Analyse

Nog voor Kerst vrije verkiezingen in Libië, kan de nieuwe overgangsregering dat waarmaken?

Een vredig, democratische Libië zonder buitenlandse bemoeienis, kan de nieuwe overgangsregering dat voor elkaar krijgen? Experts hebben er een hard hoofd in: ‘Dit is geen Disneyland.’

De Libische premier Abdelhamid Dbeibah wordt verwelkomd bij aankomst in Tripoli. De steenrijke zakenman wacht een zware missie.  Beeld Reuters
De Libische premier Abdelhamid Dbeibah wordt verwelkomd bij aankomst in Tripoli. De steenrijke zakenman wacht een zware missie.Beeld Reuters

Het Libische parlement heeft woensdag, na een marathonvergadering van ruim twee dagen, ingestemd met een nieuwe overgangsregering die het land na tien jaar burgeroorlog naar vrije verkiezingen moet leiden op 24 december. Een stabiel Libië is van groot belang voor vrede in het Middellandse Zeegebied en de terreur- en criminaliteitbestrijding in de Sahara, waaronder de smokkel van migranten richting Europa.

De nieuwe ‘regering van eenheid’ wordt geleid door premier Abdelhamid Dbeibah, een steenrijke 61-jarige zakenman uit Misrata die afgelopen week op de valreep nog bijna van het toneel werd gevaagd door corruptiebeschuldigingen. Na de zegen van het parlement woensdag in de kustplaats Sirte, die in 2015 kortstondig in handen was van Islamitische Staat (IS), zei hij ‘dat de tijd is gekomen om de pagina van oorlog en verdeeldheid om te slaan. Het is tijd om de geschillen in dit land te beslechten in het parlement in plaats van op het slagveld.’

Hoewel de rivaliserende partijen en hun buitenlandse bondgenoten de nieuwe regering zeggen te verwelkomen, is het volgens deskundigen twijfelachtig of Dbeibah zijn missie kan volbrengen. ‘De nieuwe regering legt een dun, oppervlakkig laagje van eenheid over een totaal verdeeld Libië’, zegt Libië-expert Jalel Harchaoui, tot voor kort werkzaam bij Clingendael en nu bij de Global Initiative Against Transnational Organized Crime in Brussel. Het organiseren van vrije verkiezingen ziet Harchaoui dit jaar en ook volgend jaar nog niet gebeuren.

Gepaaid met geld

Harchaoui voorziet dat de strijdende partijen vooral gepaaid zullen worden met geld. ‘Als dat kwartje straks valt, zullen veel mensen teleurgesteld zijn en laait de verdeeldheid weer op. Dat geld gaat immers niet ten goede komen aan burgers, maar aan regioleiders die hun belangen zullen willen veiligstellen.’ Dit heeft ook een aanzuigende werking op alle landen die zich nu al uit economische motieven – lees: olie en gas – bemoeien met Libië, zoals Turkije, Egypte, Rusland, Frankrijk en de Verenigde Arabische Emiraten, vreest Harchaoui. ‘Dit zijn geen landen die vrijheid en democratie hoog in het vaandel dragen.’

Claudia Gazzini van de International Crisis Group ( ICC) is minder pessimistisch. ‘Ik geef de regering liever het voordeel van de twijfel.’ Premier Dbeibah is er volgens haar in geslaagd met zijn 31-koppige kabinet alle regio’s, politieke stromingen en minderheden te vertegenwoordigen, zoals hij vorige maand bij zijn aanstelling beloofde. ‘Dat is een belangrijke stap richting eenheid. Er zitten geen omstreden figuren tussen.’ Ook gelooft ze dat de buitenlandse bemoeienis geen bedreiging hoeft te zijn. ‘Ik denk niet dat de landen zich direct terugtrekken, zoals Dbeibah wil, maar ik geloof ook niet dat ze het vredesproces zullen willen verstoren. Zij doen ook liever zaken met één stabiele regering dan twee disfunctionele rivaliserende regeringen.’

Libië viel na de dood van kolonel Moammar Kadhafi in 2011 uiteen in een machtsstrijd waar milities, terreurgroepen en allerhande smokkelaars garen bij sponnen. Nu zijn er twee rivaliserende regeringen die dus beloofd hebben plaats te maken voor de nieuwe regering van Dbeibah: de internationaal erkende zwakke Regering van Nationale Eenheid (GNA) van premier Fayez el-Serraj in hoofdstad Tripoli en die van veldmaarschalk Khalifa Haftar, die vanuit de oostelijke stad Benghazi met zijn Libische Nationale Leger inmiddels vrijwel het hele land controleert, waaronder de voor Libië cruciale oliesector en -inkomsten.

In april 2019 trok Haftar op naar Tripoli, waarbij hij steun kreeg van Rusland, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten. Haftar verloor de strijd toen Turkije begin vorig jaar Serraj te hulp schoot met wapens en – naar verluidt vooral Syrische – huurlingen. Sindsdien geldt er een fragiel vredesbestand en hameren de Verenigde Naties op een diplomatieke oplossing. Ook roepen de VN buitenlandse partijen op – vooralsnog vergeefs – zich terug te trekken uit Libië en het wapenembargo te respecteren. In het land zijn schatting nog zo’n 20 duizend buitenlandse huurlingen aanwezig, waaronder van de beruchte Russische Wagner Groep.

Dbeibah werd begin februari in Genève tot premier verkozen als onderdeel van een nieuwe, vierkoppige Overgangsraad onder leiding van Mohammad Younes Menfi, een diplomaat uit het oosten van het land. Zijn opdracht luidde een ‘inclusieve’ regering te vormen die Libië verenigd richting verkiezingen loodst. Zijn belofte 30 procent vrouwen te benoemen kon hij niet waarmaken, maar wel stelde hij de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken in Libië ooit aan: advocaat en mensenrechtenactivist Najla El Mangoush, die gespecialiseerd is in conflict- en terreurbestrijding.

Mangoush heeft de ingewikkelde opdracht de buitenlandse bemoeienis terug te dringen. Harchaoui meent echter dat het een illusie is om te denken dat landen zich op korte termijn zullen terugtrekken. ‘Dit is geen Disneyland, maar pure realpolitik. Als Turkije zich terugtrekt, staat Haftar binnen twee weken opnieuw met zijn leger voor de poort van Tripoli, met steun van Rusland.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden