Noodlijdende meervalkweker spartelt net zoals zijn vissen

Een viskweekproject in Brabant is een fiasco geworden. Subsidie die bedoeld was voor de productie van tilapia, kreeg een andere bestemming. De markt zou kapotgemaakt zijn.

VENHORST - In de eerste bak is niet veel meer te zien dan wat roerig, donker, troebel en warm water. Af en toe schuift een donkere rug door de waterspiegel. Maar in andere bakken gaat het er wild aan toe. Die lijken volkomen vol donkere, worstelende vissenlijven, die het water hoog doen opspatten. Lichtrode brede bekken happen naar lucht.


Het zijn de meervallen van Rick van Melis, viskweker in het Brabantse Venhorst. Hij heeft enkele tientallen van deze bakken, en dat ze zo vol lijken is geen wonder: 'Er zit bijna twee keer zo veel vis in als de bedoeling is.' De bakken zitten zo vol omdat zijn afnemers steeds minder vis meenemen. 'Ik geef nu minder voer, maar groeien doen ze toch.' Langzaam maar zeker groeien de bakken vol. De inhoud bestaat nu voor éénderde uit vis, tweederde water.


Het kweken van meerval, ooit gezien als veelbelovend en ideaal voor bijvoorbeeld boeren die met de landbouw stopten, is in enkele jaren veranderd in een nachtmerrie. Van de twintig kwekers die er zeven jaar geleden nog waren, zijn er maar vier over. Van Melis redt het nog net, maar hij spartelt niet minder dan zijn vissen. 'Bij deze prijzen kan het niet uit', zegt hij. Hij teert in, maakt zijn spaargeld op, kan broodnodige investeringen niet meer doen en stelt betalingen uit.


Van Melis nam het bedrijf over van zijn vader, en kon er uitstekend van leven. Tot 2007, het rampjaar voor de kwekers. Plotseling kwam er een vloed van meerval op de markt. 'We merkten het allemaal', zegt Coen Coumans, destijds ook nog meervalkweker. 'De prijs daalde en er werd minder afgenomen.' Hij heeft zijn bedrijf in 2009 opgedoekt.


Coumans herinnert zich dat hij maandelijks een kleine veertig ton vis verkocht; vanaf januari 2008 waren dat er nog maar tien. De prijs zakte tegelijkertijd van 1,30 euro per kilo tot 50 cent. Zo implodeerde zijn maand-omzet: eerst 50 duizend euro, plotseling nog maar ééntiende daarvan.


Oorzaak: er was een nieuwe producent bij gekomen. Een netwerk van bedrijven en stichtingen, gegroepeerd rondom ondernemer Jan van Rijsingen, had zich volgens de gedupeerde kwekers op de meerval gestort. In twintig jaar was de meervalproductie in Nederland langzaam gegroeid van enkele tientallen tonnen tot 3.500 ton eind 2007. Sinds dat jaar kwamen er in korte tijd enkele duizenden tonnen bij.


Van Rijsingen is een bekend ondernemer in Brabant, met zijn groentebedrijf Rijko. Hij wilde experimenteren met viskweek, met name met tilapia. Om het een succes te maken, moest de productie direct groot worden aangepakt. Hij zocht samenwerking met visverwerkingsbedrijf Anova, wierf kwekers en vroeg subsidies aan via stichting Aquacultuur Zuidoost Nederland.


Het toenmalig ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij legde 925 duizend euro op tafel, van de provincie Brabant en de regio kreeg hij in totaal 1,2 miljoen. Onder voorwaarde dat die subsidie niet werd gebruikt voor bekende kweekvissoorten zoals meerval en paling.


Van deze 2,1 miljoen subsidie ging volgens Van Rijsingen 1,4 miljoen euro naar drie kwekers. Die bouwden daar visbakken van en kochten installaties. Van Rijsingen bevestigt dat die bakken deels nog steeds worden gebruikt voor de kweek van claresse, een meervalsoort. 'Maar het is niet zo dat wij daar financieel beter van zijn geworden. De aanloopverliezen beliepen al met al 4 miljoen euro.'


Er is inderdaad weinig fleurigs te vertellen over de deelnemers aan het tilapiaproject. Viswerker Fishion ging failliet. Van de drie deelnemende kwekers is er één gestopt, één kweekt nu tropische garnalen. En dan is er nog Toon Foolen. Die heeft inmiddels de grootste meervalkwekerij in Nederland, met naar schatting een productie van 1.500 ton. Ook Foolen heeft een groot deel van zijn bakken leegstaan, zegt Van Rijsingen. Foolen zelf wil niet reageren.


Emotie

Dat de 'oude' meervalkwekers hem ervan beschuldigen hun markt te hebben kapotgemaakt, 'die emotie' begrijpt Van Rijsingen wel. Maar dat het met hun meervalkwekerijen slecht afliep, komt niet door zijn tilapiaproject. En ook niet doordat sommige tilapiakwekers naderhand overstapten op meerval. Het kwam door de panga.


'We hebben het hier over de onderkant van de vismarkt. De consument wil een wit stukje vis, zonder veel graten, met een neutrale smaak. Vaak koopt hij dat ook nog in een marinade, dan maakt het helemaal niet meer uit wat eronder zit. Of dat nou pangasius is of tilapia of meerval. Hij weet het vaak ook niet. Maar in die periode kwam er wel 400 duizend ton tilapia uit Vietnam de Europese markt op.'


Bovendien, stelt Van Rijsingen: de narigheid voor de meervalkwekers begon in 2007, terwijl de kwekers uit zijn groep pas in 2009 aan de meerval begonnen.


De procederende (ex-)kwekers zien dat heel anders. Voorheen, zeggen ze, werd ruim 3.000 ton meerval per jaar gekweekt. Toen kwam de gesubsidieerde Van Rijsingen-groep en die produceerde 1.500 ton. Volgens hen begon dat niet in 2009, maar al in 2007.


Die bewering wordt gestaafd door onderzoek van de AID, de voormalige opsporingsdienst van het ministerie van LNV. Die trof eind 2007 al meerval aan in één tilapiabak. In juni 2008 zat de meerval in zes bakken en tekende de AID in een verslag op dat het bedrijf van plan was in september helemaal te zijn overgestapt op claresse, ofwel meerval.


Van Rijsingen haalt er nog steeds zijn schouders over op. Toen die ene bak met meerval door de AID werd ontdekt, is de subsidie met 20 duizend euro verlaagd. En bovendien: 'Als die bak met meerval ergens anders had gestaan, op hetzelfde bedrijf, zou er niets aan de hand zijn geweest.'


De enigen die aan het viskweekproject verdienen, lijken nu advocaten te zijn. Er is al een hele reeks procedures gevoerd. De resultaten zijn niet overduidelijk. De rechter heeft vastgesteld dat claresse een meerval is, en dat is van belang, want meerval mocht niet worden gesubsidieerd. Ook is vastgesteld dat de subsidieregeling verkeerd is toegepast, maar dat was een fout van het ministerie.


Het is onduidelijk of dat betekent dat de subsidie moet worden teruggevorderd. Het ministerie is het niet van plan, de Europese Commissie wel. Maar de subsidieontvanger, de Stichting Aquacultuur Zuidoost Nederland, is twee jaar geleden opgeheven.


Sommige van de gedupeerde kwekers willen een schadevergoeding. Het ministerie van Economische Zaken ziet daartoe geen enkele reden. Anderen procederen met de eis dat de subsidie wordt teruggevorderd. Of ze daarmee de overcapaciteit aan visbakken van de markt krijgen, betwijfelen ze zelf.


Rick van Melis kijkt bedroefd naar een van zijn bakken. Die staat leeg. De bak is lek. Dat gebeurt om de haverklap. 'Maar ik heb geen geld om hem te laten repareren.'


Rick van Melis viskweker


Europa vordert subsidie terug en doet onderzoek naar fraude


De Europese Commissie ligt overhoop met de Nederlandse regering over subsidies die zijn verstrekt aan een groep van viskwekers in Brabant. De Commissie vordert een subsidie van 1 miljoen euro terug, die in 2004 via het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij werd verstrekt. En vorige week besloot de Europese anti-fraudeafdeling OLAF een onderzoek in te stellen naar een subsidie van 340 duizend euro die deze viskwekers in 2011 kregen.


Met de subsidie uit 2004 wilde een groep viskwekers, verwerkingsbedrijf Anova en de handelonderneming van de Brabantse familie Van Rijsingen een productieketen voor tilapia opzetten.Toen de tilapia niet winstgevend bleek, stapten ze over op een meervalsoort, de claresse. Volgens de subsidieregels was dat nadrukkelijk verboden.


Bestaande meervalkwekers werden van de markt gedrukt. Een van de aanvankelijke tilapia-kwekers, Toon Foolen, is nu veruit de grootste meervalkweker in Nederland.


De verdrongen meervalkwekers eisen dat de subsidies worden teruggevorderd. Dat de Europese Commissie het geld terug eist, lijkt een eerste succesje voor deze groep. Het ministerie van EZ zal binnen een week antwoorden op die eis. Het onderzoek van het anti-fraudebureau betreft een subsidie die was verstrekt om claresse-producenten te helpen hun 'nieuwe vissoort' te helpen promoten. Maar de Raad van State stelde vast dat claresse niet is te onderscheiden van de gewone Afrikaanse meerval, en dat het een merknaam is. Europa wil geen merknamen subsidiëren.


Meerval, claresse, troebel water en grote voelsprieten


Er bestaan inheemse meervallen, maar de soort die wordt gekweekt voor consumptie is afkomstig uit Afrika. In het wild wordt deze Afrikaanse meerval anderhalve meter lang en weegt dan 60 kilo, in de Nederlandse kweekbakken wordt hij zelden zwaarder dan twee kilo.


Er zijn vele soorten meerval. De soort waarmee een aantal Brabantse kwekers onder leiding van Jan van Rijsingen aan de slag ging, heet claresse, en zou een kruising zijn van twee andere meervalsoorten. De kwekers en verwerkers van deze soort vonden aanvankelijk zelfs dat je de vis geen meerval meer zou mogen noemen, maar toen hij in vrijwel niets behalve in prijs van andere meerval bleek te onderscheiden, noemde de Raad van State hem definitief een meerval.


De meerval leeft in troebel water. De grote voelsprieten die hem in het Engels de naam catfish bezorgde en die hem een angstwekkend uiterlijk geven, helpen hem in die duisternis. Zuurstofschaarste is geen probleem: de meerval kan dankzij een speciaal orgaan zuurstof uit de lucht halen. Veel voer heeft hij niet nodig: voor 800 gram voer krijg je 1 kilo vis terug. Maar daarvan is wel heel veel kop: slechts 40 procent wordt gegeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden