Column

Nog steeds geen baby, en wie krijgt de schuld?

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek over het dagelijks leven in zijn land.

Kater Eskandar, vernoemd naar Alexander de Grote. Beeld Newsha Tavakolian/Magnum

Mijn schoonmoeder haat onze kat. Overal haren van de kat. De kat springt op het aanrecht. De kat likt zijn poepgat middenin de woonkamer als er bezoek is. En het ergste is: terwijl de rest van de familie een karavaan aan kleinkinderen heeft geproduceerd, hebben Newsha en Thomas na 14 jaar huwelijk nog geen baby. En dat is ook de schuld van de kat.

Eens in de zoveel weken komt mijn schoonmoeder met een krantenknipsel aanzetten. 'Katten maken onvruchtbaar' staat daar dan in grote letters. 'Zie je wel?', zegt ze dan, terwijl ze verder altijd weigert ook maar iets te geloven uit de media. Op televisie heeft ze ook ooit eens een arts gezien die dat zei, en haar verre nicht uit Sanadaj had ook een kat en heeft die kinderen gekregen? Nou dan, wat moet ze er verder nog over zeggen?

Memory
We maakten speciaal voor de kattenspecial een memoryspel, bestaande uit kattengifjes.
Speel dit memoryspel hier en deel met je vrienden hoe snel je bent.

Ik zal nooit haar gezicht vergeten toen ik haar huis binnen kwam lopen met het katje dat ik net gevonden had naast de kant van de weg, in de buurt van het huis van mijn schoonouders. Een soort bleke muis, mauwend in de palm van mijn hand, door zijn moeder verlaten. 'Weg met dat beest', zei ze nog. Dat is nu tien jaar geleden.

We noemden hem Eskandar, naar Alexander de Grote, die in 330 voor Christus Iran veroverde en een einde maakte aan het Perzische rijk. Het katertje werd inderdaad ons kind. We gaven hem melk met een pipetje. Hij sliep in een doosje naast ons bed. Of in de klerenkast, want dat was lekker warm. Zelfs naar feestjes namen we hem mee. 'We kunnen hem toch niet alleen laten?', zei Newsha dan. Wellicht is het beter dat we geen echt kind hebben.

Iedere dag ging ik met Eskandar op mijn schouder met de lift naar beneden, als een soort piraat met zijn papegaai. Dat was nog oppassen. Sommige buurvrouwen hadden een kattenfobie en begonnen hard te gillen als de liftdeuren opengingen en ze mij en Eskandar zagen. In het parkje voor ons huis liet ik hem dan los. Onze buren in de flat raakten al snel gewend aan de buitenlander die aan het einde van iedere middag luid de naam van de historische verwoester van hun land aan het roepen was. Als Eskandar me dan zag, kostte het me meestal nog een kwartier om hem te vangen, vaak temidden van doornstruiken of in een boom.

Huisdieren houden was niet echt normaal in die tijd in Iran, maar mijn geflaneer met Eskandar was het begin van een ware dierenliefdetrend in onze flat. Steeds vaker zag ik oude vrouwtjes met zakjes eten voor de straatkatten, die als gevolg daarvan in groten getale in ons parkje kwamen wonen. Opeens waren er meer katten in de lift, en ook honden. Zelfs diegenen met kattenangst stopten hun geklaag bij de manager van het gebouw.

En toen, op een dag, hoe hard ik ook riep, kwam Eskandar niet aangerend na een dag buitenspelen. Newsha kwam naar beneden om te helpen zoeken, de hangjongeren voor onze flat begonnen onder struiken te kruipen en de oude vrouwtjes schudden hun plastic zakjes met brokjes. Maar Eskandar liet zich niet zien.

Mijn schoonmoeder wreef zich al in de handen die avond, maar toen ze zag hoe verslagen Newsha en ik op de bank zaten, had ze toch wel medelijden. Drie nachten verstreken en geen teken van de kat. Mijn schoonbroer hing posters op met beloftes van beloningen, maar daar kwamen alleen lokale drugsverslaafden op af met mismaakte versies van onze Eskandar.

Ooit had ik de kat een bandje omgedaan, met daaraan een buisje met ons telefoonnummer erin. Maar aangezien in Iran de meeste katten op straat leven, was ik eerder bang dat iemand het halsbandje zou afdoen dan dat ik verwachtte dat iemand in het buisje zou kijken.

Die avond ging de telefoon. Ik weet niet hoe, maar ik wist direct dat de kat gevonden was. Newsha en ik barstten in huilen uit van vreugde. Vijf wijken verderop zat Eskandar tevreden op een grote rode bank bij mensen die hem in hun tuin hadden aangetroffen. Toen hij ons zag, gaf hij geen enkele reactie. Als dank gaven we de familie een gouden munt ter waarde van ongeveer 100 euro. Intens gelukkig togen we met de kat naar huis.

Af en toe verzucht mijn schoonmoeder dat het beter was geweest als Eskandar nooit meer was teruggevonden. Desondanks is zelfs zij tegenwoordig wat coulanter naar katten toe. Twee straatkatten zitten nu al een jaar voor haar balkondeur. Overal haren, klaagt ze. En ze likken de hele tijd hun poepgat. Maar toen ze me onlangs niet hoorde binnenkomen, zag ik haar met brokjes in de weer die ze had verstopt in een keukenkastje. Snel deed ze de balkondeur dicht, maar de katten zaten de brokjes al naar binnen te schrokken. 'Nou en?', zei ze betrapt. 'Ik heb al kinderen!'

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden