan 50 slachtoffers heeft gemaakt. De man had het virus opgelopen bij zijn dagelijkse boodschappen op de markt, waar veel levend pluimvee wordt verkocht.


De vrouw was evenwel nooit in aanraking geweest met kippen, ganzen of andere vogels - de dragers van het virus. Ze was werkloos en zat veel thuis om haar vader te verzorgen. Wetenschappers die haar wegen nagingen, konden maar een ding concluderen: het virus moet zijn overgesprongen van haar vader. Een verontrustende bevinding, want tot dan toe dacht men dat dit specifieke virus dat niet kon.


Het betekent dat de kans op een pandemie groter wordt. 'We hebben dit virus gelukkig al goed in de smiezen,' zegt Guus Rimmelzwaan, hoogleraar immunovirologie aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. 'Mocht het echt misgaan, dan zijn we hoogstwaarschijnlijk op tijd met een vaccin om een pandemie in te dammen.'


Maar het is niet gezegd dat het altijd zo gaat. Hoe goed griepvirussen wereldwijd ook in de gaten worden gehouden, er kan altijd een onverwachte variant opduiken, die een pandemie veroorzaakt voordat er tijd is geweest om een vaccin te vervaardigen.


Daarom zijn virologen over de hele wereld naarstig op zoek naar een universeel griepvaccin, dat in één keer bescherming biedt tegen alle griepvirussen tegelijk. Dan hoeft niet langer bij elk nieuw griepvirus een nieuw vaccin te worden geproduceerd.


'Niet alleen zouden we met zo'n universeel vaccin voorbereid zijn op pandemieën, het zou ons mogelijk ook verlossen van de jaarlijkse griepprik,' zegt Rimmelzwaan. Op dit moment bestaat dat jaarlijkse vaccin uit een mix van virusstammen waarvan men verwacht dat ze dat jaar een epidemie kunnen veroorzaken. Het beschermt alleen tegen deze stammen; regelmatig duikt er een virus op dat toch net anders is dan de virussen in de cocktail, waardoor de effectiviteit van het vaccin drastisch daalt. Een universeel vaccin zou jarenlange, of misschien zelfs levenslange bescherming moeten bieden tegen welk griepvirus dan ook.


Misleiden

Dat de huidige vaccins maar zo beperkt werken, komt doordat het virus het immuunsysteem misleidt. Een virus bestaat uit een omhulsel, een zogeheten envelop, waarop zich allerlei eiwitten bevinden die het virus helpen in zijn functioneren, bijvoorbeeld bij het binnendringen van een menselijke cel. Bij een griepvaccinatie worden er delen van het virus ingespoten, waardoor het lichaam een immuunreactie opstart. Dat doet het lichaam vooral door antilichamen te produceren, vorkachtige moleculen die zich binden aan eiwitten van het virus, waarna andere immuuncellen het virus weten te vinden en het onschadelijk maken.


Theoretisch zou het immuunsysteem zulke antilichamen tegen elk gedeelte van het virus kunnen aanmaken, maar het blijkt dat vooral te doen tegen het zogeheten hemagglutinine-eiwit - de 'H' uit de catalogusnamen die virologen aan griepvirussen toekennen. Dat eiwit is een van de meest voorkomende op de envelop en lijkt wat op een lolly: het bestaat uit een stam die in de envelop steekt, met daarbovenop een ronde kop. Al die hemagglutinine-eiwitten doen het virus een beetje lijken op een Chupa Chups uit de snoepwinkel.


De antilichamen richten zich vooral tegen de kop van het eiwit. En laat dat nu precies het meest variabele deel zijn: elke griepvirusstam heeft net weer een andere hemagglutininekop. De antilichamen die het lichaam produceert, passen precies op de kop van de lolly's van het ene virus, maar niet op die van een andere. En dus werkt een vaccinatie maar één griepseizoen lang. Elk jaar moet het lichaam weer blootgesteld worden aan de nieuwe koppen, om daar dan weer nieuwe antilichamen tegen te maken.


Uit recent onderzoek blijkt echter dat het immuunsysteem niet helemaal incompetent is in zijn levenslange gevecht tegen de griep. Ongeveer een op de honderdduizend antilichamen richt zich namelijk niet tegen de kop, maar tegen de stam van de lolly. En juist dat gedeelte is bijna hetzelfde bij elk griepvirus.


'Een universeel vaccin zou er daarom voor moeten zorgen dat er veel meer van deze antilichamen worden geproduceerd, zodat ze voldoende bescherming geven,' zegt Rimmelzwaan. 'Om dat voor elkaar te krijgen zou het immuunsysteem van de kop af geleid moeten worden.'


De meest voor de hand liggende manier is om een hemagglutinine-eiwit in te spuiten zonder kop, maar dat blijkt niet mee te vallen. Er zijn daarom allerlei plannen om het immuunsysteem op andere manieren bij te sturen. Met een zojuist binnengesleepte Europese beurs gaan Rimmelzwaan en zijn collega's bijvoorbeeld proberen om de kop moleculair af te dekken zodat dat het immuunsysteem het niet ziet, om zo alle aandacht op de stam te vestigen.


'Daarnaast blijkt dat meerdere vaccinaties achter elkaar met verschillende virussen het aantal stamgerichte antilichamen beetje bij beetje te verhogen. Wellicht ligt daar ook een aanknopingspunt om bescherming uit te breiden,' zegt Rimmelzwaan. Bij geen van de strategieën is succes gegarandeerd, en ook als het wel werkt, dan duurt het nog zeker vijf jaar voor zo'n vaccin op de markt komt.


Tweede linie

Naast antilichamen heeft het lichaam nog een tweede verdedigingslinie: de T-celrespons. Deze afweerreactie komt meestal pas later: T-cellen neutraliseren niet de virussen bij binnenkomst, maar doden lichaamscellen waarin het virus is binnengedrongen. Een deel van T-celrespons richt zich tegen eiwitten binnen in de envelop van het virus die pas later tijdens de infectie zichtbaar worden voor het immuunsysteem. Ook deze zogenaamde M- en NP-eiwitten blijken bij alle griepvirussen nagenoeg identiek.


T-cellen die opgeleid zijn om één griepvirus aan te pakken, kunnen dat in theorie dus ook voor andere griepvirussen. Ze vormen dus een goede basis voor een universeel vaccin.


'Ik stel me voor dat een succesvol universeel vaccin zowel de antilichaam- als de T-celrespons aanwakkert,' zegt Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) bij het RIVM in Bilthoven. 'Mocht een virus zich bij binnenkomst onverhoopt toch langs de antilichamen weten te manoeuvreren, dan staan daar de T-cellen nog als achterwacht.'


Maar zelfs als het lukt om de T-cel- en de antilichaamrespons sterker te maken, dan is het vaccin er nog niet zomaar. Want hoe kom je er achter of een vaccin werkelijk beschermt tegen alle virussen? 'Je kunt mensen niet gaan blootstellen aan allerlei virussen om te kijken of er bescherming is, dat is onethisch. Je bent dus afhankelijk van natuurlijke experimenten: je moet afwachten tot er in het echt een griepvirus langskomt, ' zegt Marion Koopmans, hoofd virologie bij het CIb. 'En dan kom je bij de vraag: laat je een vaccin op de markt als je nog niet weet hoe goed het eigenlijk werkt?'


Een manier om de werkzaamheid eerder vast te stellen, is te kijken naar immunologische bloedwaarden, zoals het aantal antilichamen of T-cellen. Maar ook dat is niet makkelijk. Zelfs het logisch lijkende uitgangspunt dat meer simpelweg beter is, staat niet zonder meer vast. 'Bij bijvoorbeeld knokkelkoorts zorgt het hebben van antilichamen tegen de ene virusvariant voor een ernstiger ziekteverloop bij een ander, verwant knokkelkoortsvirus,' zegt Van Dissel. 'Of dat ook bij griep kan gebeuren is niet bekend, maar het zijn allemaal dingen die uitgesloten moeten worden voordat een universeel vaccin op de markt kan komen.'


De weg naar een universeel vaccin is daarom nog lang. Wetenschappers begrijpen steeds beter wat er nodig is om universele bescherming te krijgen, maar om er zeker van te zijn dat het vaccin echt tegen alle virussen werkt, is een ander verhaal. Een universeel vaccin ligt daarom zeker niet binnen vijf jaar op de plank. Tot het zo ver is, blijven we afhankelijk van de jaarlijkse prik en moeten we hopen dat de wereldwijde griepvirusmonitoring dreigingen als H7N9 snel genoeg oppikt.


WEG MET DE PRIK, INHALEREN IS VEEL BETER

Het is niet alleen de moleculaire kant die verbetering behoeft voor er een universeel vaccin op de markt komt, ook praktisch moet er een en ander gebeuren. Bijvoorbeeld als het gaat om de toedieningsvorm. Niet alleen is toediening met een naald, zoals het nu gaat, pijnlijk, die is ook onlogisch. 'Griep komt binnen via de luchtwegen, is het dan niet veel logischer het vaccin ook via die weg toe te dienen?' zegt Erik Frijlink, hoogleraar farmaceutische technologie en biofarmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij werkt aan inhalers om vaccins via de mond toe te dienen. Door vaccins in de longen te verstuiven wordt ook de mucosale immuniteit geactiveerd - de immuniteit die zich in de slijmvliezen van het lichaam bevindt. 'Met een prik activeer je alleen de systemische immuniteit, van het bloed en de lymfe; met een inhaler activeer je beide. Zo pak je het virus nog eerder aan, direct als het het lichaam probeert binnen te komen.'


Frijlink werkt bovendien aan de houdbaarheid van het vaccin. De huidige vaccins zijn maximaal een jaar houdbaar, in de koelkast. Frijlink en zijn collega's ontwikkelden het afgelopen decennium een techniek om een vaccin tot poeder te verwerken. 'Daarbij is het vaccin ingepakt in suikermoleculen, en wordt het zo de microscopische equivalent van de insecten die sinds de prehistorie in amber zijn opgeslagen. Op die manier zijn vaccins zeker vijf jaar en waarschijnlijk zelfs tien jaar houdbaar bij kamertemperatuur.' Via de inhaler wordt het ingepakte vaccin vervolgens opgebroken in deeltjes van precies de juiste grootte om zo diep in de luchtwegen terecht te komen. 'Dierproeven hiermee zijn succesvol, de komende jaren gaan we kijken of het bij de mens ook werkt,' zegt Frijlink.


PANDEMIEPANIEK

De Mexicaanse griep, H5N1, H7N9 - de laatste tien jaar duiken er met enige regelmaat nieuwe griepvirussen op die de angst voor een pandemie aanwakkeren. Maar hoe vaak komt het echt voor, zo'n wereldwijde epidemie? De afgelopen honderd jaar zijn er vijf geteld. Het begon met de ergste: de Spaanse griep. Die hield huis vlak na de Eerste Wereldoorlog in 1918 en 1919, en maakte 20 tot 100 miljoen mensen slachtoffers. Daarna volgden Aziatische griep (1957-1958), de Hongkonggriep (1968-1969), de Russische griep (1977-1978) en de Mexicaanse griep (2009-2010). Die laatste koste naar schatting 280 duizend mensen het leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.