Nog slechtere cijfers, hoe kan dat nou?

Geen inkomensgroep ontsnapt aan de bezuinigingsplannen van Rutte II, blijkt uit weer nieuwe cijfers, die nu van Sociale Zaken komen. Wat betekenen deze cijfers?

Er is nu al een week verwarring over de koopkrachteffecten van de kabinetsplannen. Is die met deze cijfers opgelost?

Neen. Sociale Zaken heeft enkele tientallen vragen van de Tweede Kamer trachten te beantwoorden. Op veel plaatsen houdt minister Asscher slagen om de arm: het gaat om berekeningen van beleidsvoornemens die nog moeten worden uitgewerkt, het kabinet zal tussentijds de effecten evalueren en kan dan bijsturen. PvdA-leider Samsom voegt eraan toe dat er nog nooit een kabinet is geweest dat het heeft aangedurfd koopkrachtcijfers voor de komende vijf jaar te voorspellen. Daarom ook zijn deze cijfers nog onzeker, schrijft Asscher. 'Omdat ze erg gevoelig zijn voor de macro-economische ontwikkeling van de komende jaren.'

Hoe kunnen de cijfers van Asscher nu weer anders, slechter zijn dan de oude?

Dat is uiterst curieus, want de koopkrachteffecten zijn bij het begin van het kabinet en nu berekend op grond van hetzelfde document, namelijk het regeerakkoord. Er zijn liefst vier uitgangspunten die achter de koopkrachtcijfers kunnen zitten: de maatregelen van het kabinet-Rutte I, het in april gesloten Lenteakkoord van VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie, het na één week formeren gesloten Herfstakkoord van VVD en PvdA en het op 29 oktober gepresenteerde regeerakkoord van Rutte II. De verwarring over de cijfers komt door onhandigheid. De ene keer is het cijfer dat een politicus noemt het resultaat van alle vier de zaken. De andere keer heeft hij of zij het alleen over de koopkrachtverandering als gevolg van één zaak, namelijk het pas gesloten regeerakkoord.

Toch ben ik dan nog steeds de draad kwijt. Is dat raar?

Geenszins, want om de cijferverwarring nog groter te maken lopen nog twee categorieën door elkaar. Namelijk de koopkrachtdaling of -stijging per jaar of 'gedurende de komende kabinetsperiode'. Die loopt van 2013 tot 2017 en dat is voor bijvoorbeeld de rekenmeesters van het Centraal Planbureau, een van de leveranciers van koopkrachtcijfers - vijf jaar. Als bijvoorbeeld gesproken wordt over de koopkrachtdaling van 5 procent in 2017, dan is dat een gemiddelde min van 1 procent per jaar vanaf 2013.

Het gaat mij om m'n portemonnee. Naar welk cijfer moet ik dan luisteren?

Dan gaat het om het cijfer dat volgt uit alle vier de ingrediënten. Bent u een alleenstaande met een inkomen van 66.000 euro bruto, dus twee keer modaal, dan was u er zonder de komst van dit kabinet in totaal 1,25 procent op vooruitgegaan in de komende vijf jaar. De plannen van Rutte II doen echter 7 procent van uw koopkracht verdampen, blijkt uit de Asscher-brief. U levert daarom tussen 2013 en 2017 in totaal 5,75 procent aan koopkracht in.

Wat gaat er nu gebeuren?

Op verzoek van de oppositie in de Tweede Kamer gaat het budgetinstituut Nibud de koopkrachteffecten berekenen. Want de cijfers van Asscher, die vertrouwt het monsterverbond van PVV, SP, CDA en D66 niet. Die Nibud-cijfers zullen er waarschijnlijk maandag zijn, waarna eerst een nieuwe controverse losbarst omdat die cijfers waarschijnlijk wéér anders zijn. Volgens het ministerie van Sociale Zaken zullen de cijfers niet méér inzicht geven, omdat ook het Nibud moet wachten op de uitwerking van de maatregelen uit het regeerakkoord. Maar dat document zou dan dinsdag in het debat over de regeringsverklaring eindelijk kunnen worden besproken - ruim twee weken nadat het regeerakkoord is ondertekend.

-------------------------------------

Debat regeringsverklaring nu naar dinsdag

Het debat over de regeringsverklaring, dat vandaag zou worden gehouden, is uitgesteld tot dinsdag. Reden is dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) daardoor gelegenheid heeft de inkomenseffecten van het regeerakkoord voor diverse huishoudtypen te berekenen.

Dat heeft de Tweede Kamer woensdag besloten. De oppositiepartijen vroegen al sinds vorige week om rekensommen van het Nibud, naar aanleiding van de ontstane onrust over de inkomensafhankelijke zorgpremie die het kabinet-Rutte II per 2014 wil invoeren. De regeringspartijen waren aanvankelijk tegen zo'n aanvullend onderzoek. Woensdag stuurde vicepremier en minister van Sociale Zaken Asscher (PvdA) namens het kabinet twee brieven waarin antwoord werd gegeven op 23 Kamervragen die een dag eerder waren gesteld over de koopkrachteffecten van het regeerakkoord. Hij schreef ook dat 'additioneel Nibud-onderzoek niets zou toevoegen'. Maar de oppositie betoonde zich zeer ontevreden over de uitkomsten van de kabinetssommen in de twee brieven. CDA-leider Van Haersma Buma: 'De negatieve effecten betreffen grote groepen en niet enkele uitschieters, zoals de premier verklaarde. Deze cijfers wijken af van de garantie dat het koopkrachtverlies niet erger zou zijn dan 4 procent.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden