Nog steeds te veel zout in voedsel

Amsterdam Er zit nog steeds te veel zout in Nederlands voedsel. Woensdag maakte de brancheorganisatie van levensmiddelenproducenten, de FNLI, bekend dat de doelstelling uit haar eigen Actieplan Zoutreductie niet zijn gehaald....

Van onze verslaggever Tjerk Gualthérie van Weezel

Zout is een van de belangrijkste oorzaken van hoge bloeddruk en de daarmee verband houdende hart- en vaatziekten, waaraan jaarlijks de meeste Nederlanders overlijden. Zoute producten zijn onder andere brood, kaas, kant-en-klaarmaaltijden en instantsoep.

De FNLI vindt het jammer dat de doelstelling niet is gehaald, maar is toch optimistisch over de resultaten. ‘We hebben duidelijk aangetoond dat we een stap in de goede richting hebben gezet’, stelde directeur Philip den Ouden. ‘Onze leden, die gezamenlijk ongeveer 75 procent van het Nederlandse voedsel produceren, zullen zout de komende jaren nog verder uit uit hun waren weren.’

De Consumentenbond is veel minder te spreken over de vorderingen van de voedselproducenten. ‘Wij vonden de doelstelling van 12 procent reductie al veel te weinig ambitieus. Als die dan ook nog eens niet wordt gehaald, is duidelijk dat de branche dit zelf niet kan organiseren’, aldus woordvoerder Barbara den Uijl van de bond. ‘Het wordt tijd dat de overheid zich hier meer mee gaat bemoeien.’

Volgens Den Uyl zou de logische doelstelling moeten zijn dat het voor een gemiddelde consument mogelijk is de richtlijnen van het Voedingscentrum te halen. ‘Dat stelt braaf dat een gezond dieet dagelijks niet meer dan 6 gram zout bevat. Maar voor iemand die zijn voedsel in de supermarkt koopt is dat onmogelijk te halen. Op sommige diepvriespizza’s zit zelfs wel 10 gram zout. Dat is heel gemakkelijk te veranderen, maar in twee jaar is dat de FNLI niet gelukt.’

Den Ouden ziet niets in harde richtlijnen van de overheid. Het gaat volgens hem jaren duren om voor voor alle producten wetten te maken waarin staat hoeveel zout erin mag zitten.

Dat dit niet snel gaat, heeft volgens FNLI meerdere oorzaken. Het is niet altijd eenvoudig voor producenten om hun recept aan te passen. Zo vrezen bakkers dat consumenten hun brood minder lekker zullen vinden en overstappen naar een ander – en iedereen die weleens een oliebol zonder zout geproefd heeft, begrijpt die angst. Daarover moet de sector dus onderling afspraken maken.

Voor kaas geldt dat zout nodig is voor het pekelen; het productieproces moet dan dus worden aangepast met zoutvervangers. Toch is het al gelukt in die producten respectievelijk 10 en 14 procent minder zout te gebruiken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden