Nog is het reizen niet gedaan

Hij reisde de hele wereld rond, ook al vlak na de oorlog toen de grenzen nog moeilijk te nemen hindernissen waren....

HET overzicht van het werk van Sem Presser begint in het museum met twee blokken zelfportretten, op locatie gemaakt in Algerije, Zwitserland, Kenia, België, Moskou, Australië en op de Zuidpool. We zijn direct waar we wezen moeten. De hele wereld was zijn terrein, wil deze keuze zeggen. Hij was de man die na de oorlog met zijn reisreportages de vensters voor ons opengooide.

In een vitrine liggen zijn eerste foto's, kiekjes nog van het vrolijke zomerkampplezier van de AJC, de Arbeiders Jeugd Centrale. De opgewektheid die ze uitstralen, de toekomst tegemoet, is nog zo'n verwijzing naar de rol die hij als fotograaf heeft gespeeld. Sem Presser (1917-1986) was een onverbiddelijk optimist, die al op zijn negentiende, en ook nog middenin de crisistijd, een eigen persbureau begon. Het copyrightstempel achter op zijn foto's bestaat uit een tekeningetje van een hollende man met een camera. Stop de persen! had er nog bij kunnen staan. Hij noemde zijn firma Algemeen Nederlandsch Fotopersbureau alsof er een hele onderneming achter zat met een staf aan fotografen en laboranten, een secretaresse en loopjongens om het laatste nieuws op tijd bij de kranten af te leveren. Maar het ANF zetelde vier hoog boven een dierenwinkel en die hele staf bestond enkel en alleen uit hemzelf en een bakelieten telefoon.

De eerste foto die er van hem in een krant verscheen, op 8 juli 1935 in het Algemeen Handelsblad, toont een lange rij werklozen die voor een stempellokaal wachten op de uitreiking van een gratis belastingplaatje voor de fiets. De tijden waren zwaar, maar hij was eigen baas, en de kranten altijd hongerig naar nieuws. Hij was in 1917 geboren, zoon van een diamantbewerker, in een joods-socialistisch milieu. Ook hij beleefde die crisis persoonlijk. Zijn vader werd werkloos. Hij moest zelf direct na de ULO aan het werk en begon als jongste bediende bij een magazijn in werkmanskleding. Maar een jaar later al kon hij als beginnend persfotograaf aan de slag bij een fotobureau, twee jaar daarna begon hij dat trotse ANF.

Sem Presser had zich amper gevestigd toen de oorlog kwam en hij moest onderduiken. In die jaren hield hij zich bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen, voorzag in zijn onderhoud met het maken van familiefoto's en kinderportretten en leverde een bijdrage aan twee kinderboeken, die verschenen bij een clandestiene uitgeverij van oude AJC-vrienden. Hij was in Arnhem ondergedoken, toen daar de slag ontbrandde. Hij was de enige Nederlandse fotograaf die er getuige van was, maar een deel van zijn foto's ging verloren. Hij begroef ze uit voorzorg in een bos, maar heeft de plek later nooit meer terug kunnen vinden.

De bevrijding kwam voor hem in Arnhem op 14 april 1945. Presser meldde zich direct bij het Militair Gezag in Brussel en werd oorlogscorrespondent. In een vitrine ligt een portret van hem in zijn nieuwe functie. Hij staat in uniform, opeens tweede luitenant geworden, duidelijk trots naast een legergroen geschilderde auto. Press War Photographer staat erop geschilderd. Hij stond opeens weer middenin het leven en kon opnieuw beginnen, en die afschuwelijke onderduiknaam, Willem Jan Knol, van zich afschudden.

De jaren na de oorlog brachten Presser erkenning. Hij ging zich toeleggen op reisreportages, voor kranten en voor wat toen zo mooi 'geïllustreerde bladen' heetten. Het land, dat vijf jaar lang onder de bezetting afgesloten was geweest van de wereld en daarna nog een tijdlang door het deviezentekort dat het gevolg was van de politionele acties in Indonesië, hunkerde naar nieuws van buiten. Presser leverde foto's naar believen, desgewenst voorzien van zelfgeschreven teksten. Hij heeft dat een halve eeuw lang gedaan, tot hij in 1985 plotseling ziek werd en overleed.

Hij had de televisie, de grote concurrent van het beeldverhaal, al zien opkomen. 'Beroemde bladen als Life, Picture Post en Paris Match verdwijnen of takelen af', zei hij. 'Toch blijft de foto boeien als document dat in alle rust bestudeerd kan worden, dat een eigen waarde heeft en waarnaar de wereld hongerig blijft.' Er hoopvol aan toevoegend: 'Nog is het reizen dus niet gedaan.'

Van dat rijke leven is een reconstructie gemaakt in een tentoonstelling en een boek. 'Hij kan zich koesteren in een late genoegdoening', schrijft H.J.A. Hofland in het voorwoord van De Tijden van Sem Presser. 'Hij is erbij geweest. Hij heeft het vastgelegd. Uit zijn dagelijks werk is het materiaal ontstaan dat de historici gebruiken om het verleden te doen herleven. Hij heeft zelf geschiedenis geschreven, een leven lang.'

In die halve eeuw maakte Presser zo'n driehonderdduizend foto's. Zijn archief is nu ondergebracht bij het Maria Austria Instituut. Er is een verschil in keuze in wat boek en tentoonstelling laten zien. Allereerst zit dat in de trivialia van een lang leven, die in de virtines van het museum liggen uitgespreid. Het zit ook in de foto's. In het museum is meer uit die eerste jaren van Pressers fotografenleven te zien dan in het boek. Het is ook meer op zijn leven zelf gericht.

In een vitrine ligt een boze brief van zijn eerste baas, een haastig getypte reprimande: 'Een persfotograaf is een verslaggever van feiten en geen waarzegger.' Heeft hij die brief zijn leven lang bewaard uit een mooi gevoel voor ironie of omdat hij er een diepe waarheid in zag, een levensopdracht?

Presser wist al snel na de oorlog het land te ontglippen om de wereld te verkennen. Hij reisde al in 1946-47 door het verwoeste Duitsland, hij moet een van de eerste Nederlandse fotografen zijn geweest die er toestemming voor wist te krijgen.

Ook hier, middenin de kaalslag, toont hij zich die onverwoestbare optimist. Zijn blik richt zich niet op de puinhopen, maar op de vreugde van een groepje uit Rusland teruggekeerde krijgsgevangenen, op de vrolijkheid van een jong paar dat in de trein genoegen moet nemen met een plekje op de buffers tussen twee wagons in en niet klaagt maar er lol in heeft.

Hij was al even vroeg in Italië, Zwitserland, Frankrijk en Spanje. 'Het vergaren van de noodzakelijke deviezen kost me zeven weken. De visa aanvragen negen weken', noteerde hij in die dagen. 'Formulieren in tienvoud, met tien pasfoto's ieder. Meer vragen over mezelf dan ik ooit kon beantwoorden.' Europa hield nog streng zijn grenzen gesloten en Nederland hield in de wederopbouw de deviezen vast. Gereisd werd er niet, Presser vervulde het verlangen, in zwart-wit eerst en later in kleur. Hij werd verliefd op het mediterrane klimaat, vestigde zich al 1951 in Zuid-Frankrijk en werkte sinsdien van daaruit; met elk jaar weer een hoogtepunt van de filmsterren die zich in Cannes aan het publiek lieten zien.

Hij was een gedreven fotograaf, maar hij miste die geladen visie op de mensheid die het werk van tijdgenoten als Cas Oorthuys of Carel Blaazer tekende. Je ziet dat vooral in zijn werk van later jaren, misschien kwam het wel omdat hij het contact met Nederland, en zijn vakgenoten als voorbeeld, verloren was. Zo'n visie vind je wel in zijn foto's uit de eerste periode van zijn leven. Voor de oorlog al, in wat je nu sociale reportages zou noemen van het gewone leven op straat, van werklozen die een kaartje leggen op de stoep van het stempellokaal, jongens die met stokken kastanjes uit de bomen gooien.

Presser maakte een historisch document op de eerste oorlogsdag op 10 mei 1940 van mensen op straat die, onder een bordje dat naar een schuilkelder wijst, in ademloze spanning naar de luchtgevechten boven de stad kijken. En hij was erbij, in zijn luitenantsuniform, toen op 5 mei vijf jaar later de Duitse generale staf in hotel de Wereld in Wageningen de capitulatie tekende. Voor de MP hem greep, had hij het tafereel op een geleende ladder gefotografeerd door een gat in de gevel van het verwoeste gebouw.

Ook na de oorlog werkte hij zo verder, in een stijl die meer verwant is aan het vriendelijke en humoristische humanisme van Robert Doisneau dan aan de gedrevenheid van de Nieuwe Zakelijkheid.

En zo zien we kinderen in badpak op straat in de jaren vijftig, die met de tuinslang een voorbijganger natspuiten; een man op de Champs-Élysées die in de schaduw van de klep, in een bakfiets de krant leest; een groep Jordanezen die op de stoep van de Lindengracht in spanning naar een wielerwedstrijd kijkt; drie vouwen op een bankje in de zomer in Menton, hun hoofden tegen zonnesteek beschut door een uit kranten gevouwen steek; een renner in de Tour de France, die ter verkoeling een hele emmer vol water over zich krijgt uitgestort. Het was zijn glorietijd, de wereld was nog nieuw voor hem en hij deed de ene ontdekking na de andere.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden