Nog geen twee turven en nu al verdacht van verkrachting

Bij de rechtbank in Rotterdam kijken ze niet vreemd meer op van vermeende verkrachters van 11. Maar wat is verkrachting?...

Ploegen? Bij het Hof in Den Haag stond de rechters het schuim op de lippen. De verdachten van een groepsverkrachting van een minderjarig meisje gebruikten het woord ploegen voor hun wandaad. Was het slachtoffer soms een stuk landbouwgrond? De verdachten, allen minderjarig, keken glazig voor zich uit. Waar hadden die rechters het over?

Het was een misverstand, zegt de Rotterdamse advocaat E. Weening. Ploegen is straattaal. Het slaat erop dat zo'n aanranding door een ploeg, een groep, gebeurt.

De anekdote dateert van een paar jaar geleden. Inmiddels weten ook de rechters beter. Ze hebben sindsdien vaker met groepsverkrachtingen te maken gehad. Onlangs kwam het verschijnsel prominent in het nieuws door de groepsverkrachting van een zwakbegaafd minderjarig meisje in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark. De zaak was onder meer om privacy-overwegingen uit de openbaarheid gehouden.

Rechters, officieren van justitie en zelfs doorgaans openhartige advocaten houden zich meestal voorbeeldig aan de gedragscode dat strafzaken waarbij minderjarigen zijn betrokken in alle discretie worden afgehandeld. Die discretie heeft echter als neveneffect dat wilde verhalen ongestoord kunnen voortwoekeren.

Het onderwerp leent zich nu eenmaal uitstekend voor borrelpraat, zegt advocate M. Agema. 'De gedachte is: alles kan en de straffen zijn laag. Dat is niet zo. Maar inderdaad: ik kan het niet laten zien. De zaken zijn besloten en dat blijft zo.' Zelf wil ze niets kwijt over een groepsverkrachting van een zeer jong meisje die ze onder handen heeft. 'Dat is niet in het belang van mijn cliënt.'

Ook S. de Pauw Gerlings, kinderrechter in Rotterdam sinds 1982, kan geen concrete cijfers overleggen. Maar reden tot paniek is er niet, zegt ze. De laatste jaren stijgt het aantal zedenzaken met minderjarigen nauwelijks. Ze schat het op jaarlijks enkele tientallen zaken.

Ze plaatst de opkomst van het fenomeen ploegen in het begin van de jaren negentig. Toen hoorde zij de term bij een zaak die speelde in zwembadparadijs Tropicana. Een meisje werd daar aangerand door een groepje Marokkaanse jongens. 'Dat was de eerste keer dat de term opdook. Hij is nooit meer weggegaan.'

Slachtoffers en daders zijn vaak minderjarig, en hun leeftijd zakt. 'Ik heb de indruk dat waar de gemiddelde leeftijd vroeger nog rond de 16 schommelde, ik nu steeds meer kinderen van rond de 14 of nog jonger voor mij krijg', zegt De Pauw Gerlings.

Navraag bij advocaten bevestigt die indruk. L. Spigt, gevraagd naar een lopende verkrachtingszaak rond een 12-jarig meisje: 'Over welke zaak gaat het? Want ik heb er momenteel twee lopen. Slachtoffers zijn een Antilliaanse en een Marokkaanse. De een is 12, de ander ook zoiets.'

De betrokkenen worden jonger, zegt ook officier van justitie L. Bonsel, sinds drie jaar in hoofdzaak belast met jeugdzaken in Rotterdam. 'De meesten zijn tussen de 14 en 16 met uitschieters naar beneden.' Nog maar kort geleden had hij een verkrachtertje van 11 jaar oud aan de hand. 'Twee turven hoog. Maar dat is toch vrij uitzonderlijk.'

Gemiddeld kennen groepsverkrachtingen zes tot tien daders en medeplichtigen. Hun profiel is de laatste acht jaar vrijwel niet veranderd , zeggen alle betrokkenen. Veruit de meeste aangiften worden gedaan tegen allochtonen. Marokkanen zijn nog steeds duidelijk oververtegenwoordigd bij alle zwembadincidenten.

Autochtone deelnemers aan groepsverkrachtingen zijn uiterst zeldzaam. 'Blanke jongens zijn soloverkrachters', zegt De Pauw Gerlings. 'Dat gaat meestal om de sneue sukkel. Zo'n jongen met puisten en zweethanden die zijn buurmeisje naar de computer lokt en zich aan haar vergrijpt. Hij is heel vaak zelf ook misbruikt. Echt een heel ander type.'

Antilliaanse, Surinaamse en Kaapverdiaanse daders zijn veel vaker macho's die in een groepsverkrachting wel iets stoers zien. Opvallend is overigens dat de etniciteiten binnen groepjes verkrachters steeds meer door elkaar beginnen te lopen. In toenemende mate krijgen kinderrechters gemengde dadergroepen voor zich.

De slachtoffers zijn voor het overgrote deel autochtone meisjes. In strafzaken komt vaak naar voren dat ze door hun belagers worden gezien als gewillig, juist omdat ze blank zijn.

'Het blanke vlees is beschikbaar. Dat is de les die ze lijken te trekken uit bijvoorbeeld seks op tv', zegt De Pauw Gerlings. 'Lossere zeden. En laten we eerlijk zijn. Vergeleken met bijvoorbeeld Marokkaanse meisjes is dat natuurlijk ook zo.'

Het gaat er vervolgens om wat jongeren met dergelijke informatie doen, zegt Weening. En daar gaat het mis. Hij stoort zich vooral aan het gebrek aan empathie bij de jeugdige betrokkenen van zedenmisdrijven. Dat een meisje ergens niet van gediend is, komt bij veel daders helemaal niet op.

'Dan staat zo'n jongen voor de rechter. Die vraagt of hij spijt heeft. Duurt het heel lang voor hij begrijpt wat bedoeld wordt. En dan zegt hij dat hij inderdaad spijt heeft: dat hij gepakt is.'

Maar ook van de meisjes snapt hij niets. 'Meisjes van 14 die 's nachts mee naar huis gaan met wildvreemde jongens. Of een meisje dat vrijt met haar vriendje, waar anderen bij zijn. En een vriend van die vriend mag dan ook meedoen. Maar bij de derde is het verkrachting.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.