'Nog wat toe te voegen, meneer Opstelten?'

Van onze verslaggeefster Deedee Derksen

In verschillende vormen werd de vraag donderdag gesteld door de commissie, die vorig jaar werd opgericht om het schandaal te onderzoeken van twee in huizen handelende gemeenteambtenaren, waarvan de een als medewerker Bouwbeheer inzicht had in de verstrekking van vergunningen. Nadat ze hun bv's in 1993 over hadden gedaan aan hun echtgenotes, vlak na de publicatie van een integriteitsnota, kon het duo jarenlang ongestraft handelen in monumentale panden. Pas vorig jaar begon een ontslagprocedure tegen de ambtenaren.

De exacte datum waarop hij voor het eerst hoorde over de nevenactiviteiten van ambtenaren A. en B.? Ergens in maart 1997 moet het zijn geweest, schat Opstelten. In een onderonsje met de districtschef van politiebureau Paardeveld, Deelman, na een driehoeksoverleg. Deelman vertelde hem dat hij een rapport toegezonden had gekregen van een zekere Stoelinga, inspecteur van het ministerie van VROM, over de handel in huizen van de ambtenaren.

Natúúrlijk ondernam Opstelten meteen actie . Hij gelastte een intern onderzoek, dat werd uitgevoerd door de secretaris van de directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling - die waarlijk onafhankelijk was. 'Maar daaruit kwamen geen strafbare feiten, zoals corruptie of fraude. ' En daarmee was voor hem de zaak af. Hoewel hij de betreffende directeur er natuurlijk wel op wees een oogje in het zeil te houden.

Strafbare feiten of niet, vond de burgemeester het dan wel een frisse zaak dat een medewerker Bouwbeheer er via zijn vrouw een bv in onroerend goed op na hield, wil commissielid Jansen (SP) graag weten. 'Impliciet is die vraag bij de interne rapportage aan de orde geweest. En toen werd geconstateerd dat er niets bijzonders was wat een integer functioneren kon beletten.'

En omdat er volgens Opstelten niets onoorbaars aan de hand was, vond hij het ook niet nodig de rest van het college, laat staan de gemeenteraad, er officieel over in te lichten. 'Ik moest ook denken aan het belang van de betrokken medewerkers.'

En zo kon het gebeuren dat de zaak jarenlang bleef liggen. Totdat de fractievoorzitter van de SP in 2000 het vertrouwelijke rapport Stoelinga in handen kreeg, en vragen ging stellen in de gemeenteraad. Waarom konden de ambtenaren gewoon blijven zitten, terwijl ze aantoonbaar betrokken waren bij grootschalige handel in monumentale panden in de Utrechtse binnenstad?

Vele onderzoeken volgden, maar nooit werden strafbare feiten aangetoond. Wel werd in een van de onderzoeken geconcludeerd dat er sprake was van 'schijnbare belangenverstrengeling'. Dit was een argument voor het huidige college, met Leefbaar Utrecht voorop, om een ontslagprocedure in gang te zetten.

Een en ander heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat nieuwe ambtenaren tegenwoordig worden gescreend op vermeende belangenverstrengeling .

En had Opstelten zelf nog iets toe willen voegen, wil voorzitter Berends van Leefbaar Utrecht weten. 'Ik heb naar eer en geweten gehandeld', bast deze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden