Nonverbaal

Na de Tweede Wereldoorlog kwam onder invloed van de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers een vorm van psychotherapie in zwang die 'non-directieve therapie' werd genoemd....

De enige activiteit die de therapeut mocht verrichten, was 'spiegelen'. Door herhalen, samenvatten en reflecteren hield de psychotherapeut de cliënt als het ware een spiegel voor, waardoor deze zelf tot allerlei inzichten kon geraken zonder inmenging of beïnvloeding door de therapeut.

Aan deze werkwijze lagen allerlei prijzenswaardige democratische idealen ten grondslag, zoals gelijkwaardigheid en zelfbeschikking. De therapeut besliste niet wat goed of slecht was voor de cliënt, deze deed dat zelf. De cliënt was zelf verantwoordelijk voor zijn leven en wanneer hij door de reflectie van de therapeut tot groter inzicht kwam in zijn leven, dan was dat zijn eigen werk, waarbij de therapeut alleen maar 'facilitator' was.

Deze ideeën hadden grote invloed in de wereld van de hulpverlening en strookten beter met de tijdgeest dan de psychoanalyse met haar autoritaire duidingen.

In de jaren zeventig drong dit gedachtengoed ook binnen in huisartsenland. Op de net opgerichte huisartsopleidingen en in nascholingscursussen werd de bij de therapievorm passende gesprekstechniek uitgebreid onderwezen door daarvoor speciaal aangestelde psychologen. Kern van de techniek was dat de dokter zich onthield van beïnvloeding. De patiënt moet immers zelf bepalen wat hij wil vertellen en wat hij met zijn leven aan moet.

Vragen worden zodanig geformuleerd dat ze als open uitnodiging worden opgevat (Wat is de reden van uw komst?). Kernbegrippen worden zo neutraal mogelijk herhaald, samenvattingen zijn niet tendentieus. De arts tracht zo goed mogelijk te begrijpen en te herhalen wat hij hoort zonder dat hij zijn eigen mening verraadt.

Bij dit westers idealisme werd wijsheid uit het Oosten miskend. Sinds Pavlov honden liet watertanden door de etensbel te luiden, kwam van daar de theorie van de conditionering. Conditionering is een ander woord voor leren door beloning.

Dit kan geheel buiten het bewustzijn om tot stand komen. Een groot aantal experimenten heeft aangetoond dat door beloning, ook wel bekrachtiging genoemd, opvallende resultaten zijn te bereiken. Wanneer een experimentator in een therapiegesprek goedkeurend 'Hm, hm', zei, iedere keer wanneer de patiënt een werkwoord bezigde, gebruikte die patiënt aan het einde van het gesprek significant meer werkwoorden.

Bij andere experimenten werd als bekrachtiging bijvoorbeeld het woordje 'goed' gebruikt of een hoofdknik, een glimlach, enzovoort. Door deze voor de patiënt onbewuste conditionering 'leerde' deze vaker bijvoorbeeld dieren te noemen, over zijn moeder te praten, 'ik' of 'wij' te noemen, positieve of negatieve oordelen over zichzelf te geven en bepaalde politieke uitspraken te doen.

Patiënten letten bij hun verhaal als regel scherp op het gezicht van de dokter. Dus een beïnvloeding door de dokter is onontkoombaar. Deze is mogelijk zonder dat één van de partijen zich ervan bewust is.

Zo is het mogelijk dat een arts een patiënt geruststelt zonder dat de kwaal waar deze bang voor is, expliciet aan de orde komt. De patiënt vertelt klachten en 'ziet' aan het gezicht van de dokter dat deze daardoor niet verontrust raakt.

In dit nonverbale gedeelte ligt de betekenis verborgen van raadselachtige dokter-patiënt communicaties. Patiënt vertelt klachten, dokter zegt: 'Hm, hm', patiënt vertrekt tevreden met recept voor pillen die hij niet gaat innemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.