Nog even over die schoolexamens...

De eindexamens zijn weer begonnen, de discussies ook. Hopelijk worden ook de opmerkelijke scores van sommige scholen er weer bij gehaald....

Niets is treuriger om te zien dan een kind dat zakt voor zijn eindexamen. Al die juichende ouders met bloemen en champagne, de uitgelaten klasgenoten, de oneindige stroom feesten, het weekje zuipen op Mallorca – en dan jij, met nog twee gedoemden, gezakt. Ik ben zelf een paar keer de beul geweest die de bijl op het hakblok deed neerdalen. Het ging toen om een mondeling eindexamen waarbij de kandidaat ter plekke het oordeel hoorde. De gezakte liep huilend, met gebogen hoofd het lokaal uit; de moeder op de gang liet van schrik de champagnefles vallen. Vreselijk.

En toch moet het. Een examen waarvoor nooit iemand zakt stelt niks voor. Zo’n diploma wil je niet hebben. Na het nachtmerrieachtige eindexamen middelbare school, de moeder aller examens, vallen alle andere mee. Je bent één keer meedogenloos beoordeeld en daar leer je van. Wie slaagt heeft een topprestatie geleverd – goed voor je zelfvertrouwen. Scholen die zo veel mogelijk leerlingen door het examen rommelen, bewijzen hun geen dienst en de samenleving heeft geen baat bij diploma-inflatie.

En toch gebeurt het. Deze week buigen zich weer zo’n 200.000 zwetende vmbo’ers, havisten en vwo’ers over het Centraal Examen. De rituele discussie zal weer losbarsten: was het te moeilijk, te makkelijk, fraudebestendig? Hopelijk wordt ook een andere discussie opgerakeld, die vorig jaar in een Oudhollandse sudderpan werd gesmoord. De sociologen Jaap Dronkers en Marloes de Lange hadden een ‘toenemende discrepantie’ ontdekt tussen de cijfers voor de schoolexamens – die door de scholen zelf worden afgenomen – en het Centraal Examen, een waarvoor de overheid verantwoordelijk is. Vooral op particuliere scholen, Vrije Scholen en ‘zwarte’ scholen was het verschil groot, een vol punt.

Beide cijfers tellen even zwaar mee. Het scheelt nogal of je op de ene school een zes en een vijf voor wiskunde haalt, terwijl je elders twee vijven had gekregen. Soms precies het verschil tussen slagen en zakken. Of tussen wel of niet worden ingeloot bij geneeskunde. Niet eerlijk. Dronkers berekende dat als alleen het Centraal Examen zou tellen, 23 procent van de vwo’ers en 28 procent van de havisten zou zakken.

Voor wie het Centraal Examen vreest en geld genoeg heeft, is er nog één uitweg: op de Universiteit Leiden kun je je in enkele dagen laten klaarstomen in je moeilijkste vakken. Bijna iedereen schiet één punt omhoog. Zo helpt de markt een handje mee.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt beloofde vorige maand de scholen waarbij de verschillen erg groot zijn aan te pakken. Maar hoe? Worden die schoolexamens ongeldig verklaard? Ontneemt de Inspectie die scholen hun examineerbevoegdheid?

Na ‘Dijsselbloem’ verwacht je fermere ingrepen. Schaf de schoolexamens af, bijvoorbeeld. Neem als overheid volle verantwoordelijkheid voor ‘wat’ geleerd moet worden. Daarmee garandeer je de waarde van diploma’s en hoeven universiteiten niet te selecteren. Het bezwaar dat leerlingen in één week worden afgerekend op zes jaar onderwijs, kun je ondervangen door het eindexamen te spreiden over de laatste twee jaar.

En dan de inhoud. Sinds de invoering van de Tweede Fase ligt de nadruk op vaardigheden. Ik kan alleen de examens Nederlands beoordelen, het vak waarin ik heb lesgegeven. Het Centraal Examen toetst samenvatten en tekstbegrip, cruciaal natuurlijk voor toekomstige studenten. Omdat een artikel van mij een paar jaar geleden als examentekst was gekozen, kon ik eens goed zien wat ‘tekstbegrip’ inhield.

Het viel niet mee. Op vragen ‘wat de auteur bedoelt’ moest de auteur het antwoord meermalen schuldig blijven. Bij de vraag naar het ‘doel’ van mijn tekst, waren volgens mij alle antwoorden – a. amuseren; b. informeren; c. beschouwen; d. betogen – goed. Kortom, ik begreep geen barst van mijn eigen verhaal: een dikke onvoldoende.

Was dat examen dus te moeilijk? Nee. Want als ik ‘de stof’ een middagje had doorgenomen, had ik geweten dat het om foefjes ging, zoals het signaleren van verwijswoorden, en dat bij die-en-die kenmerken geheid dat-en-dat etiket hoort.

Bij het onderdeel samenvatten moet de kandidaat omschreven passages, met bolletjes gemarkeerd, opzoeken in de tekst. Ik begreep dat het beslist niet de bedoeling is dat je de hele tekst leest; het gaat alleen om de bolletjespassages.

Spelling en grammatica tellen bij de beoordeling nauwelijks mee, maar op overschrijding van de lengte staan zware strafpunten. Zo kan het dat een leerling die in een te lange samenvatting aantoont de tekst uitstekend te begrijpen, een onvoldoende krijgt, terwijl een ander met een samenvatting vol spelfouten en kromme zinnen die braaf de bolletjes volgt, een 8 scoort.

Dit hele gedoe met bolletjes en etiketten is bedacht om de beoordeling en normering van het examen ‘transparant’ te maken. Maar wat toets je dan? Niet begrip of taalvaardigheid, maar de toetsbaarheid van het examen. In de dikke boeken over celbiologie of werktuigbouwkunde die universitaire studenten moeten doorploegen staan géén bolletjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden