Nooit helemaal normaal

De vorige keer dat Angelina Jolie een tegenspeler had die zo knap was, kreeg ze kinderen met hem, schreef de Britse krant The Guardian over haar samenwerking met Johnny Depp in The Tourist. Zet twee mooie en bekende mensen bij elkaar en de romantiek spat van het doek. Dat was ongetwijfeld de gedachte van de makers van de film, over een doorsnee wiskundeleraar uit de Amerikaanse provincie die in Venetië valt voor een prachtige onbekende en door haar bij een dodelijk kat- en muisspel wordt betrokken. Naar het schijnt vond mevrouw Depp - de Franse zangeres en actrice Vanessa Paradis - die gedachte zo goed voorstelbaar dat ze van haar vriend eiste dat hij zich uit de film zou terugtrekken.


Maar hoewel Jolie het grootste deel van de film, met een glimlachje om haar mond heupwiegend rondloopt als een Vrouw Die Weet Hoe Mooi Ze Is, hoewel regisseur Florian Henckel von Donnersmark (Das Leben der Anderen) bijna alle bijrolspelers, mannen en vrouwen, naar haar laat omkijken en zelf zijn camera op elke ronding van haar lichaam richt, hoewel Depps personage Frank Tupelo zegt gek op haar te zijn, is er niets in het spel van beiden dat enige chemie verraadt.


Als het Depp was gelukt voelbaar te maken dat zijn sullige leraar mogelijk een assertievere kant heeft, was tenminste duidelijk geweest waarom de onbereikbare schoonheid die Jolie speelt interesse in hem heeft. Op papier zal dat er goed hebben uitgezien, want bij Depp in zijn beste rollen (en dat zijn de meeste rollen die hij heeft gespeeld) loert er altijd iets onder de oppervlakte. Maar in The Tourist is Depp op zijn slechtst te zien, als een man met steeds dezelfde gelaatsuitdrukking, die het midden houdt tussen onnozel en zwaar onder invloed van kalmerende middelen.


Dat is jammer, omdat Depp (47) een veel beter, een veel interessanter acteur is dan dat. Depp is de man van de kleine, excentrieke rollen in de kleine excentrieke films, een grote naam in het niet al te grote arthouse circuit. Die in 2003 ineens een megaster werd door zijn rol als kapitein Jack Sparrow in Pirates of the Carribean, waarvan deel 4 later dit jaar uitkomt. Als het aan de Disney studio's gelegen had, was het nooit zover gekomen. Depp maakte van zijn piratenkapitein een nuffig soort Keith Richards, met kralen in zijn haar en zwaar opgemaakte ogen. Volgens de acteur, in een interview in een recent nummer van Vanity Fair was Michael Eisner, toenmalig topman bij Disney, ervan overtuigd dat hij de film zou laten floppen. 'Zo extreem was het - memo's en stapels papieren, en gekte, en telefoontjes, en zaakwaarnemers, en advocaten en schreeuwende mensen, en dat ik werd gebeld, door, nou, heel hoge Disney-lui, die riepen: wat is er mis met hem? Is hij, zeg maar, een soort rare sukkel? Is hij dronken? En trouwens, is hij homo? Is hij dit? Is hij dat? Nou, en uiteindelijk zei ik tegen die vrouw van Disney die me over al die dingen belde en me die vragen stelde: maar wist je dan niet dat al mijn personages homo zijn? En toen werd ze pas echt nerveus.'


Jack Sparrow maakte van Depp een superster, maar een breuk in zijn carrière is het niet. Johnny Depp begon als de mooie jongen in de televisieserie 21 Jump Street, werd zo chagrijnig van de manier waarop hij als een ding in de markt werd gezet, en voelde zich door de serie zo ingeperkt dat hij er na vier jaar mee ophield en daarna altijd voor rollen koos die hij ten minste deels zelf kon invullen. Veilige keuzes maakte hij niet. Hij speelde vaak merkwaardige personages die toch iets diepmenselijks hadden of dromerige, kwetsbare jongens, zoals de FBI-agent in Donnie Brasco, of de jongen die tegen wil en dank gezinshoofd moet zijn in What's eating Gilbert Grape. Hij was een anti-actieheld, een detective die flauwviel zodra het spannend werd in Sleepy Hollow, een zonderlinge jongen met handen als scharen in Edward Scissorhands, een uitzinnige variant op Michael Jackson als Willy Wonka in Charlie and the Chocolate Factory, een slechte regisseur met een voorkeur voor angora truitjes en dameskleding in Ed Wood, en een onderkoelde maar overtuigende J.M. Barrie, de schrijver van Peter Pan, in Finding Neverland.


Wat vooral veranderde na Jack Sparrow was zijn prestige in Hollywood, merkte Tim Burton, de regisseur met wie hij het vaakst heeft samengewerkt, toen hij het over de casting moest hebben van Sweeney Todd. 'Na Pirates vroeg de studio nog voor ik zijn naam niet vallen: is het niet iets voor Johnny? Ze wilden hem al voor ze hem nog maar hadden horen zingen, dat verbaasde me nog het meest.' En Depp werd inderdaad de zingende seriemoordenaar Todd, een boze man die steeds krankzinniger wordt. Voor Depp lijkt tussen dat soort personages en zijn doodnormale wiskundeleraar een continuüm te bestaan. 'Ik ben altijd gefascineerd door mensen die helemaal normaal gevonden worden, want die vind ik het raarst van allemaal', zegt hij in Variety.


Deel 4 van The Pirates is inmiddels afgerond. De Disney Studio's hebben zich na het succes van het eerste deel met Depp verzoend; naar verluidt heeft hij voor de film de hoogste gage gekregen die een acteur ooit ontving - hoeveel precies is niet duidelijk, er worden bedragen genoemd tussen 55 en 75 miljoen dollar.


Niet slecht voor iemand die gewoon een film wilde maken die zijn kinderen konden zien. En ook niet slecht voor iemand die nooit op zoek was naar commercieel succes. 'Hoewel succes me ook niet tegenstond', zei hij in 2006 tegen Newsweek. 'Wat me tegenstond was ernaar streven en liegen om het te bereiken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden