ReportageThuiszorg tijdens corona

Noodgedwongen neemt de thuiszorg veel meer taken op zich: ‘Vaak ben je de laatste die nog langskomt’

Verpleegkundige Arjo Verheijen helpt coronapatiënt mevrouw Van de Poll in haar woning in Rotterdam.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Een speciaal thuiszorgteam richt zich in Rotterdam op cliënten met corona. Het zijn zware diensten, maar de onderlinge steun is groot.

Toen Mirthe Zock (23) van het ConForte coronathuiszorgteam in Rotterdam de deur dichttrok bij een van haar cliënten, had ze een ‘ontzettend naar voorgevoel’. Ze had eten en drinken op tafel gezet, maar de zieke, oude man hoefde niks. Ze had een nicht van hem opgebeld, die haar oom via de speaker bemoedigend toesprak.

Zock bood de man aan om hem in bed te helpen, maar hij weigerde. ‘Ik vroeg aan meneer: wilt u nog wel, heeft u nog de moed om te vechten? Hij reageerde niet echt. Die avond heb ik heel bewust afscheid van hem genomen. Ik dacht: dit is de laatste keer dat ik hem zie.’

Toen haar collega Arjo Verheijen (31) de volgende ochtend aanbelde, werd er niet opengedaan. ‘Meneer was wat verward, dus misschien was hij wel naar buiten.’ Maar hij vertrouwde het niet en belde bij een buurvrouw aan. Via haar balkon klom hij op het balkon van de man.

‘Meneer zat aan tafel, ik klopte op het raam. Geen reactie. Zijn hand was wat paarsig, ik zag hem niet ademhalen. Toen heb ik 112 gebeld. Dan komen de toeters en bellen en trapt de politie de deur in. De ambulancebroeders zetten dan in op reanimatie. Maar wat ik vreesde, bleek te kloppen: meneer was al overleden.’

In de regio Rotterdam hebben de zorgorganisaties Laurens, Aafje, Lelie Zorggroep, Humanitas en De Zellingen in april een gezamenlijk coronateam opgericht. Onder de paraplu van de regionale koepel ConForte biedt het team persoonlijke verzorging en verpleging, verpleegtechnische zorg en zorg in de laatste levensfase.

‘Zeker in het voorjaar had de samenwerking een praktische reden, vanwege de schaarste aan persoonlijke beschermingsmiddelen in de thuiszorg’, zegt coördinerend wijkverpleegkundige Nicolien Meijer. ‘Nu ligt de focus veel meer op het zo efficiënt mogelijk inzetten van medewerkers. Met een apart team verklein je bovendien het risico op verspreiding van het virus via de reguliere thuiszorg.’

Plichtsbesef

Niet alle collega’s willen bij coronapatiënten langs, bijvoorbeeld omdat ze zelf tot de risicogroep behoren. Maar Mirthe Zock meldde zich juist direct aan. ‘Ik heb de eed afgelegd om te zorgen. Ik voelde het als mijn plicht, ik heb kennis, kunde, ben jong.’ Ook Arjo Verheijen doet het ‘puur uit plichtsbesef’. Hij werkte tien jaar geleden op de intensive care van een ziekenhuis dat te maken kreeg met een resistente darmbacterie. ‘Ik weet hoe je mensen in isolatie moet verplegen.’

Thuiszorgmedewerker Arjo Verheijen helpt coronapatient mevrouw Van de Poll met haar oogdruppels.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Omdat mantelzorgers, vrijwilligers en familie vanwege het besmettingsgevaar beter kunnen wegblijven, neemt de thuiszorg noodgedwongen veel meer taken op zich dan anders. Dus niet alleen helpen met wassen en aankleden, steunkousen aantrekken, een wond verzorgen, ogen druppelen, maar toch óók ‘even’ een maaltijd opwarmen, of ‘snel’ een wasje in de machine.

‘En vooral volgen we nauwgezet het ziektebeeld’, zegt Arjo Verheijen. ‘We meten de saturatie (het percentage zuurstof in het bloed, red.), we waarschuwen als de huisarts moet langskomen. Een paar keer per week doet zich wel een crisissituatie voor.’

Het thuiszorgteam biedt zo lang mogelijk hulp thuis, ook om de ziekenhuizen te ontlasten. Toch is er een grens aan wat de thuiszorg nog kan doen, bijvoorbeeld als iemand eigenlijk niet meer zelfstandig uit bed kan komen. Dan is het zaak om met cliënten en familie over opname in een ziekenhuis te praten.

Tact

Dat vraagt om tact, want veel mensen zien daar gigantisch tegenop. ‘En áls je dan belt voor een opname, is er vaak geen plaats’, zegt Nicolien Meijer. ‘Soms is de situatie enkele dagen later zó verslechterd, dat mensen alsnog met spoed met de ambulance moeten worden opgehaald.’

‘Vaak ben je de laatste die nog langskomt’, zegt Mirthe Zock. ‘Dat is een lastige positie. Je neemt ook de psychische zorg over. Bij veel mensen merk je de radeloosheid, de angst. Anderen zeggen: je moet toch érgens aan doodgaan, dan maar zo. Dat doet wel iets met je.’

Sinds april heeft het ConForte coronathuiszorgteam 345 klanten geholpen. Van hen zijn er 25 thuis overleden. Zeventig zijn naar een zorghotel, verpleeghuis of ziekenhuis gegaan. En gelukkig zijn er ook mensen opgeknapt.

De zware diensten en het personeelsgebrek eisen hun tol. Een regulier bezoekje van twintig minuten kost geregeld een uur. Bellen met de apotheek over medicatie. Overleg met familie. Bij de gemeente aandringen op extra hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo). Regelen dat er een ziekenhuisbed komt.

Thuiszorgmedewerker Arjo Verheijen helpt mevrouw Van de Poll.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Heftige situaties

Twee weken geleden was het zó druk, Arjo Verheijen rende alleen maar van de ene naar de andere heftige situatie. ‘Als ik na zo’n week met dubbele diensten thuiskom, lig ik alleen maar op de bank Netflix te kijken. Dan zijn lichaam en geest gebroken. Nu ik het je zo vertel, zou ik wel kunnen huilen.’

Ook Mirthe Zock ervaart veel stress en druk. ‘Ik heb al heel veel over crisissituaties gepraat, zonder dat het me veel deed. En nu denk ik opeens: zó! Het besef komt nu binnen, heel bizar.’

De keuze voor het coronateam betekende de afgelopen maanden ook een sociaal isolement. ‘De buitenwereld bestempelt je toch een beetje als vies en eng’, ervaart Nicolien Meijer. ‘Ik heb vrienden die zeggen: ik vind je echt een schat, maar je komt voorlopig niet langs. Natuurlijk baal ik ervan, maar ik snap het wel.’

Nu de tweede golf in alle hevigheid toeslaat, zeker in Rotterdam, baalt Verheijen dat het alleen om de verpleeghuizen en de ic’s lijkt te draaien. ‘Geen woord over de thuiszorg. En je hoort voortdurend dat het zorgpersoneel pauze heeft gehad. Ik zou niet weten wanneer onze pauze is geweest.’

Gelukkig hebben de teamleden enorm veel steun aan elkaar, benadrukken ze. En ze zouden het zo weer doen. ‘Ik heb het laatste half jaar zóveel geleerd en zoveel waardering ervaren’, zegt Mirthe Zock.

Arjo Verheijen beaamt het. Zijn moeder kookt voor hem als hij dubbele diensten draait, vrienden gaven hem een fles whisky, kaas en worstjes cadeau om te ontspannen. ‘Ik heb met een psycholoog van mijn werk gewandeld om over alle emoties te praten. Daar was ik echt aan toe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden