Nooit meer aanpassen

Een groeiende groep oudere vrouwen kiest ervoor niet meer samen te wonen. Hun hele leven hebben ze gezorgd voor man en kinderen....

'Míjn huis, dacht Corrie Boers (68), toen ze negen maanden na haar scheiding voor het eerst door haar koopflat liep. 'Dit is míjn huis. Allemaal voor míj alleen.' Het jaar daarop ging ze in haar draaistoel zitten, in de lichte, zonnige, inmiddels zachtgeel geschilderde woonkamer en keek omhoog. En het plafond is ook van míj, dacht ze.

Een paar jaar later ontmoette ze haar huidige vriend. 'Da's mooi', realiseerde ze zich, na zijn voorstel om in te trekken bij Corrie. 'Iemand die me de moeite waard vindt om zijn leven mee te delen.' De twijfel volgde al snel. 'Ik weet niet of ik dat eigenlijk wel leuk vind', besefte ze. 'Iedere dag hier, die man om me heen. 'Dan ga ik lekker voor je koken', had ik al meteen beloofd. In mijn hoofd zat ik weer helemaal in mijn oude rol. Ik dacht: ik doe het niet.'

Rene Fokke (65) uit Breda kreeg acht jaar nadat ze was vertrokken bij haar man een nieuwe relatie. Hij wilde trouwen. Subiet. 'Ik zei: nou' Nee, weet ze nu heel zeker. Neenee. 'Ik heb toch een veel te leuk leven? Heerlijk, dat vrije. Eten wanneer ik wil, koken als ik wil, lezen als ik wil, onderuit op de bank hangen als ik wil. Mijn vriend is dol op voetballen, net als mijn ex-man. Hier staat wel eens voetbal op, maar na een tijdje denk ik dan: de rest doe je thuis maar hoor.'

Straks komen er wat vriendinnen langs, vertelt ze, 'een borreltje drinken', in haar Bredase huurflat. 'Maakt niks uit, of ze nou om zes of om zeven uur weggaan. En als ik lang aan de telefoon zit, is er niemand die op de achtergrond gebaart: 'Tutututut. Tssss.' Wat een opluchting.'

Die afhankelijkheid in een huwelijk - verschrikkelijk, weet Lot Rademakers (63) uit Amsterdam, achttien jaar geleden gescheiden. 'Ik weet nog dat ik een uitstapje maakte, om even tot bezinning te komen. In de winkels realiseerde ik me ineens: Ik weet wat mijn kinderen leuk vinden, ik weet wat mijn man leuk vindt. Ik weet zelfs van welke vrouwen hij houdt. Maar ik heb geen idee wat ik zelf leuk vind.'

Lot, laat daar geen misverstand over bestaan, 'geniet ontzettend van mannen'. Ze komt ook geregeld heel aardige mannen tegen. 'Maar het is nooit bij me opgekomen om weer te gaan samenwonen. 'Jij wilt alleen blijven', houden ze me dan voor. Ja, natúúrlijk, denk ik dan.'

Tandenborstel

Het is een groeiende categorie in Nederland: (oudere) gescheiden vrouwen die niet meer willen samenwonen. Deze vrouwen koesteren hun herwonnen vrijheid - ze zijn het aanpassen beu. Sommigen willen zelfs nooit meer een relatie - ze zijn het hele fenomeen man beu. Dat gaat niet op voor vrouwen van het goedgemutste soort als Corrie Boers, Rene Fokke en Lot Rademakers. Het huwelijk mag dan een ontluisterende ervaring zijn geweest, dat wil nog niet zeggen dat ze de andere sekse in de ban hebben gedaan.

Zoals Corrie Boers zegt: 'Ik ben een mannenvrouw. Mijn vriend is de slagroom op mijn gebakje.' Maar samenwonen? Tja. Corrie weet van zichzelf dat ze meteen vervalt in haar vroegere patroon. 'Ad, er draait een mooie film, zullen we daarheen gaan?' En als Ad dan laat merken weinig zin te hebben: 'Ok, dan gaan we niet.'

Haar vriend, ook gescheiden, is geen man die erop zit te wachten dat een vrouw bij thuiskomst vraagt: 'En, heb je lekker gefietst?' Terwijl Corrie Boers ('Ik, de zorgzame huisvrouw') al dat soort vragen weer gaat stellen, als ze zouden samenwonen. 'En, was het gezellig Ad? Was het niet koud op de fiets?' Geen goed idee. 'Vandaar dat Ad daar moet blijven en ik hier. Ad is de toegevoegde waarde op mijn alleenzijn.'

Negen jaar geleden vertrok Corrie uit het door haar echtgenoot ontworpen huis-op-stand, in het Brabantse Ulvenhout. 's Ochtends om negen uur dacht ze ineens: 'Ik schei ermee uit, met het hele gedoe.' Om tien uur stapte ze in de auto. In haar tas zaten twee broeken en twee truien, een nachtjapon en een tandenborstel. 'Ik reed de oprit af en wist: hier kom ik nooit meer terug.' De laatste scène uit een 35-jarig huwelijk.

Een 'veel te zwaar huwelijk'. Ja, ze was de klassieke huisvrouw. 's Ochtends het ontbijt klaarmaken, 's middags boterhammen smeren voor de lunch, om vier uur thee met koekjes en stipt om zes uur het avondeten op tafel - dat dan meestal niet lekker werd bevonden door haar ex-man. Corrie heette in haar huwelijk geen Corrie, ze heette mam. 'Mam', zei haar ex-man altijd, als hij de deur achter zich dichttrok, 'let jij op de telefoon en zorg je dat dat stuk vanavond uitgetypt voor me klaarligt?' Hij stak geen vinger uit in het huishouden. Hij zei wel kleinerend: 'Dat huishouden, dat stelt helemaal niks voor. Dat doe ik in een uur.'

Zorgzaam

Hem gelukkig maken, dat was de opdracht die Corrie zichzelf had gesteld in het leven. 'Ik zorg dat ie kan studeren, ik zorg dat ie kinderen krijgt, ik maak 'm gelukkig', dacht ze. 'Als ik heel lief ben en heel zorgzaam, dan vloeit de liefde die ik geef terug naar mij. Dan krijg je een wisselwerking.' Een pijnlijk misverstand.

Hij was er nooit. Hij was of aan het vergaderen of aan het sporten. En dan zei hij: 'Wat heb ik de ochtend weer nuttig besteed. Het is pas 12 uur en ik heb al gezwommen n getennist.' Ging Corrie een keertje met hem fietsen, 'wilde hij gelijk de Tour de France rijden'. Hij maakte grote reizen in zijn eentje en kwam terug met sterke verhalen. 'Dan had ie in Japan op een fiets gezeten en dan weer kangoeroes gevangen in Australië.' In die tijd leefde ze in de onjuiste veronderstelling dat hun vrienden alleen voor hem kwamen - hij, de interessante architect die zo spannend kon vertellen.

Corrie weet nog zo goed hoe verloren ze af en toe in dat grote huis stond, leunend tegen een bureau. Dat vreemde huis, waar ze geen eigen plaats had. 'Wat zal ik nou eens gaan doen, wat zal ik nou weer eens gaan doen?' vroeg ik mezelf dan af.

Toch had ze er evengoed ook nu nog kunnen wonen. Ze waren getrouwd voor de katholieke kerk, 'voor het altaar'. Dus dacht Corrie: 'Dit is het en dit blijft het.' Bovendien wilde ze dat er altijd een vaste plek bleef voor hun 'drie schatten van kinderen'.

Een vervelende bijkomstigheid: haar man hield iets te veel van andere vrouwen. En de vrouwen van hem. 'Neem toch niet zo'n stoere keuken', adviseerde hij ze, bij de inrichting van hun huizen. 'Jij moet een mooie, vrouwelijke keuken nemen.' Oei, dan glommen de dames. Corrie: 'Maar ik dacht: ze kunnen doen wat ze willen, het is míjn man.'

Heerlijkheid

Totdat bij hem de fatale verliefdheid toesloeg, op een twintig jaar jongere vrouw. Corrie gaf hem een jaar de tijd die relatie af te bouwen. 'Ik heb me in dat jaar gedragen als een meisje van twintig, net getrouwd, het gedienstige vrouwtje. Terug naar af, dacht ik. Ooh, wat legde ik hem in de watten. Zijn natje en zijn droogje - alles kreeg ie.'

Hij vond het heerlijk ('Je bent weer net als vroeger'), maar het mocht niet baten. 'Dan moest ie weer met dat meisje gaan fietsen, want ze was zo zielig; dan moest ie weer met haar naar de lammetjes gaan kijken, want dat was zo leuk.'

Corrie heeft een jaar lang iedere dag gehuild. Nou, dacht ik, daar heb ik nou 35 jaar aan gewerkt. 35 jaar je best gedaan en wat heb ik nou? Niets. Ze realiseerde zich: 'Ik heb alles gegeven wat er te geven valt en meer is er niet, dus ik ben weg hier.'

Vanaf dat moment betrad ze een andere wereld. 'Hier staat Corrie Boers. Ik ben ik. Ik ben geen aanhangsel meer van iemand, geen schaduwfiguur meer.' Niemand die haar nog langer overheerst. 's Ochtends loop ik te dansen door de kamer, met een lekker muziekje op. H, mijn leven, zeg ik dan tegen mezelf.' In een flat die ze helemaal zelf heeft ingericht. Wat een contrast met vroeger, toen ze alleen even stiekem de meubels durfde te verwisselen als haar man een grote reis maakte.

Elke nieuwjaarsnacht, als buren en vrienden elkaar een goede gezondheid toewensen, denkt Corrie: 'Gezond blijven is natuurlijk fijn, maar mijn vrijheid is het belangrijkste.' Zo beklemd heeft ze zich gevoeld. 'Iedereen van mijn leeftijd slikt wel een pilletje of heeft een beetje reuma of krijgt een nieuwe heup. Dat vind ik niet zo essentieel. Wat ik echt van bijzonder grote waarde vind, is dat je jezelf kunt zijn.'

Ze is lid geworden van een sociëteit zit bij een literatuurclub, bridget, zwemt, doet vrijwilligerswerk in het bejaardenhuis en nog zo wat dingen. Haar vriend is niet meer begonnen over samenwonen - hij is wijs. 'We zien elkaar elk weekend', zegt Corrie. 'Behalve als ik op pad ben met de sociëteit. Of met de literatuurclub. Ja, ik ben veel en route.'

Dit zijn 'mijn topjaren van heerlijkheid', zegt ze. 'Dit heb ik gekregen omdat ik die stap heb gezet. En die stap heb ik gezet door dat meisje op wie mijn ex-man verliefd werd. 'Je mag haar weleens een bloemetje sturen', zeggen vriendinnen van me.'

Eenzaam

Ook Rene Fokke heeft er nooit een seconde spijt van gehad dat ze is weggegaan bij haar man. In het toilet van haar huurflat hangt een krabbeltje: 'Eenzaam zijn is erg, maar bij iemand eenzaam zijn is verschrikkelijk.' Haar man had een kort lontje, zoals dat tegenwoordig in overheidscampagnes heet. 'Ik was altijd een beetje bang voor die man, op mijn hoede voor zijn stemming.' Rene was als de dood voor ruzie - ze zat als jong meisje in het Jappenkamp, waar je vooral iedereen tevreden moest zien te houden. 'It takes two to tango', zeg ik altijd maar. Ik was een foute partner voor hem. Ik had niet de moed om te zeggen: tot hier en niet verder. Terwijl zijn taalgebruik soms ongelooflijk was. Ik zat in een harnas.'

Hij zei altijd: 'Als je gaat scheiden, zorg ik dat je in de Haagse Beemden op een flatje komt, ik pak de kinderen van je af en je gaat de bijstand in.' En zij, toen nog fulltime huisvrouw, geloofde dat.

Haar man was zorgzaam, lapte zelfs af en toe de ramen, kookte op zondag, 'maar je moest altijd zo verrekte dankbaar zijn'. Ze 'mocht' alles, op voorwaarde dat ze van tevoren toestemming vroeg. 'En dan zei hij altijd eerst nee. Opdat hij de dag daarop, uit de goedheid van zijn hart, kon zeggen: ach, doe toch maar.' Financieel werd ze kort gehouden. 'Ik mocht niet eens als eerste de bankafschriften openscheuren.'

Op haar 46ste kreeg ze een baan, als receptioniste bij het casino. Onbewust werkte ze toen al aan haar onafhankelijkheid. Op een zondag, een jaar voordat ze hun zilveren huwelijk zouden vieren, klapte het tussen hen en kondigde ze haar vertrek aan. Hij stelde nog voor een half jaar ergens anders te gaan wonen en het daarna weer te proberen. Want hij zei: 'Ik had nooit verwacht dat je echt bij me weg zou gaan.' Toen werd ze pas goed kwaad, ja.

Na haar scheiding is ze nooit bewust op zoek gegaan naar een partner. Lachend: 'Smeuïg zijn ze niet meer, op die leeftijd.' Haar moeder, ook gescheiden, zei altijd: 'Een verpleegster of een huishoudster, dat is het enige wat ze willen, op mijn leeftijd.' Dat vond Rene een wat boude uitspraak, 'maar er zit wel iets in, bij oudere mannen.'

Acht jaar na haar scheiding kwam ze een oude buurman uit Almelo tegen, intussen weduwnaar geworden. 'Dat je weer met een man naar het restaurant kon gaan, was toch wel heel leuk', zegt ze. Haar vriend is de rust en het geduld zelve. Een verademing. 'Wat ben je toch bang', zegt hij, als ze treuzelt met optutten, terwijl hij al klaar staat. Ze liet per ongeluk iets bij hem thuis op de bank vallen. 'Had ie maar geen bank moeten worden', zei hij. Wauw, dacht Rene.

Benauwd

Maar samenwonen? Weer permanent rekening houden met een ander? In het begin belde hij haar elke dag om half elf 's ochtends en om half elf 's avonds. Benauwd kreeg ze het ervan. 'Dan dacht ik: waar moet ik het nu weer over hebben?' Hij stelde al heel snel voor te hertrouwen, dan zou Rene zijn pensioen krijgen. 'Als ik om economische redenen bij een man zou wonen, was ik wel bij mijn eigen vent ge-bleven', zei Rene - na haar scheiding is ze 'financieel enorm omlaag getuimeld'. Maar, weet ze, 'geef ze de kost, de vrouwen die zitten te wachten op de dood van hun man. 'Ik ben nu al zo oud, nou blijf ik maar bij hem; krijg ik tenminste het geld nog', zeggen ze dan.' Bitter, ja, om het laatste deel van je leven zo te slijten.

Haar vriend heeft zich erbij neergelegd dat ze nooit meer wil samenwonen. Hij komt bijna elk weekend - maar komend weekend heeft ze iets anders. 'Dat vindt hij dan heel erg. Terwijl: je moet je eigen leven nog een beetje kunnen blijven leiden. Maar mannen hebben daar toch minder schwung in.'

Masculine

Geluk zit in jezelf, weet Lot Rademakers (niet haar echte naam). Af en toe kleedt ze zichzelf mooi aan, kijkt eens rond in haar ruime appartement met overweldigend uitzicht en denkt: Wat zit ik hier toch lekker. Mannen begrijpen dat niet. 'Je kleedt je toch voor een ander?', vragen ze. 'Nee hoor', antwoordt Lot dan, 'ik voel me zo net een prinses. Daar heb ik jou niet voor nodig.'

Haar relaties lopen altijd stuk op haar 'zelfstandige karakter'. Daarom bewaart ze tegenwoordig wat afstand in haar verhoudingen. 'Want als de genegenheid en liefde heel diep zitten, doet het natuurlijk wel zeer als ze afhaken. Mannen hebben liever iemand met wie ze zekerheden hebben. Samenwonen, dat gezámenlijke. Nou, alles gezamenlijk, dat hoeft voor mij niet meer.'

Ze heeft, na een gecompliceerd huwelijk van 24 jaar waar ze zich via scholing en werk heeft uitgeknokt, absoluut geen zin meer in 'dat moeilijke gedoe'. Lot gaat zelfs zo ver dat ze er in een restaurant op staat haar eigen deel te betalen - zo bang is ze voor welke vorm van afhankelijkheid dan ook. Koken voor mannen doet ze sowieso niet. Als er een wil komen eten, graag, maar dan moet hij zelf achter het fornuis. 'Ik heb al die jaren al gezorgd en gekookt, voor mijn man en mijn drie kinderen.' Genoeg is genoeg. 'Jij bent een masculine', kreeg ze een keer te horen. Daar moet ze hartelijk om lachen.

'Ik ben van de generatie: als mijn man en kinderen maar gelukkig zijn, dan ben ik het zelf ook, zegt Lot Rademakers. 'Stel dat ik weer ga samenwonen. Dan kan het zo zijn dat ik er weer intrap. Dat ik weer heel veel ga inleveren. Dat ga ik niet uitproberen. Dat wil ik nooit meer.'

Rene Fokke: 'Ik wil het alleen wonen niet verheerlijken hoor. Jekkes, is dit het nou? denk ik tijdens mijn donkere dagen. Maar als ik me rot voel en het is mooi weer, pak ik de bus en ga ik naar een terras. Dan zit ik daar en kijk ik naar de mensen die voorbijlopen, heerlijk. Dan heb ik het met mezelf echt naar mijn zin.'

Corrie Boers: 'Mijn vriend en ik hebben een fantasie. We weten een heel leuk huisje te liggen, met glas-in-lood-ramen en een erkertje. Ik zou boven kunnen wonen en Ad beneden. Dan kan ik boven bridgen met vriendinnen, terwijl Ad beneden zijn studieboeken leest en later bij mij aanbelt voor een borreltje.'

Maar dat is maar fantasie - het huis is bewoond, zegt Corrie, opgewekt. 'En het kan wel veertig jaar duren voordat het vrijkomt.'

'Ik weet wat mijn man leuk vindt. Ik weet zelfs van welke vrouwen hij houdt. Maar ik heb geen idee wat ik zelf leuk vind'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden