Noodfonds is laatste reddingsboei

Dat Spanje bij het Europees noodfonds ESM zal aankloppen om zijn banksector te redden, staat voor steeds meer EU-ambtenaren als een paal boven water. Achter de schermen wordt het verzoek al voorbereid.

Wanneer vraagt Madrid het noodfonds om de lening?

Als Madrid weet hoeveel het moet vragen. De Spaanse regering heeft twee onafhankelijke bureaus verzocht de hele financiële sector door te lichten. De problemen bij Bankia, de bank die Madrid onlangs 19 miljard euro steun vroeg, staan immers niet op zichzelf. Naast het eigen onderzoek, waarvan de resultaten in de tweede helft van juni worden verwacht, presenteert het Internationaal Monetair Fonds maandag een rapport over de onderkapitalisatie van de Spaanse banken. In Brussel en Madrid lopen de ramingen uiteen van 40- tot 120 miljard euro.


Hoe wordt een Spaans verzoek afgehandeld?

Snel, want de tijd dringt. Direct nadat de Spaanse regering het verzoek officieel indient bij de voorzitter van de Eurogroep, onderzoeken de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en de Europese Bank Autoriteit (EBA) óf en onder welke voorwaarden een lening verstrekt kan worden. Ten eerste moet overtuigend worden aangetoond dat noch de Spaanse financiële sector, noch de Spaanse overheid de gezochte miljarden kan verschaffen. Het noodfonds is de laatste reddingsboei.


Een lening uit het fonds moet voldoen aan de Europese regels voor staatssteun. Zo mag ze geen concurrentievervalsing veroorzaken. Banken die gebruik maken van de hulp, worden gedwongen tot herstructurering. Verder wordt het toezicht op de betrokken banken aangescherpt. Inspecteurs van de Commissie, de ECB en de EBA controleren regelmatig ter plekke of de geholpen banken hun afspraken nakomen.


Wie beslist uiteindelijk over het verlenen van de steun?

De ministers van Financiën van de eurozone. Zij moeten met unanimiteit een voorstel tot lening van het noodfonds goedkeuren. De ministers beslissen niet alleen over de omvang van de lening maar ook over de precieze voorwaarden waaronder die verstrekt wordt.


Gezien de gevoeligheid bij de kiezer, zal een aantal van hen aandringen op zo scherp en duidelijk mogelijke criteria. Minister De Jager van Financiën benadrukte donderdag dat Nederland er belang bij heeft dat Spanje overeind blijft, omdat Nederlandse banken daar veel geld hebben uitstaan.


Gezien de voorbereiding die al in gang is gezet kan een Spaans verzoek snel worden gehonoreerd. Betrokkenen verwachten dat de hele procedure niet meer dan een week in beslag hoeft te nemen.


Griekenland, Ierland en Portugal werden onder curatele gesteld nadat ze hulp uit het noodfonds kregen. Waarom Spanje niet?

Omdat - op verzoek van de regeringsleiders - de regels voor de steunverlening inmiddels zijn verruimd.


Toen Athene, Dublin en Lissabon in 2010 om een lening vroegen, kon het noodfonds die alleen onder zware budgettaire voorwaarden verstrekken. Het land in kwestie verloor feitelijk de macht over zijn begrotingsbeleid. Bij Griekenland en Portugal was daar ook veel voor te zeggen - beide landen kampen met grotere problemen dan louter bancaire. Ierland daarentegen werd net als Spanje omver getrokken door zijn banken.


Om sneller in te kunnen grijpen én om te voorkomen dat landen hulp afhouden vanwege de bevoogding - maar ondertussen wel de eurozone in gevaar brengen - gaven de regeringsleiders het noodfonds in 2011 de mogelijkheid gerichte steun aan banken te verlenen. De toets daarop is aanzienlijk lichter dan die voor een volledige reddingsoperatie van een land.


Wie draait op voor de kosten als de Spaanse banken de lening niet kunnen terugbetalen?

In eerste instantie de Spaanse belastingbetaler. Spanje is verantwoordelijk voor de lening; de geldschieters houden nauwkeurig in de gaten of Madrid een verantwoord financieel beleid voert, zodat de terugbetaling geen gevaar loopt.


Mocht ook de Spaanse staat failliet gaan, dan slaan de verliezen neer bij de eurolanden die het noodfonds van kapitaal voorzien. Oftewel: bij de Nederlandse, Duitse, Franse etc. belastingbetaler.


Waarom heeft Spanje überhaupt hulp nodig?

De Spaanse banken hebben afgelopen tien jaar massaal leningen verstrekt voor huizen, kantoren, golfbanen, vliegvelden, operagebouwen en andere (vaak speculatieve) onroerendgoedprojecten. Dat resulteerde in een bouwbubbel van megaformaat, waarin vraag en aanbod elkaar opjoegen. De krediet- en de eurocrisis hebben de bubbel uiteen doen spatten. Het gevolg is dat veel banken nu aan de grond zitten, met grote portefeuilles vol onverkoopbare huizen en waardeloze stukken bouwland. De staat kan maar mondjesmaat bijspringen; Spanje kampt met een recessie en een recordwerkloosheid. De rente die Madrid voor leningen moet betalen nadert de kritisch geachte grens van 7 procent. Kortom: een onhoudbare situatie.


Is de crisis in Spanje voorbij als de Spaanse banken zijn geholpen?

De herkapitalisatie van zwakke banken zal zeker enige rust geven maar de kans bestaat dat ze de financiële markten niet overtuigt. De oorzaken van de Spaanse malaise liggen immers dieper: een gebrek aan concurrentiekracht, gebrek aan banen, regio's die te veel uitgeven. Daarbij verhoogt de lening uit het noodfonds de staatsschuld. Blijven de markten sceptisch, dan zal de rente die Madrid moet betalen niet omlaag gaan en bestaat de mogelijkheid dat het opnieuw naar het noodfonds moet. Nu voor een echte reddingsoperatie, met volledige curatele.


FITCH VERLAAGT KREDIETWAARDIGHEIDSSTATUS SPANJE

Ratingbureau Fitch heeft zijn waardering van Spaanse staatsobligaties donderdagavond met drie 'graden' verlaagd van A naar BBB. Dat is net boven de junkstatus. Fitch rechtvaardigde het besluit met een verwijzing naar de precaire positie van de Spaanse banken. De kredietbeoordelaar meent dat de Spaanse banken 60- tot 100 miljard euro noodhulp nodig zullen hebben om hun grote verliezen op vastgoedkredieten op te vangen. Als de Spaanse overheid die herkapitalisatie moet financieren, stijgt de staatsschuld fors, redeneert Fitch. Het bureau verwacht bovendien dat de recessie in Spanje nog zeker een jaar aanhoudt.


De afwaardering volgt kort nadat Spanje 2,1 miljard euro heeft opgehaald met een veiling van langlopende staatsobligaties. Het rendement op staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar daalde na de veiling licht naar 6,04 procent. De vraag naar de Spaanse schuldpapieren bleek groot.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden