Nog langer dicht dan het Rijks

Het is een van de hoogtepunten van de Belgische beeldhouwkunst, maar vrijwel niemand zag het ooit. De Menselijke Driften, een reliëf van beeldhouwer Jef Lambeaux, zit al meer dan een eeuw achter slot en grendel.

DOOR LEEN VERVAEKE EN ERIC RINCKHOUT

Het verhaal van De Menselijke Driften is bijna te bizar voor woorden. Het kunstwerk had alles in zich om een wereldberoemde toeristentrekker te worden. Het is een imposant beeldhouwwerk, in een paviljoen van de bekende architect Victor Horta, op een mooie locatie in het Brusselse Jubelpark. Maar het wordt al meer dan honderd jaar afgeschermd voor het publiek.

Waarom?

'Een echte Belgenmop', zegt kunsthistoricus Carine Cuypers, die vorig jaar een boek over De Menselijke Driften schreef. 'Als dit in Italië had gestaan, hadden er lange rijen toeristen voor gestaan. Maar in België zit het achter slot en grendel.'

Het begon in 1899, toen Jef Lambeaux' kunstwerk werd onthuld in een speciaal daarvoor gebouwd paviljoen. De Menselijke Driften, dat het leven in al zijn pieken en dalen afbeeldt, bleek te bulken van de blote borsten en konten. Bovendien had vrijmetselaar Lambeaux de Dood een centralere plaats gegeven dan de gekruisigde Christus.

Geen wonder dus dat de katholieke goegemeente schande sprak van het kunstwerk. Conservatieve kranten noemden Lambeaux 'met den vleeschduivel bezield' en beschreven De Menselijke Driften als een 'marmeren bordeel'.

Tot overmaat van ramp klikte het niet tussen Lambeaux en Horta. De architect ontwierp een open tempeltje voor het reliëf, maar de beeldhouwer haatte de felle lichtinval. Getergd door alle problemen liet Lambeaux het paviljoen afsluiten. Amper drie dagen na de opening, op 1 oktober 1899, verdween het reliëf voor het eerst achter slot en grendel.

Tien jaar later ging het paviljoen weer open, nu met een massieve voorgevel en een ijzeren deur. De opening vond geruisloos plaats, en de deur bleef zo veel mogelijk gesloten. Wie het onzedige reliëf wilde bewonderen, moest - zoals ook nu in 2013 nog - gluren door het sleutelgat.

Vanaf de jaren zestig verslapte de katholieke greep op de maatschappij, en verdween de controverse rond Lambeaux' rondborstige beelden. Maar een actie van koning Boudewijn bracht het kunstwerk opnieuw in de problemen. In 1967 schonk Boudewijn een stukje Jubelpark aan de Saoedische koning Faysal, in erfpacht tot 2068.

Maar op dat stukje stond niet alleen een oosters aandoend gebouw, dat de Saoedi's als moskee konden gebruiken, maar ook het Paviljoen der Menselijke Driften. Zo verhuisde Lambeaux' als erotisch bestempelde kunstwerk van een katholieke naar een islamitische invloedssfeer.

'Boudewijn hield niet van kunst en al zeker niet van kronkelende lijven', schrijft Carine Cuypers in haar boek. 'Terwijl het prachtige bas-reliëf gedurende een eeuwigheid slachtoffer van katholiek obscurantisme was, werd het nu bedreigd door de moslimwereld en de diplomatieke belangen van de Staat.'

De Saoedi's zaten al gauw in hun maag met het paviljoen. Eerst wilden ze er een museum voor islamitische kunst in vestigen, maar ze werden op de vingers getikt toen ze Lambeaux' naakt probeerden te verwijderen. Daarna wilden ze het gebouwtje ruilen, maar konden het niet eens worden met de Belgische staat. Uiteindelijk droegen ze de exploitatie van het paviljoen over aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG).

In theorie waren nu alle hindernissen geslecht voor Lambeaux' reliëf, maar in de praktijk was een onontwarbare Belgische knoop gecreëerd. Met de Belgische staat als eigenaar, de Saoedi's als vruchtgebruiker, het KMKG als uitbater en nog wat overheidsinstanties voor het onderhoud en de financiering, voelde niemand zich nog verantwoordelijk. Het paviljoen bleef gesloten.

In 2002 deed de nieuwe conservator van het KMKG, Werner Adriaenssens, nog een poging. Hij wilde De Menselijke Driften in de lente en de zomer permanent toegankelijk maken, en daarbuiten op afspraak. Maar door de onderbezetting en de eisen van de bewakers, die bijvoorbeeld geen geld wilden ontvangen buiten de museummuren, werd het bezoekers bijzonder moeilijk gemaakt. 'Je moest een ticket kopen in het KMKG, wachten op een bewaker, het hele park door wandelen en dan mocht je tien minuten binnen', zegt het Brusselse parlementslid Carla Dejonghe (Open VLD), die de belabberde staat van het paviljoen regelmatig aanklaagde. 'Als ze dat 'vlot toegankelijk' noemen, is dat een lachertje. Je was drie kwartier onderweg om tien minuten een blik te mogen werpen.'

Dat er ondertussen een moskee naast het paviljoen stond, hielp evenmin. Tijdens de zeldzame bezichtigingen kwam het moskeepersoneel soms de deur van het paviljoen dichtdoen, om toch maar niet met het naakt geconfronteerd te worden. Carine Cuypers kreeg soms snerende opmerkingen over haar 'verderfelijke manieren' als ze door het sleutelgat stond te loeren.

Zo verkommerde het paviljoen jaar na jaar, tot in 2005 dringende renovatiewerken werden aangekondigd. Maar door de ingewikkelde eigendomsstructuur werden de werken keer op keer uitgesteld, tot het paviljoen in 2010 te onveilig werd verklaard om nog bezoekers toe te laten. Zo werd een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de geschiedenis van het verborgen meesterwerk.

Twee weken geleden zijn de renovatiewerken dan toch eindelijk begonnen. Maar of De Menselijke Driften daarna in alle openheid aanschouwd zal kunnen worden, is nog lang niet zeker. 'We moeten het nog intern bespreken', zegt KMKG-conservator Adriaenssens. 'Maar we gaan het natuurlijk niet restaureren om het daarna dicht te laten.'

Hogedrukreiniger

Twee weken geleden begon de renovatie van het paviljoen waarin Lambeaux' controversiële reliëf sinds 1899 hangt. Geen dag te vroeg: het dak lekt, het plafond brokkelt af en enkele marmeren wandplaten zijn naar beneden gevallen. Lambeaux' kunstwerk dreigde onherstelbaar te worden beschadigd.

Na acht jaar uitstel is er veel werk aan het paviljoen. In 280 dagen gaat overheidsinstantie Beliris de graffiti van de gevels verwijderen, het metselwerk en het dak herstellen, de lichtkoepel vernieuwen, de mozaïekvloer renoveren en de marmeren wandplaten restaureren. Totale kostprijs: 771.000 euro.

Het kunstwerk van Lambeaux zelf is nog in goede staat, op de voegnaden tussen de blokken marmer na. Die werden in de jaren zeventig stuk gespoten tijdens een reiniging met een hogedrukreiniger.

BEWEGING

Voor de Belgische beeldhouwer Jef Lambeaux (1852-1908) was het marmeren bas-reliëf De menselijke driften in het Horta-paviljoen van het Brusselse Jubelpark het hoogtepunt in zijn oeuvre. Het levenswerk van Lambeaux stuitte meteen op veel en velerlei kritiek: te pathetisch, te mateloos, onbegrijpelijk en hermetisch. Toch valt niet te ontkennen dat het enorme werk (8 meter hoog en 12 meter breed) boordevol beweging en wervelende dynamiek zit. Lambeaux heeft altijd geprobeerd zijn beelden te laten 'leven'.

DOOD

In het midden torent de Dood boven alles uit. Ook dat werd Lambeaux kwalijk genomen: door de Dood en niet Christus centraal te plaatsen, bracht hij een te pessimistische boodschap, vond men. Onder de figuur van de Dood - een gevleugeld skelet - lijkt een vrouw zich tegen een man te verzetten. Is daar een verkrachting aan de gang? Lust die omslaat in geweld? Speelt Lambeaux in dit magnum opus het vrouwelijke element uit tegen het mannelijke? Venus versus Mars? Liefde versus geweld? Helaas heeft de kunstenaar geen enkele verklaring nagelaten over de symbolische betekenis van zijn werk. Het is wel duidelijk dat hij een wereld oproept waarin liefde en haat, vreugde en droefheid, gedomineerd worden door de Dood. Deze monumentale sculptuur is een ode aan het vlees en aan het, kortstondige, leven en toont tegelijk de triomf van de Dood.

CHRISTUS

De rechterkant heeft een totaal ander karakter: daar leveren mannen een bittere strijd. Sommige gezichten zijn verwrongen van de pijn, enkele strijders hebben het gevecht niet overleefd. Rechts en onderaan liggen gesneuvelde mannen. Te midden van het krijgsgeweld rijst de gekruisigde Christus op, die getuige is van de onophoudelijke strijd onder de mensen. De rechterkant staat dus in het teken van oorlog en geweld.

ORGIE

Aan de linkerkant van de sculptuur is het een kluwen van lichamen. Veel naakte vrouwen en hier en daar een man, vieren een orgie, een bacchanaal uit de Romeinse tijd, waarbij de alcoholische roes voor allerhande uitspattingen zorgt. De vrouwen maken muziek met cimbalen en tamboerijnen. Onder deze uitgelaten groep zit, in alle rust, een moeder met een kind op haar schoot. Iets meer naar het midden is er een verliefd koppel. De linkerhelft van de sculptuur is dus de kant van lust, passie en liefde in diverse gedaanten.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden