Nog steeds hetzelfde recept

Na de Tour Dopage in 1998 zou alles anders worden. Het imago van de wielersport zou worden opgepoetst. Renners beloofden plechtig in de toekomst van de Epo af te zullen blijven....

Eric Rijckaert stelde de verslaggevers van de Volkskrant in het voorjaar van 2000 de vraag. ‘Hoe moet je dat oplossen als je drie weken Ronde van Frankrijk doet? Je moet van alle mogelijke inspanningen doen, drie bergritten. Je voelt je kapot gaan. Je moest die mensen eens zien. Dan moet je de vraag stellen: wat is voor mij ethisch belangrijk? Moet ik die mensen werkelijk laten kapot gaan? Ik mag dat niet eens volgens mijn eed.’

Zijn naam viel de afgelopen dagen vaak bij de volgers van de Tour. Misschien, zo raakten nog meer volgers overtuigd, had dokter Rijckaert het allemaal nog niet zo slecht had gezien. Zero-tolerance in een wielerpeloton, dat was vragen om problemen. Dan zou het vroeg of laat uit de hand lopen, dan maar beter de zaken goed organiseren, oordeelde de Belg.

Rijckaert is de zogenoemde ‘dopingdokter’ uit het vorige schandaal dat de Tour op zijn grondvesten deed schudden. Hij was, zeg maar, de voorloper van Eufemiano Fuentes, een Spaanse gynaecoloog die samen met zijn hematoloog José Luis Merino de afgelopen jaren 56 renners van bloeddoping bediende.

‘Mijn definitie van doping is: is het schadelijk of niet? De gezondheid moet centraal staan’, zei Rijckaert over het duivelse dilemma waarmee hij zich geconfronteerd zag. Als hij meewerkte, kon hij ervoor zorgen dat het niet uit de hand liep. En als hij voor het probleem zou weglopen, zouden de renners zeker zelf gaan experimenteren. Wie geloofde dat ze in hun zucht naar roem en geld geen doping zouden gebruiken, was een huichelaar of een dromer.

In 1998 werd Festina naar huis gestuurd, nadat er sprake bleek van georganiseerd dopinggebruik en Rijckaert werd gezien als de kwade genius. De arts had de leiding, de verzorger spoot en de ploegleider keek toe. De sponsors schrokken, de renners beloofden beterschap, de controles werden geïntensiveerd en het imago van de sport zou worden opgepoetst.

Het resultaat? Acht jaar later is Jean-Marie Leblanc nog steeds bedroefd. ‘We hopen dat de grote schoonmaak van 2006 een zucht van opluchting door de Tour laat gaan’, zei hij vrijdagochtend in Straatsburg. ‘En dat dit het laatste grote dopingschandaal zal zijn in de wielergeschiedenis.’

Die reactie was verwacht. Leblanc moet zijn circus draaiende houden. Want net zomin als doping na het schandaal van 1998 uit het peloton verdween, zal dat ook nu niet gebeuren. Dat heeft met zero-tolerance niets te maken, is dezer dagen de belangrijkste les van de Festina-affaire.

De carrières van Frank Vandenbroucke en Philippe Gaumont werden in 1999 om zeep geholpen door paardenfokker Sainz. Raimondas Rumsas liet zijn vrouw met een illegale apotheek door het peloton rijden. In Italië werd de nationale wielerronde jaarlijks geteisterd door dopingrazzia’s. En in Frankrijk viel Cofidis, met David Millar die zijn come-back maakt in deze Tour na twee jaar schorsing, door de mand.

In Spanje waren er de geruchten rond Kelme en Euskaltel-Euskadi. In 2003 viel Jesus Manzano, klimmer van Kelme, tijdens de Tour van zijn fiets. Niet omdat hij bevangen was door de hitte, zoals werd beweerd, maar omdat hij onwel werd van de bloedtransfusie die hij die ochtend had gekregen.

Voor de Tour dienden alle Kelme-renners twee halveliterzakken met bloed af te staan. De ene zak werd in het eerste deel van de ronde gebruikt, de andere was voor later. ‘Door het product voelde ik me een tijdje als een vogel, daarna was het alsof ik alle contact kwijtraakte met mijn lichaam’, zei Manzano.

Bij terugkomst in Spanje zou hij in Valencia toch zijn tweede halve liter bloed toegediend krijgen. ’Maar er stond geen naam op de zak, het kon het bloed van iedereen zijn. ‘Na zo’n 175 milliliter raakt Manzano in shock. ’Wat zou er zijn gebeurd als ze me die hele zak hadden gegeven?’

Manzano vertelde honderduit. Hij werd weggehoond, zoals iedereen overkomt die beweert dat de wielersport verrot is en dat de meeste winnaars geen helden maar bedriegers zijn. De Spanjaard werd zelfs met de dood bedreigd. Maar hij brak niet. ‘Ik ben niet bang. Ik weet dat ze weten in welke hoek ze moeten zoeken als er iets met mij gebeurt’, reageerde hij stoïcijns.

De zaak die hij tegen zijn voormalige werkgever aanspande, werd wegens gebrek aan bewijs geseponeerd. Maar het verhaal van Manzano was voor de Spaanse overheid uiteindelijk aanleiding werk te maken van de antidopingwetgeving. Justitie moest in staat worden gesteld de dopingzondaars te vervolgen. Want dat het verhaal van Manzano klopte, daar twijfelde eigenlijk niemand aan.

Operácion Puerto is er het eerste gevolg van. De Spaanse krant El Pais, die het onderzoeksrapport mocht inzien, deed vorige week uit de doeken hoe Tyler Hamilton werd geprepareerd voor de grote wedstrijden. In 2003 betaalde de Amerikaan 35 duizend euro voor het medische programma bij Fuentes en daar kwam nog 8040 euro bij voor gebruikte producten. Hij kreeg in ruil Epo, anabole steroïden, groeihormonen en IGF-1.

In 2002 moest hij van 21 tot 24 december elke dag een dosis Epo nemen. De tweede kuur was gepland tot 9 januari 2003. De anabole steroïden stonden in zijn agenda tot 24 januari en in maart kreeg hij HMG toegediend, een hormoon dat de productie van lichaamseigen testosteron versterkt. Ook op zijn medicijnlijst stonden groeihormonen en insuline.

Toen Hamilton in 2003, in dienst van het Deense CSC, Luik-Bastenaken-Luik won, had hij net een dubbele bloedtransfusie achter de rug. Een maand bleef hij vervolgens uit competitie na een kuur van anabolen en Epo. In de weken tot de Tour combineerde hij de inname van (bloed)extracten, groeihormonen en IGF-1.

Vlak voor de Tour onderging hij een bloedtransfusie. Op de rustdag werd die behandeling herhaald. Het was de Tour waarin Hamilton met een gebroken sleutelbeen vierde werd en een rit won. De Amerikaan werd bewierookt en schreef zijn eigen heldenverhaal. Niet veel later veroverde hij ook nog de olympische tijdrit.

Daar werd hij op bloeddoping betrapt, net als in de Vuelta. Hamilton is geschorst, maar werkt, in gezelschap van Thomas Dekker, bij de Italiaanse wielerarts Luigi Cecchini aan zijn comeback.

‘Het enige dat ze met hun heksenjacht op Epo zullen bereiken, is de terugkeer van die levensgevaarlijke bloedtransfusies’, schreef dokter Rijckaert in 2000 al in zijn boek De affaire Festina.

Wat hij vermoedde, kwam uit. Het net rond het verboden middel Epo sloot zich de laatste jaren. In eerste instantie controleerde de internationale wielerunie het bloed op de hematocrietwaarde. Wie boven de magische grens van 50 scoorde, moest twee weken toekijken. Die waarde was immers schadelijk voor de gezondheid en kon een indicatie zijn voor het gebruik van Epo. Daarna werd er ook een urinetest ontwikkeld waarmee het middel kon worden opgespoord.

Epo heeft als voordeel dat de sporen ervan maar drie dagen achterblijven in het bloed, terwijl het maximale effect na acht dagen het grootst is. Door de out-of-competition-controles boette het middel aan populariteit in. De renners grepen terug naar oude middelen.

Bloeddoping was in de jaren zeventig al populair in het peloton. Destijds werd het verdrongen door meer praktische middelen.

Het effect van een bloedtransfusie is hetzelfde als van Epo. Het levert extra rode bloedcellen op. En die bloedcellen transporteren zuurstof, en wie meer zuurstof kan opnemen is in staat tot zwaardere inspanningen. De Belgische professor Frans Delbeke, werkzaam op het dopinglaboratorium in Gent, rekende onlangs voor dat een halve liter bloed extra een winst opleverde van tien procent extra rode bloedcellen. En de opname van zuurstof door het lichaam verbetert tegelijkertijd met acht procent.

De transfusies raakten uit de mode omdat het te ingewikkeld was. Het bloed moest worden afgenomen tijdens een trainingsperiode en het monster werd bewaard tot de competitie. In het verleden betekende dat dat sporters liever andermans bloed (met dezelfde bloedgroep) lieten inspuiten. Maar dat is tegenwoordig eenvoudig op te sporen door de zogenoemde antigenen op elke rode bloedcel.

Renners lieten daardoor hun eigen bloed weer aftappen. Wat betekende dat ze daarna tijdelijk minder hard kunnen trainen. Volgens Delbeke zou de moderne methode zijn dat ze direct na bloedafname Epo gebruiken. Daardoor maken ze snel nieuwe bloedcellen aan en herstellen ze sneller.

Maar in die periode is fietsen op competitieniveau uitgesloten. Het zou de belangrijkste reden zijn waarom de toprenners tegenwoordig nog maar aan zo weinig wedstrijden deelnemen.

Transfusies met eigen bloed zijn (nog) niet opspoorbaar. Een detectiemethode werd ook niet ontwikkeld, omdat wetenschappers dachten dat de sporters niet langer hun toevlucht namen tot die vorm van competitievervalsing. Er was immers Epo. Het laboratorium ontving onlangs 148.300 euro om zich te faciliteren voor controles op bloeddoping.

‘Ik zou willen dat wetenschappers en laboratoria meer middelen zouden hebben om de valsspelers eruit te halen’, zei Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc vrijdagmiddag. Maar omdat dat niet zo is, is hij blij met alle hulp die we van gerecht en politie krijgen. ‘Want dit overschrijdt het sportieve domein. We zitten in de sfeer van de criminaliteit.

‘Er is een ploegleider bij betrokken, een manager en een directeur van een groot ziekenhuis in Madrid. Dat is maffia die veel geld wil verdienen, de gezondheid van jonge atleten op het spel zet en bezig is de competitie te vervalsen. Dat is een schandaal’, besloot Leblanc. Dat vond hij acht jaar geleden ook al.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.