Nooit in de mode

Al 95 jaar zit op een industrieterrein in Utrecht de meubelfabrikant Pastoe. Florerend in de jaren vijftig en zestig, in het slop geraakt in de jaren zeventig, nu terug aan de top en geliefd bij verzamelaars....

De Leather Lounge Chair is een van de topstukken uit de collectie van de Nederlandse meubelmaker Pastoe. Ruim acht jaar heeft de jong gestorven Belgische ontwerper Maarten Van Severen (1956-2005) erop zitten broeden. Uiteindelijk kwam hij op de proppen met een frame van dunne roestvrijstalen buizen waarover een bruine koeienhuid is gespannen. De bekleding bestaat uit drie lappen naturel leer, gesneden uit de huid van één koe, die met grove kruissteken handmatig aan elkaar worden genaaid en met bouten op het frame zijn bevestigd. Aan de rechterkant is een vleugelvormige uitstulping die als armleuning zou kunnen dienen. ‘Dit is een ligstoel die in geen enkel interieur zal domineren en toch meteen opvalt in alle rust en eenvoud’, jubelde de pers bij de lancering vier jaar geleden. De LL04 wordt op bestelling gemaakt, kost 3995 euro en wordt afgeleverd in een speciaal daarvoor ontworpen juten zak.

Een stoel die alles in zich heeft om een klassieker te worden, net als het vintage Pastoe uit de jaren vijftig dat nu populair is tot in New York. Maarre, zit-ie ook lekker? Nou, het gaat. Dat wil zeggen: het leer voelt nogal stug aan. En het zit een beetje kaal, alsof je in de stoel van de tandarts zit. Dat leer wordt na een tijdje vanzelf soepeler, zegt Annemarie Bernasco, marketing- en salesmanager bij Pastoe. ‘Het is een stoel die naar je lijf gaat staan. Er moeten krassen in komen. Het moet jouw stoel worden.’ En je kunt er op allerlei manieren in zitten, doet ze voor: schrijlings, zijwaarts, hangend, de benen onder zich gevouwen. Het ziet er nog steeds niet uit alsof je er een avond Champions Leaguevoetbal in zou kunnen uitzitten.

Directeur Remco van der Voort noemt de vraag of de LL04 lekker zit een ‘gewetensvraag’. Er zijn stoelen die lekkerder zitten, zegt hij na enig aandringen. Maar, zo voegt hij daaraan toe: ‘De LL04 is voor veel mensen meer een object.’ Daarmee raken we een gevoelig punt, want de 95 jaar oude Utrechtse meubelfabrikant Pastoe laat zich juist voorstaan op meubels die behalve mooi ook praktisch zijn. Twee eisen die bij modern design nogal eens met elkaar in conflict raken, waarbij vorm (lees: de ontwerper) het meestal wint van nut (lees: de gebruiker).

Niet bij Pastoe, bezweert Bernasco, die het woord design uitspreekt alsof ze iets vies in de mond heeft. ‘Design is een uitgehold begrip. Ook de Gamma heeft tegenwoordig design.’ Pastoe maakt vormgeving waarbij schoonheid en functionaliteit in balans zijn.

Als een ware Pastoe-apostel loopt ze door de showroom naar de Matrix. Op het oog een simpel strak wandrek dat bij IKEA of bouwmarkt niet zou misstaan. Kijk eens goed, zegt Bernasco. Ze wijst naar de naadloos afgewerkte hoeken en de wit gelakte platen die zonder zichtbare verbinding in de dunne aluminium staanders hangen. ‘Je ziet geen schroefjes, of boutjes, alles is weggewerkt.’ En let nou eens op de 1,28 meter lange plank van de L-serie kast, spoort ze aan. Lange dunne plank, niks bijzonders. ‘Aan de buitenkant niet, nee. Maar in deze plank zit een plaat aluminium die ervoor zorgt dat hij zo dun kan zijn en toch niet doorzakt. Daardoor krijg je die mooie open vlakken. Juist wat je niet ziet, dat is typisch Pastoe.’

Heldere lijnen, kwaliteit en perfectie is wat ze in Utrecht nastreven, zegt Bernasco. Dat heeft zijn prijs. Zoals de Horizontals van Shigeru Uchida uit Japan, het land van de strakke vormgeving waarmee Pastoe zich verwant voelt. Het is een serie van vijf horizontale (cd)kastjes met schuiven ervoor. Een serie kost 3.000 euro. Maar daar heb je dan ook een uniek handgemaakt object voor dat jaren meegaat en in elk interieur past, zegt Bernasco. Want dat wil Pastoe ook zijn: puur, tijdloos, sober. Onmodieus vooral ook. ‘Wij maken meubels die duurzaam zijn, zowel wat betreft materiaal als vormgeving.’ Vergeleken met de Horizontals is de A’dammer, de rolluikkast naar een ontwerp van Aldo van den Nieuwelaar uit 1978, een stuk goedkoper. Maar ook typisch Pastoe, zegt Bernasco. ‘Zo’n kast begint in de woonkamer, verhuist naar de tienerkamer, gaat naar de garage en staat nu weer in de woonkamer van de kinderen. Als een oude wollen jas die onverslijtbaar is en waar je je aan gaat hechten.’

Elk jaar nieuwe meubels kopen, dat is pas echt verspilling. ‘Ik denk dat juist in deze tijd van snelheid en wispelturigheid mensen op zoek zijn naar rust en vastigheid.’

Wispelturigheid kan Pastoe in ieder geval niet worden verweten. De meubelfabriek zit al negentig jaar in Utrecht op een archetypisch industrieterrein: tussen een handel in bouwmaterialen, een metaalbedrijf en de Utrechtse Harley Davidsonclub. De naam staat in kloeke letters op de ouderwetse, schuine fabrieksdaken waardoor licht op de werkvloer valt. Aan de achterkant van het bedrijf stroomt de Vaartse Rijn waar vroeger de boten aanlegden om bomen te lossen. Pastoe heette toen nog UMS, Utrechtse Machinale Stoel- en Meubelfabriek, en maakte klassieke meubels met bol- en krulpoten waarin af en toe een verrassend strak lijntje doorheen liep. In de Tweede Wereldoorlog werd UMS (die een Joodse eigenaar had) ontmanteld.

De naoorlogse periode luidde een nieuw tijdperk in. Het waren jaren van optimisme en wederopbouw. De Stichting Goed Wonen, een organisatie met socialistische wortels, spande zich in voor ‘verantwoord’ wonen. Het pompeuze eiken meubilair moest het raam uit, in plaats daarvan propageerde men lichte interieurs met eenvoudig en strak vormgegeven meubilair.

UMS maakte die. Hoofdontwerper Cees Braakman maakte een studiereis door de Verenigde Staten en kwam terug met nieuwe technieken, en materiaal als triplex, die werden toegepast in nieuwe, lichtere meubels die beter pasten in de kleine huizen. ‘Het bedrijf was visionair’, zegt Bernasco. ‘Tot die tijd kochten mensen hun inrichting als een set: bankstel, stoelen en kasten samen in een stijl.’ Braakman ontwierp meubilair als losse elementen die gemakkelijk te combineren waren. Dat kwam ook terug in de nieuwe naam die de fabriek na de oorlog kreeg: Pastoe, een parafrase van passe partout. Braakman was ook mede-uitvinder van de hoeklijst: het zelfmontage-systeem dat tot op de dag van vandaag zelfs door Ikea wordt gebruikt. Pastoe floreerde in de jaren vijftig en zestig met eigen winkels in Rotterdam, Brussel en Utrecht. Meubilair uit die periode is nu erg in trek bij verzamelaars.

In de jaren zeventig raakte Pastoe enigszins in het slop, om in de jaren tachtig onder leiding van de nieuwe directeur Harm Scheltens weer op te leven. Scheltens bracht Pastoe terug naar de top van de internationale meubelmarkt. De Nederlandse meubelmaker levert aan topzaken in het buitenland en is een geziene gast op internationale woonbeurzen. De Vision, een ontwerp uit 1985, werd uitgeroepen tot ‘Beste kast van 2005’ door het toonaangevende designblad Wallpaper. Wederom een bewijs dat Pastoe zijn tijd vooruit is, zegt Bernasco. Ze wijst naar de wand met een serie rechthoekige kasten die aan de muur lijken gekleefd. ‘Ik heb ze thuis ook. Ik vind het net een schilderij.’ De Vision was de eerste greeploze kast. ‘Mensen vonden het lastig. Waar moet ik dan drukken, zeiden ze. En wordt de lak niet vies? Nu zijn greeploze kasten algemeen aanvaard.’ Toch nog niet helemaal, zo blijkt als een bezoekster van de showroom vruchteloos aan een la staat te trekken. ‘U moet duwen mevrouw’, zegt Bernasco vriendelijk.

Ontwerpers voor Pastoe komen uit Italië, Duitsland, België en Japan. Maar nog steeds worden alle meubels in Utrecht in elkaar gezet. Naast de showroom ligt de fabriek waar de Vision, de Frame, de Matrix, de A’dammer met de hand gespoten en geassembleerd worden. Uitbesteden in lagelonenlanden is geen optie, zegt Bernasco. ‘Dan krijg je nooit de kwaliteit die wij willen. Wij maken maatwerk.’ Het heeft ook zijn voordelen voor de klant. Wie een nieuw deurtje nodig heeft voor zijn Pastoekast kan altijd nog hier terecht.

De huidige werkplaats beslaat maar een deel van de oude fabriek. Het plaatmateriaal komt tegenwoordig op maat gezaagd binnen en hoeft niet meer van een boomstam te worden gemaakt zoals vroeger. De leeg gekomen ruimte, 5.000 vierkante meter in totaal, wordt gebruikt voor de Toonkamer (tot voor kort het Dutch Design Center): expositie- en presentatieruimte voor circa veertig meubelmerken uit binnen- en buitenland, waarvan Pastoe er één is.

Oud-directeur Harm Scheltens heeft de bedrijfsleiding sinds kort overgegeven aan de twee jonkies Bernasco (1970) en Van der Voort (1972). Van der Voort, die bedrijfskunde studeerde, kwam zes jaar geleden als technisch directeur binnen. Thuis heeft hij een A’dammer op de kinderkamer en een Lundiakast in de woonkamer. ‘Maar die had ik al vóór ik hier ging werken.’ Rond de vergadertafel op zijn werkkamer staan drie draadstoelen van Cees Braakman die hij voor 300 euro op Marktplaats heeft gekocht. Een koopje, want ze worden al voor het dubbele aangeboden op internet. ‘Nieuw waren ze destijds 70 gulden.’ Er hoort nog een vierde bij. Die staat in de werkplaats. ‘Het onderstel is zo mooi, we zijn aan het kijken of we daar nog iets mee kunnen doen.’

Van der Voort houdt zich vooral bezig met de technische uitvoering. ‘Ontwerpers komen met een idee. Wij kijken of het ook in serie kan worden gemaakt.’ In alles wat ze maken staat aandacht voor het detail centraal, zegt Van der Voort. Hij geeft als voorbeeld Motion, een recent ontwerp van de Duitse kunstenares Elizabeth Lux.

‘Zij kwam met het idee voor een flexibele kast op wieltjes. Die hebben we eerst gemaakt met losse scharnieren. Dat was niet mooi, want je zag de lijnen van de scharnieren tussen de kasten.’ Na een tijdje puzzelen lieten Van der Voort en zijn mensen een speciaal scharnier maken dat als één lange buis langs de rand van de kast loopt. Nu loopt de lijn van boven tot onder door, laat Bernasco zien in de showroom. Ze trekt een kastje open dat in twee helften uit elkaar lijkt te vallen. ‘De deur is meteen ook opbergruimte. Ik zie zo’n kastje wel in de hal staan. Links de schoenen en rechts je handschoenen.’ Voor Bernasco is Pastoe een mens van vlees en bloed. Een zij: ‘Natuurlijk is het een vrouw. Ik zie haar als een vrouw met een overtuiging en idealen. Iemand die niet met de stroom meedrijft. Ze is praktisch ingesteld, draagt kleren van Jil Sander met daaronder hoge hakken. Gezondheidssandalen mogen ontzettend functioneel zijn, we zijn hier wel bezig met esthetiek.’

En natuurlijk houdt mevrouw Pastoe ook van een beetje comfort. Speciaal voor haar komt er binnenkort een aanvulling op de Low Chair, nog een stoel van Maarten Van Severen. Een schitterend ontwerp, aldus Bernasco. Ranke eenvoud, grafische lijnen, op en top Pastoe. ‘Een stoel die wat mij betreft nu al klassiek is.’ Maar wat zitgemak betreft is de stoel met zijn zitting van polyester wellicht enigszins ontoereikend, geeft zelfs zij toe. Daarom heeft de ontwerpafdeling van Pastoe een kussen bedacht dat je erop kunt leggen. ‘Voor optimaal zitcomfort. Want als je een avond televisie kijkt, wil je natuurlijk ook lekker zitten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden