Noise voor alle leeftijden

The Smell in Los Angeles is een club die draait op vrijwilligers. Alcohol wordt niet geschonken, een leeftijdsgrens is er niet....

‘Kom je voor The Smell? Dan moet je aan de andere kant zijn, de achterdeur is de ingang. Maar het duurt nog wel een uurtje voor er iemand is. Heb je misschien wat kleingeld, ik heb maar twee dollar en moet nog eten.’ De man die zich voorstelt als Frank loopt nog even mee naar de achterkant van het huizenblok aan Main Street in Los Angeles. We zijn niet ver verwijderd van de buurt die aangeduid wordt als Skid Row, ‘de aan lager wal straat’, de wat ongure rand van het ’s avonds toch al niet erg uitnodigende downtown LA.

Als de rolluiken op vrijdagmiddag zes uur naar beneden gaan, maken winkeliers en kantooremployés zich uit de voeten. Vertier moet in deze stad elders worden gezocht. Althans zo was het tot enkele jaren geleden. Sinds enige tijd maakt dit deel van Main Street, tussen de tweede en de vierde straat, een opleving door. Er is een trendy ogend oosters eethuisje, een hippe pizzeria waar elektronische muziek op de achtergrond pruttelt, en om de hoek zit een luxueus etablissement waar bezoekers in deftige avondkleding hun auto’s door personeel laten wegrijden.

‘Dat zit er allemaal pas een paar jaar’, weet Frank. ‘Het begon allemaal met hun.’ Hij wijst naar een verroest rolluik dat de ingang van The Smell moet voorstellen. Je zou het niet zeggen, maar dit kleine onooglijke pand geldt sinds enige tijd als een van de belangrijkste broedplaatsen voor nieuwe Amerikaanse rockmuziek. Bands als No Age, Health en Abe Vigoda dringen met hun weerbarstige snoeiharde rockvarianten langzaam ook buiten Los Angeles door en maken van de stad weer een voorname speler in de avant garde van de rock ’n roll.

‘Met die muziek die hier wordt gespeeld heb ik niks’, zegt Frank, ‘maar de mensen die er werken zijn aardig voor me, net als de bezoekers. Ik help ze een beetje met vuilnis en zo en zij geven me wat te eten. Sinds zij hier zitten, komen er steeds meer jonge mensen naar deze buurt, ook om te wonen.’

De Skid Row van weleer is langzaam veranderd in een Gallery Row. En Jim Smith beaamt dat The Smell hierin een belangrijke rol heeft gespeeld. Smith is uitbater van de club die hij tien jaar geleden begon, aanvankelijk in North Hollywood. ‘Tien jaar geleden werden in LA in korte tijd een paar belangrijke concertzalen gesloten. Van die kleine clubs die elke avond ruimte boden aan nieuwe, onbekende en vooral compromisloos spelende rockbands. Een zaal als de Jabberwocky waar Nirvana ooit speelde, daarin ben ik groot geworden, en ik wilde die traditie voortzetten.’

Smith (39) begon tien jaar geleden met wat vrienden een zogeheten all ages venue, een zaal toegankelijk voor iedereen, waar geen alcohol werd geschonken. Noodgedwongen moest The Smell (zo genoemd vanwege een aanpalend koffiehuis dat Aroma Café heette) verhuizen, en het enige betaalbare waar Smith op stuitte, bleek een verlaten pand aan Main Street waarin ooit een Mexicaanse groenteboer was gehuisvest.

‘Echt een onmogelijke buurt hier indertijd’, zegt Smith die zojuist met hulp van al wachtende bezoekers het krakende rolluik omhoog heeft geduwd. De entree oogt als een knus café. Er staan banken, rechts staat een gevulde boekenkast, links is de bar. Dat wil zeggen een kastje met daarop wat flesjes water. Koffie, thee, water en snoep kosten een dollar, de entree is met slechts vijf dollar evenmin hoog.

The Smell wordt gerund door vrijwilligers. Ook Smith heeft overdag gewoon een baan (bij een vakbond) en doet The Smell erbij. Soms wel vijf avonden in de week spelen hier vier bands. Met de opbrengst van maximaal tweehonderd bezoekers per avond betaalt hij de vaste lasten en het onderhoud.

Punk wil Smith de overheersende muziekstroming in The Smell niet noemen maar hard, snel en schreeuwerig, ja, die lading dekt het gemiddelde aanbod hier wel. ‘Noise en experimentele rock, dat is het label dat aan The Smell hangt, en daarin kan ik me best vinden. Maar wat bands en muzikanten die hier spelen vooral bindt, is de behoefte anders te klinken. De succesvolste bands hiervandaan, No Age en Abe Vigoda, klinken niet zozeer alternatief, maar vooral anders. De kids die hier komen, willen iets horen of doen waarvoor ze nergens anders terecht kunnen. En de meesten die hier komen kijken en luisteren, beginnen vervolgens zelf een band.’

Dat kan Juan Velazquez (22), gitarist in Abe Vigoda, beamen. Toen hij op de middelbare school zat, hoorde hij op een lokaal radiostation veertig minuten van Downtown LA vandaan voor het eerst over de club. ‘Klonk heel mysterieus: een zaal voor alle leeftijden waar noise was te horen. Ik was in die tijd helemaal geobsedeerd door Sonic Youth dus dat leek me wel wat. We gingen altijd wanneer we konden. Het podium in The Smell is zo laag dat de bands snel een worden met het publiek. Publiek en artiest waren een met elkaar, dat vond ik heel cool. Ik zag toen vaak The Wives, waar later No Age uit is voortgekomen. We raakten aan de praat, zij introduceerden me weer bij anderen en voor ik het wist, zat ik in een band. Door een band als No Age, gewone aardige jongens die snoeiharde maar toch vrolijke muziek maken, wilde ik het ook zelf gaan doen. In een band spelen, daar ging het me om, en het ultieme doel was aanvankelijk zelf in The Smell mogen optreden.’

Dat lukt je niet zomaar. Smith zegt zelf nauwelijks de boekingen te doen, hij vult alleen de kalender in. Wie in The Smell wil spelen moet deel uitmaken van wat Smith de community noemt. Dat wordt je door er veel te komen, en vrijwilligerstaken op je te nemen. Bands treden op op voorspraak van andere bands. Velazquez en andere leden van Abe Vigoda raakten bevriend met No Age, en mochten op hun uitnodiging in The Smell debuteren.

Het duo No Age is voor de naamsbekendheid van The Smell heel belangrijk geweest. Smith: ‘Dean en Randy komen hier al jaren, eerst als bezoekers en later als muzikant in The Wives en No Age. Ik heb ze letterlijk volwassen zien worden, en zie nu met een band als Abe Vigoda hetzelfde gebeuren. Gisteren zag ik ze hier in het voorprogramma van Vampire Weekend voor tweeduizend man publiek. Dat vervult me met trots.’

Juan Velazquez zegt bijna alles wat Abe Vigoda heeft bereikt aan The Smell te danken te hebben. ‘Niet alleen hebben we er geloof ik wel honderd keer gespeeld. We hebben er ook alle contacten gelegd. En we leerden alles zelf te doen. We brachten onze eerste plaatjes uit bij Ol Factory, het label van The Smell en kregen aanbiedingen van buiten. Via de jongens van No Age kwamen we in contact met landelijke distributeurs, die kenden weer mensen in Engeland die enthousiast werden, en nu ben ik al op het punt dat ik denk: wow, nog even en ik kan er mijn beroep van maken.’

Abe Vigoda is na No Age de tweede band uit de Smell-scene die een contract tekende met een internationaal opererend label. No Age tekende begin dit jaar bij het vermaarde Sub Pop, en Abe Vigoda brengt hun in Nederland volgende week te verschijnen tweede album uit bij Bella Union, dat onder meer The Dears en Midlake onder contract heeft.

Net als de door een dekmantel van noise omhangen powerrock van No Age, is de muziek van Abe Vigoda sterk schatplichtig aan punk. Het tempo in de songs ligt hoog, de zang is bijna hysterisch en de gitaarriffs buitelen over elkaar heen. Maar Abe Vigoda voegt met bijna tropisch en Afrikaans aandoende gitaargeluiden iets eigens toe aan het punk-metier.

Velazquez: ‘Zoals alle Smell-bands zijn we erg door Sonic Youth beïnvloed, maar ik hoor ook van die jaren zestig surf-gitaren en vooral van de manier waarop dat geluid later door popgroepen als de B-52’s en de Pixies in hun muziek werd geïmplanteerd. Die snelheid in onze liedjes is er een beetje ingeslopen. Elke keer als we een nummer af hebben, proberen we het twee of drie keer zo snel te doen. Allemaal ingegeven door de angst dat we gewoon zouden klinken. We hebben als uitgangspunt nu eenmaal dat geen van onze nummers op een bestaand liedje mag lijken.’

Een houding waarvan Jim Smith vindt dat die Smell-bands typeert. En net als No Age nu eigenlijk te groot is voor zijn zaal verwacht hij ook Abe Vigoda niet vaak meer als band te kunnen verwelkomen. ‘Die jongens komen hier, brengen een plaatje uit op ons label, beginnen zelf een label en stappen zo volledig ingewijd de buitenwereld in. Dat vind ik heerlijk om te zien, en ik merk dat No Age en Abe Vigoda een goede voorbeeldfunctie hebben, omdat ze laten zien dat je best alles zelf kunt doen en niet met je muziek langs platenlabels hoeft te leuren.’

Velasquez: ‘Dat hele Do It Yourself-idee is natuurlijk niet nieuw, maar in Los Angeles leek het wel een beetje verdwenen. Het idee was: een band beginnen en zorgen dat je een platencontract krijgt, zodat je een cd kunt uitbrengen. Wij willen vooral zoveel mogelijk spelen en platen maken die concertgangers als souvenir kunnen aanschaffen. Daarom zweren wij en andere Smell-bands bij het oude vinyl als medium. Seven inch-singles en elpees, waar je mooie hoezen bij kunt ontwerpen. Het mooist zou het zijn als zo’n plaat na vijfhonderd stuks of zo helemaal uitverkocht zou zijn, maar dan zitten jullie in Europa weer zonder, en daar wil ik toch ook eens spelen.’

No Age maakte eerder dit jaar al de oversteek en komt dit najaar weer terug voor enkele Nederlandse optredens. No Age-gitarist Randy Randall voorspelt dat ook Abe Vigoda in Nederland warm zal worden onthaald: ‘Ook zij klinken op het eerste gehoor compromisloos en extreem, maar in wezen is hun geluid heel poppy, transparant en vooral niet zo humorloos als dat van de meeste andere noise- en punkbands.’

Randall (26), die zich naast het spelen in No Age bezighoudt met een documentaire over all age venue’s in Amerika, erkent dat herriemuziek vooral aantrekkelijk gevonden wordt als je jong bent en overal tegenaan wilt schoppen. ‘Maar wat onze generatie bindt, is ook een zekere vrolijkheid in het spel. Plezier maken, daar gaat het om. Onze muziek is geen daad van verzet, we schrijven geen pamflettistische teksten en roepen niet dat de maatschappij sucks. Dat weet immers iedereen wel.’

Humor is volgens Velazquez ook de eigenschap waarmee de Smell-bands zich van punktrends uit het verleden onderscheiden. ‘Je was vroeger als punk of boos of dronken of allebei. Wij zijn het eigenlijk allebei niet. In The Smell mag niet gedronken worden en dus krijg je ook niet van dat dronkemansgebral op het podium dat ik vroeger altijd met punk associeerde.’

Jim Smith zegt dat het drugs- en alcoholvrije Smell-beleid zeker heeft bijgedragen aan het positivisme dat van de Smell-bands afstraalt. ‘En het is allemaal heel aanstekelijk. Zo kan het ook, denken de kids die hier voor het eerst komen, en hup daar beginnen ze zelf een band.’

Voor Randy Randall was het jarenlange bezoek aan The Smell de inspiratie voor zijn film. ‘Met een documentaire over all age zalen kan ik iets terug doen voor een fenomeen als The Smell door het in een historisch kader te plaatsen. En het grappige is dat ik tijdens het draaien in andere steden, zoals New York en Washington, merk dat ook daar na jaren weer dergelijke initiatieven ontwikkeld worden. The Smell schrijft na tien jaar echt geschiedenis. Een beetje zoals New York ooit CBGB had. Talking Heads en de Ramones konden daar heel lang oefenen voordat ze naar buiten kwamen en te groot werden voor die zaal. Voor Abe Vigoda en misschien ook voor ons verwacht ik hetzelfde.’

Daar is Jim Smith ook best een beetje trots op, al heeft hij geen tijd er al te lang over uit te wijden. In CBGB is hij nooit geweest. Nu heeft hij kassadienst en er heeft zich al een flink aantal bezoekers bij de deur gemeld. De komende drie uur staan vier bands op het programma. Smith: ‘Als ik je nog een tip mag geven: doe wel oordoppen in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden