Nonet is leuk maar vereist wel een drive

Noem nooit je ensemble naar een sponsor. Voor je het weet, trekt die zich terug en wordt je eigen naam je een blok aan het been....

Jaco Mijnheer

Het NOG Ensemble voorziet in de behoefte van een tiental overwegend jonge musici om kamermuziek te maken, een discipline die bij professionals maar al te vaak tussen de wal en het schip terecht komt. Ook van de ensembleleden geeft een enkeling, zoals klarinettist Lars Wouters van den Oudenweijer, hier en daar een recital als solist, maar de meesten zoeken emplooi in orkesten of aan conservatoria.

Dat die combinatie niet altijd werkt, blijkt uit het feit dat succesvioliste Janine Jansen deelname aan het NOG Ensemble heeft opgegeven voor haar solocarrière.

Het optreden dat het ensemble in het Concertgebouw gaf in de serie Jonge Nederlanders maakte duidelijk dat het binnen afzienbare tijd een belangrijke keuze zal moeten maken. Om de top van het Nederlandse muziekleven te bereiken, zal het gezelschap met uitdagender programma's moeten komen en de mogelijkheid van gevarieerde bezettingen volop uitbuiten. Traditionele concerten als dat van dinsdag zullen het uiteindelijk veroordelen tot een rustig bestaan in regionale schouwburgen die te klein zijn om symfonieorkesten te ontvangen.

In klassieke nonetbezetting (vier strijkers, vijf blazers) en gestoken in rokkostuum en avondjurk maakte het NOG Ensemble er een weinig opwindende avond van. Lutoslawski's nietszeggende Danspreludes uit 1954 en het als klapstuk geprogrammeerde Nonet in Es van de conformistische negentiende-eeuwse organist Rheinberger zijn gewoon geen sterke stukken.

Dit geldt niet voor het werk waarmee geopend werd, Dvoráks Serenade in d, maar de hoge strijkinstrumenten (die in de originele bezetting niet voorkomen) vielen in het arrangement van het ensemble regelmatig buiten de boot. Violiste Hebe Mensinga leek niet erg geïnspireerd en produceerde in het slotdeel een behoorlijk onzuivere solo.

Het was zeker hoorbaar dat de leden van het NOG Ensemble goed op elkaar ingespeeld zijn: af en toe ontstond een fantastische menging van kleuren, die de aanwezigheid van een warme zangstem deed vermoeden. Maar de echte drive ontbrak. Omdat het speelplezier beperkt bleef tot enkele besmuikte glimlachjes, besloten de musici er dan maar op kracht iets van te maken. Daarbij was contrabassist Wilmar de Visser de meest gedrevene en dat had vaak nadelige gevolgen voor de balans. Nonet spelen is leuk, maar dat simpele gegeven is op den duur niet voldoende om het publiek te blijven boeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden