Noodhulp, pleisters en ambitie

Reportage..

JIJIGA Ze zingen, de mannen met de zakken. Ze zingen om het gewicht minder te voelen en het ritme vast te houden dat nodig is om de vrachtwagen vlot te kunnen laden.

In de zware zakken die zij op de schouders tillen, zit graan. Het is noodhulp, voedsel voor hongerige Ethiopiërs, verspreid door het WFP, het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties.

Zoals dat al een kwart eeuw gaat. Ook de hulpverleners kennen de geschiedenis. Hier in Jijiga, de hoofdstad van de Somalische Regio in Ethiopië, willen ze niet bij naam worden genoemd, bezorgd als ze zijn dat de Ethiopische overheid hun woorden als onterechte kritiek zal uitleggen.

Maar ook hun eigen werk ligt onder vuur. Het WFP zou te snel – te gretig haast – met gratis voedsel komen en te weinig oog hebben voor een structurele verbetering van de landbouw in landen als Ethiopië, die steeds vaker door droogte en dus mislukte oogsten worden getroffen. Wie gratis te eten krijgt, voelt zich niet geroepen zichzelf te voeden.

Een medewerkster spreekt dit tegen. ‘We werken wel degelijk aan langetermijnoplossingen. Maar er is nog een enorme weg te gaan. Natuurlijk voelen we ons soms door falende regeringen gebruikt. Maar moeten we kinderen laten sterven?’ Dan vat zij haar werk treffend samen: ‘Honger is ons mandaat.’

Maar bij de uitvoering van dat mandaat is nooit van een rechttoe-rechtaansituatie sprake. ‘Noodhulp vindt altijd in een politieke context plaats’, zegt Bert Koenders. De Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking is in het gebied op bezoek om zelf te zien hoe hier een deel wordt besteed van de tientallen miljoenen die Nederland jaarlijks in Ethiopië uitgeeft.

In de Somalische Regio is die politieke context zeer complex. Het gebied, zo groot als Frankrijk en Spanje samen, telt slechts vier miljoen mensen, voornamelijk nomaden die zich in leven houden met veeteelt

Ruim dertig jaar geleden stond het bekend als de Ogaden, het woestijngebied dat het buurland Somalië toen poogde in te lijven. Dat is niet gelukt, maar de rust is er nooit helemaal teruggekeerd. Ruim twee jaar geleden pleegde een Ethiopisch-Somalische rebellengroep, het ONLF, enkele aanslagen. Het regeringsleger, dat daar inmiddels – ook over de Somalische grens – verwikkeld was in de binnenlandse oorlog, sloeg keihard terug.

Tot op de dag van vandaag vinden schermutselingen plaats. Die worden begrijpelijker voor wie de naam kent die de inwoners zelf aan hun gebied gaven: West-Somalië. Voor hen vormt de streek een van de ‘vijf punten’ die de Somalische vlag kent: Somalië, Somaliland, Djibouti, de Somalische streek in Noord-Kenia, en dus ook de Somalische Regio.

Achter die vijf punten gaan lange jaren schuil van koloniaal bestuur (door Italië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk), maar ook van Ethiopische trots om de eigen, in Afrika unieke onafhankelijkheid, en van de strijd van diverse volken, waaronder het Somalische, voor zelfbestuur.

Tegenwoordig komt daarbij de zorg om islamistische groepen, zoals Al Shabaab in Somalië. En om het nog erger te maken: in het gebied is vrij recentelijk ook olie gevonden.

Kortom, de zakken noodhulp, niet toevallig afkomstig van ‘The American people’, zijn ook figuurlijk bijzonder zwaar. Los daarvan komen ze van pas, want in de Somalische Regio lijden bijna twee miljoen mensen honger. ‘Pleisters plakken is soms nodig’, zo omschrijft Koenders de humanitaire hulp. ‘Maar we willen meer dan pleisters plakken.’

Rambed is een gehucht op ruim 100 kilometer van Jijiga. Het is minder dan 20 kilometer van de grens met Somaliland, de internationaal niet erkende republiek in het noorden van Somalië. ‘Natuurlijk gaan we steeds de grens over’, zegt een inwoner, Adbullai Abdurahman. ‘Daar wonen immers onze familieleden.’

In zijn eigen streek, officieel dus in Ethiopië, is weinig te vinden. Abdurahman staat bij een wateropslagplaats, waar voor mensen en vee het viesgroene vocht het enige drinkwater vormt. De maïs op de velden in de omgeving komt voorzichtig op, maar kan door aanhoudende droogte alsnog verdorren. Dat is ook de afgelopen jaren gebeurd.

Langetermijnoplossingen zijn dus hard nodig. Koenders meent bij de Ethiopische regering langzaam maar zeker een omslag in het denken te bespeuren. In het autoritaire regime van premier Meles Zenawi, dat leunt op een uiterst traag en strak opererende bureaucratie, komt plaats voor jonge mensen. ‘Die hebben geen last van de oude ideologie en weten wat ze willen.’

Koenders wil deze ‘paradigmawisseling’ steunen. Hij geeft dit jaar geen extra geld aan het WFP, maar trekt wel 2,5 miljoen euro uit voor preventieve maatregelen. Voor de ontwikkeling van de landbouw, met meer ruimte voor eigen initiatieven van de boeren en commerciële investeringen die de oogstopbrengsten flink kunnen verhogen, is volgend jaar 9 miljoen beschikbaar.

Maar Nederland blijft natuurlijk een relatief kleine speler in het Ethiopische krachtenveld. ‘Als we de Ethiopische regering voor iets in beweging willen krijgen’, vertelt een hulpverlener, ‘kaarten we dat aan bij de Amerikaanse ambassadeur hier. Die stelt het dan tijdens zijn regelmatige ontmoetingen met Meles Zenawi aan de orde. En zo komen we verder.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden