Nog steeds een toevluchtsoord

Eerst was er een klooster en toen kwam het Stift. Beschut tussen de bomen ligt het al eeuwenlang bij Weerselo....

Het kost weinig moeite een besneeuwd landschap op te roepen, met de sporen van nachtelijke kerkgangers, en kerkramen die in het duister hel oplichten terwijl kinderstemmen Stille nacht inzetten.

Maar het is ochtend, de herfstzon verft het gazon van het Stift (gemeente Weerselo) hardgroen en vanuit de Stiftskerk klinkt alleen de monotone stem van de voorganger, begeleid door wat voetgeschuifel.

De lucht zit vol kraaien. Hun gekras snijdt de zondagse stilte in mootjes. Ze houden zich schuil in de eiken en beuken die van een overweldigende omvang en leeftijd zijn. Als reusachtige wachters staan ze verspreid door het Stift.

Vanuit het kerkportaal gezien is de Stiftsschuur - sinds 1967 restaurant - de linker buurman van de kerk. Iets verderop vormen de statige Stiftshuizen de linkervleugel van het grasplein. Aan de overkant liggen het Storkenhuis en de pastorie, ter rechter zijde is het Brouwershuis gevestigd. In het midden staat een authentieke bemoste waterput.

Wie de cirkel wat vergroot, vindt tussen het groen verscholen ook nog een openbare school (de enige van Weerselo), het voormalige gemeentehuis (nu peuterspeelzaal), de burgemeesterswoning, de smederij en een begraafplaats. Buiten de poorten van het Stift, maar nog steeds op loopafstand, ligt de Vicarie, het oorspronkelijke huis van de vicarius ofwel hulppriester, een vakwerkgebouw dat deels uit kloostermoppen is opgetrokken.

Zoals het Stift er sinds 1975 uitziet, zo zag het er ook grotendeels tot 1800 uit. Zo herrezen - mede dankzij de vondst van oude fundamenten en een uit 1750 daterende tekening - vanaf 1973 de Stiftshuizen, die aan het begin van de negentiende eeuw grotendeels waren afgebroken. (Alleen het abdishuis werd destijds ontzien.) Twee jaar nam de restauratie in beslag, op papier gezet door de Haagse architect Hulshof. Als sluitstuk volgden in 1980 de renovatie van het Storkenhuis en in 1984 de opknapbeurt van de Vicarie.

Bij het trefwoord 'stift' verwijst Van Dale naar 'sticht': samenwoningsverband van eertijds rijke, ongehuwde dames, veelal met een zekere religieuze inslag. Maar eerst was er in Weerselo een klooster, vanaf 14 september 1152, en pas na 1500 is sprake van een stift.

Dat klooster behoorde toe aan de benedictijnerabdij Sint Paulus uit Utrecht en bood zowel aan paters als nonnen onderdak. Vanwege de bemoei- en vooral roofzucht van de Heren van Saterlo, die weinig op hadden met het klooster, keerden de paters op zeker moment terug naar Utrecht. De kiem voor het Stift werd gelegd toen de benedictijner orde vervolgens de Twentse adel toestemming gaf bij de nonnen vrouwelijke familieleden onder te brengen.

Dat besluit had drastische gevolgen voor de strenge kloostertucht die zienderogen verslapte. Er zou zelfs sprake zijn geweest van 'losbandigheid', althans van een frivole levensvisie die naar het schijnt zelfs gerapporteerd werd aan paus Innocentius VIII. Het verhaal vertelt niet of deze in actie kwam. Maar misschien is het geen toeval dat in 1523 de kerk tot de grond toe afbrandde nadat een der bewoonsters wat slordig met een haardvuur was omgesprongen.

Hoewel de bevolking van Weerselo grotendeels katholiek was, waren de Staten van Overijssel in 1626 van mening dat in de Stiftskerk een gereformeerde predikant het best op zijn plaats zou zijn. Vanaf dat moment was het Stift toevluchtsoord voor maximaal achttien adellijke dames, die van 'de ware gereformeerde religie' moesten zijn en ook tot de zogenoemde Ridderschap moesten behoren.

Pas met de komst van de Fransen in 1795 kwam hieraan een einde. De Stiftsjuffers verdwenen, de predikant bleef omdat koning Lodewijk Napoleon de kerk te klein vond voor de katholieke gemeenschap in Weerselo, die inmiddels een ander onderdak had gevonden.

Afbraak, aan- en verkoop, veiling, wederopbouw en restauratie kenmerkten vanaf het begin van de negentiende eeuw tot 1975 de geschiedenis van het Stift. Zo kocht dominee G. Stork tussen 1806 en 1820 Stiftshuis, -schuur en brouwerij en brak die laatste af. Zijn zoon Jan Everard bouwde in 1839 een riant uitziend woonhuis dat tot op de dag van vandaag nog steeds Storkenhuis heet. In 1932 onderging de kerk een forse restauratie waarbij het Romaanse doopvont - vervaardigd door Bentheimer steenhouwers - weer in gebruik werd genomen. In 1984 tenslotte nam het Stift de gedaante aan die de bezoeker heden ten dage aantreft.

De kerk loopt leeg, net als de parkeerplaats. Luid protesterend verspreiden de kraaien zich. Achter de ambtswoning van de Weerselose burgemeester - in gebruik sinds 1898 - loopt een pad tussen de weilanden richting Weerselo. De herfstwind heeft er vrij spel. De zon ook.

De wandelaar die zich halverwege even omdraait, ziet hoe de bomen zich beschermend rond het Stift hebben gegroepeerd. Een groen gordijn dat in dit jaargetijde geleidelijk kaler is geworden.

Ook van hier kost het weinig moeite in gedachten een besneeuwd kerstlandschap op te roepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden