Nomade

Zangeres Beatriz Aguiar werd geboren in Uruguay en ontdekte in Amsterdam een nieuw universum van culturen. Ze zijn te horen op haar nieuwe album.

Ze is een wandelende smeltkroes: zangeres Beatriz Aguiar is geboren in Uruguay, maar heeft zo veel stijlen van over de hele wereld in zich opgenomen dat haar gepassioneerde liedjes het best omschreven kunnen worden als Beatriz Aguiar-muziek. Hoe mooi en puur die klinkt, is te horen op haar nieuwe cd, die niet voor niets Nomade heet.


Aguiar: 'Ik ben verliefd op Amsterdam, op de regenboog aan culturen die je hier ziet. Hier heb ik een nieuw universum ontdekt en ik leer elke dag iets bij.'


Net als op haar vorige cd Mi Canción (2006), werkt ze op Nomade samen met de muzikanten die ze heeft ontmoet sinds ze in 1989 naar Nederland kwam: de Argentijnse pianist Juan Pablo Dobal, de Colombiaanse percussionist Jaime Rodriguez, pianist Randal Corsen uit Curaçao en bassist Pablo Nahar uit Suriname. Ze overstijgt moeiteloos grenzen. 'In het buitenland kun je experimenteren met je eigen traditie door de interpretaties die andere volkeren eraan geven. Die maken je rijk.'


Reizen

'Omdat ik zelf een gemengde achtergrond heb - mijn voorouders komen uit Spanje, Sicilië en de Canarische Eilanden - ben ik me gaan verdiepen in de reizen die muziek sinds de 19de eeuw heeft gemaakt. Iedereen kent de Afrikaanse en Spaanse invloeden op de Zuid-Amerikaanse cultuur, maar er wonen bijvoorbeeld ook veel Italianen in Uruguay. Families die elke zondag bij elkaar komen om pizza en pasta te eten. En vergeet niet dat er, voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, veel Oost-Europeanen naar Zuid-Amerika zijn gekomen. Als je dat allemaal wilt ontdekken, is dat een flinke rugzak.'


Het is de zee, concreet en als symbool, die al die liederen en dat heimwee met elkaar verbindt. De zee vormt ook een belangrijk thema in de veelal door Aguiar geschreven teksten op Nomade. Ze is ook beeldend kunstenares, afgestudeerd aan de Rietveld Academie in Amsterdam, en haar schilderijen zijn meestal studies in blauw.


'Blauw is de kleur van het onderbewustzijn, het gevoel en de droom, waarin je belangrijke informatie krijgt over je geest. En het is de kleur van zee, die niet alleen vanwege haar schoonheid een inspiratiebron is. De zee staat ook voor verdriet en afscheid. Het afscheid van de immigrant die zijn familie misschien nooit meer zal zien. Mijn geboortestad, Montevideo, ligt aan zee.'


De zee is ook een gevaar, wat Aguiar bezingt in het traditionele Genovese nummer over de Sirio, een schip dat in 1906 verging met 350 immigranten aan boord, op weg naar Zuid-Amerika. Het is een van de drie uit het Italiaans vertaalde teksten op de cd, naast die van de Sardijnse dichters Antonio Mura Ena en Luigi Marielli. 'In de tango zitten veel elementen uit Zuid-Italië, en ik heb veel tango in me. Die improviserende manier van zingen hoor je ook in de flamenco. Daar wordt die vaak begeleid door de cajón, een pakkist die als percussie-instrument wordt gebruikt. En die komt weer uit de Afro-Peruaanse slaventraditie of de Indiaanse muziek.'


Aguiar zingt niet alleen gedichten, ook haar eigen woorden zijn poëtisch. Hiermee past ze in de traditie die de Latijns-Amerikaanse liedkunst zo bijzonder maakt: de melodieën zijn meestal relatief simpel, de teksten hebben veel diepgang. Toen ze als klein meisje in Uruguay naar de muziekschool ging, zong ze werk van de grote Spaanse dichter Federico García Lorca. Zo ontstond een verbinding tussen hogere en volkscultuur die vanzelfsprekend werd gevonden.


Thuis

Hoewel Aguiar zich goed voelt in Nederland en er gretig reist, mist ze haar land ook. 'Je ruikt het als je terugkomt. Dit is mijn thuis, hier spreken ze mijn taal.' Daarom staat op haar beide cd's ook een eerbetoon aan de candombe, de enige inheemse muziekstijl van Uruguay, met een duidelijke Afrikaanse achtergrond.


De candombe heeft weinig te maken met candomblé of santería, de Afrikaans-katholieke religie die zoveel aanhangers heeft in Cuba en Brazilië. Het nummer Ulululu Bambo wordt in het boekje van het nieuwe album wel geïllustreerd met een foto van de santería-godin van de zee Yemanja, die in Uruguay wordt vereerd. 'Ik kan niet zomaar met iedereen candombes spelen. Daarvoor zijn de ritmes te complex. Ulululu Bambo heb ik in Montevideo opgenomen, met plaatselijke muzikanten. Ik speel het ook elders, maar daarvoor laat ik altijd de traditionele trommels overkomen. Dat moet.'


Beatriz Aguiar: Nomade. Felmay Records.


Veelgevraagd

Beatriz Aguiar is als lead- en achtergrondzangeres actief geweest voor een van de beste Latin-orkesten van Nederland: Rumbatá en de 'xl-versie' Rumbatá Big Band. Ze is te horen op de cd's Cuatro Estaciones de América Latina, Rumbatá Big Band Goes Colombia en Patria y Bandera. Op het laatste album zingt ze een duet met de Cubaanse ster Isaac Delgado. Verder heeft ze gewerkt met de Nederlandse jazz-zangeres Laura Fygi voor The Latin Touch, de plaat waarop Fygi haar eveneens Uruguayaanse roots verkende.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden