Nog nooit van gehoord

Het Filmmuseum vertoont vijftien films uit het Erfdeel van de Europese Film. Mooi, maar vermetel. Wie gaat er in deze tijd van 'publieksfilms' nu kijken naar oude Europese kleinoden?...

Porgy Franssen kun je niet een onbeduidend, dom acteurtje noemen. Sinds zijn debuut in 1980 (Gekkenbriefje) speelde hij in vijftien speelfilms en televisiedrama's, in 1991 kreeg hij een Gouden Kalf voor zijn optreden in Bij nader inzien en dit jaar was hij te zien in Mariken, Nynke en De grot. Prominent, VIP en een van de presentatoren bij de slotceremonie van het Nederlands Film Festival in Utrecht.

Porgy moest een briefje voorlezen dat twee moeilijke namen bevatte. Moeilijk voor de gemiddelde insider in de Nederlandse film, mogen we aannemen, want moeilijk voor Porgy Franssen. Eerst struikelde hij over 'Cinema Militans': hij haalde zijn schouders op en sprak het uit als was het een voetnoot in de koran. Hoe kan Porgy Franssen, hoe kan de gemiddelde insider uit de Nederlandse filmwereld, nu weten dat de Cinema Militanslezing al voor de tiende keer in Utrecht werd gehouden en dat hij genoemd is naar een essay uit 1926, waarin ene Menno ter Braak de 'absolute film', laten we zeggen de filmkunst, verdedigde?

Dit jaar werd hij uitgesproken door Tom Tykwer, de Duitse regisseur die eerst alleen bij een klein filmhuizenpubliek bekend was, maar sinds Lola rennt door het Amerikaanse vakblad Variety uitgeroepen tot een van de 'hottest' jonge regisseurs in de wereld. Tom Tykwer, dat was het tweede struikelblok voor Porgy Franssen: hij stotterde, haspelde, grimaste, sprak de naam een paar keer verkeerd uit: wat staat daar nu? T-o-m T-y-k-w-e-r? Nog nooit van gehoord.

Als de verre van domme Porgy Franssen al moeite heeft met Cinema Militans en Tom Tykwer, dan kun je nagaan hoe ver de kennis reikt van de rest van de Nederlandse filmwereld, of het nu geschiedenis of actualiteit betreft.

We hebben Paul Verhoeven en Jan de Bont in Hollywood - hoewel Verhoeven het daar nu wel gezien heeft -, Leon de Winter heeft ook al een Hollywoodfilm geproduceerd en af en toe winnen we een Oscar ('WE hebben de Oscar' staat er dan op de voorpagina van een krant die de betreffende film Antonia als teringzooi de grond inboorde en de regisseuse bestempelde als 'rotwijf'). We hebben een belastingmaatregel waarmee een stuk of wat commercieel bedoelde films gemaakt zijn, die geen publiek trokken. Vorig jaar bereikte slechts één film 700 duizend mensen - niet omdat het een film was, met een interessant verhaal en zo, maar omdat een camera aanwezig was toen een paar populaire soapmeisjes in bikini op een Spaans strand rondliepen, wat 'iedereen' wel even wilde zien op een groot doek.

Dat is de huidige situatie van de Nederlandse film. Af en toe wordt er echt wel iets leuks gemaakt, daar niet van. Afgezien van een degelijke Nynke of Mariken zijn er mooie documentaires in overvloed, alom winnen animatieprodukties prijzen en verrassen kleine films (afgelopen jaar bijvoorbeeld Îles flottantes, Drift en Met grote blijdschap) die de moeite waard zijn, maar droog blijven als het Gouden Kalveren regent. Meer niet.

In zijn Cinema Militanslezing maakte Tom Tykwer een scheiding tussen mensen die geld willen verdienen met film (en niet met boter of schoenen) en mensen die een film willen maken. Dat laatste kost geld en als er geen sponsors gevonden worden, dan is er een ministerie dat de cultuur wil beschermen en stimuleren: subsidie dus. Subsidie die zich niet moet beperken tot de productie, maar er ook voor moet zorgen dat een film kan worden gezien, want zonder publiek bestaat een film niet.

Het Fonds, dat de subisidiegelden beheert, moet zich daarom richten op 'culturele' films en daarvoor een publiek werven. Niet met het publiek beginnen en filmers stimuleren 'publieksfilms' te maken. Kwaliteit, originaliteit, talent is eventueel te onderkennen, 'publieksfilm' is een te vaag begrip en telkens blijken films die geacht worden 'commercieel' te zijn geen publiek te trekken en dus niet commercieel te zijn. Commercieel succes is geen maat voor cultuursubsidie. Marktdenken moet betekenen: een markt zoeken voor iets van waarde.

De kloof tussen filmkunst, met als uiterste de 'absolute film' van Menno ter Braak, en de aanmodderende, op publieksfilms-zonder-publiek mikkende Nederlandse filmwereld is groot. En Nederland is geen uitzondering; zoals het hier gaat, gaat het in veel Europese landen. Daarom is de bewonderenswaardige poging van de Europese commissie om in vijftien landen van de Europese Gemeenschap een programma te laten circuleren van films die behoren tot het Erfdeel van de Europese Film even mooi als vermetel.

Vijftien Europese regisseurs kozen een film uit de Schatkamer van de Europese Filmkunst. Ze mochten iets noemen van na 1930, gemiddeld is elke film veertig jaar oud. Prachtige films, Europese Kroonjuwelen. Maar bij voorbaat kleinoden in de marge, want films die in de jaren dat ze gemaakt werden al nauwelijks publiek trokken. Neem het Nederlandse aandeel. Johan van der Keuken koos vlak voor zijn dood Rooksporen van de inmiddels ook al overleden Frans van de Staak. Een film die in Nederland nauwelijks zichtbaar was toen hij uitkwam, in 1992. En dat geldt voor meer, zeg maar de meeste geselecteerde films.

Wie een van deze mooie Europese films wil zien, moet misschien vertrouwen op de regisseur die koos. Himmel oder Hülle van Wolfgang Murnberger is alleen al interessant omdat Michael Haneke (H-a-n-e-k-e) hem koos, en als Theo Angelopoulos O Drakos van Nikos Koundouros selecteerde, dan zal dat wel wat betekenen. Bijvoorbeeld.

Bij voorbaat is zeker dat dit prachtprogramma, vertoond in één zaaltje van het Filmmuseum, maar een handvol publiek trekt. Het zou beter zijn met een ander programma de aandacht voor waardevolle Europese films te trekken. Recente films, beter aansluitend bij een hedendaags publiek dan mooie museumstukken: die moeten met steun van Europees geld zichtbaar worden gemaakt in andere Europese landen dan het thuisland. Dat is een betere stap om een steeds grotere kloof te slechten.

Anders wordt het nooit wat met die Europese film en blijft Porgy Franssen de lachers op zijn hand houden als hij zelfs bij de naam Tom Tykwer gaat stotteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden