NOG ERGER DAN OORLOG

Ze namen Bagdad in en stootten Saddam Hussein van zijn troon. Maar twee jaar later zijn de twintigers en dertigers van de Amerikaanse Derde Infanteriedivisie tot hun ontsteltenis weer terug in Irak....

Door Stieven Ramdharie

Hortend en stotend komt de Bradley-pantserwagen van luitenant Angel Guzman (26) tot stilstand.

Het is diep in de nacht en akelig stil. Alleen het geluid van de radio is te horen en het geklik van de mitrailleur, gereed voor elke Iraakse motherfucker die het in zijn hoofd haalt om dit konvooi van de Bravo-compagnie aan te vallen.

De vorige operatie van Bravo's Ouick Reaction Force, een snel inzetbare elite-eenheid die jaagt op rebellen in brandhaard Baquba ten noorden van Bagdad, eindigde nog geen week geleden in een twaalf uur durend gevecht. Nu moeten ze helpen bij het oprollen van de Groene Lijn Brigade, een groep in het dorpje Udaim die de soennitische rebellen zou financieren.

Shitbirds dus, zoals de soldaten hun tegenstanders noemen. Schijtvogels.

'Waarom stoppen we', vraagt korporaal Robert Bessemer (25) met lichte irritatie in zijn stem. Al kan hij eigenlijk wel raden wat er aan de hand is. Het zal wel weer zo'n verdomde wegbom zijn, de Improvised Explosive Devices (IED's) die al twee jaar dood en verderf zaaien onder de Amerikaanse troepenmacht in Irak. 'We hebben twee kraters in de weg gevonden met mogelijk IED's', meldt een krakende stem over de radio. Voor en achter de pantserwagen begint de zenuwslopende zoektocht naar de explosieven.

Bessemer, een forse kerel, is doodmoe. Moe van de vele operaties. Al vanaf het moment dat het konvooi Bradleys kort na middernacht de basis Camp Warhorse verlaat, heeft hij moeite om wakker te blijven. Moe is hij ook van Irak. Moe van het vechten tegen een vijand die zich niet laat zien en in het geniep bommen legt. 'Nog negen maanden', roept hij onderuitgezakt in de snikhete pantserwagen, 'en dan ga ik met mijn vrouw op een cruise in Europa. En ik hoop maar dat ik tegen die tijd nog in leven ben. Dat heb ik haar moeten beloven.'

Nooit, geen seconde, had de soldaat verwacht dat hij weer naar Irak terug zou gaan, toen zijn eenheid twee jaar terug betrokken was bij de inname van de luchthaven van Bagdad. Die gewaagde operatie in de hoofdstad was de eerste nagel aan Saddam Husseins doodskist.

Bessemer schat dat zijn Bradley alleen al ruim twintig Irakezen doodde tijdens de mars naar Bagdad. 'Toen was alles veel makkelijker', verzucht de soldaat. 'We schoten op alles wat bewoog. Nu zijn we een soort vredestroepen. Terwijl we getraind zijn om oorlog te voeren. De vijand kan nu iedereen zijn in een menigte. Het is een vijand zonder gezicht. Lafaards zijn het. Lafaards.'

Schimmen Zodra het luik van de Bradley open gaat, steekt een soldaat zijn hoofd nieuwsgierig naar binnen. Achter hem duiken de schimmen op van de rest van het konvooi, in de lucht hangen twee Apache-helikopters. Gereed voor Il l i a d , de zoveelste operatie van de 150 duizend man sterke Amerikaanse troepenmacht tegen de restanten van het ancien regime en de buitenlandse zelfmoordcommando's. 'Och, we hadden toch niets beters te doen', zegt de soldaat op cynische toon. 'Dus dachten we: laten we midden in de nacht maar in dit dorpje gaan rondlopen op zoek naar die assholes.'

Jerrod Swaim (23), schutter op een van de Bradleys, schat dat hij in 2003 in zijn eentje zo'n dertig Irakezen heeft gedood. 'Soms word ik zo pissed off als ik hoor van de zoveelste Amerikaanse dode. Dan wil ik het kamp uit en gaan jagen op de lui die ons opblazen. We zijn hier om de Irakezen te helpen. Maar hoe kun je dat doen, als ze je in de rug steken?'

Ze vormden de voorhoede van de invasiemacht, de 21 duizend soldaten van de Derde Infanterie Divisie uit Fort Stewart, Georgia. In amper drie weken werd Saddam Hussein van zijn troon gestoten. Zij zetten de eerste stappen in Bagdad en kegelden, voor een miljardenpubliek, het standbeeld van de Iraakse president omver.

'De snelste militaire aanval ooit', noemde de toenmalige divisiecommandant, generaal Buford Blount, de race naar Bagdad van de soldaten in hun tienduizend voertuigen. Maar anderhalf jaar na hun vertrek zitten de Bagdad Boys weer in Bagdad en omgeving. Ze dachten de oorlog te hebben gewonnen, maar kwamen er - eenmaal terug in de VS - achter dat die oorlog eigenlijk helemaal niet was beslecht. Sinds hun terugkeer in februari, heeft de divisie al ruim de helft van de 44 doden die tijdens de Bagdad-mars vielen, moeten incasseren.

Soldaten die een dictator op de vlucht joegen, worden nu - precies twee jaar nadat president Bush de grote oorlogshandelingen beëindigd verklaarde - met opvallend succes bestookt door diens trouwste aanhangers. In maart spraken Amerikaanse generaals nog de hoop uit dat de troepenmacht in Irak snel kon worden ingekrompen, maar sinds kort is het weer mis, na een afname van het geweld na de verkiezingen van januari.

Hoe moeten jongens die getraind zijn om artillerie-granaten veertig kilometer weg te schieten, een tegenstander bestrijden die een slimme guerilla-oorlog voert? Verpleger Willie Robinson (24) zag in de oorlog gewonde Irakezen, van wie de lichamen voor de helft waren w e g g e s ch o t e n .

Hij zag kinderen met afgeschoten benen en armen. 'De wereld heeft dat nooit gezien', vertelt Robinson terwijl rap-muziek door zijn kamer knalt. Foto's van zijn kind hangen boven zijn bed. 'Negentig procent van de gewonden die we toen moesten behandelen, waren Irakezen. Nu zijn de gewonden vooral Amerikanen.'

Wat is er in de ogen van de Bagdad Boys de laatste twee jaar misgegaan? Bradley-schutter Swaim weet het wel. 'We hadden toen elk huis in Bagdad moeten uitkammen', zegt hij in zijn kamer in het legerkamp Camp Warhorse, iets ten noorden van Baquba. 'Maar dat is nooit gebeurd. We hadden maar twee divisies in een stad van vijf miljoen inwoners.' Sergeant Robert Jones (33), ook een mitrailleurschutter: 'De bevolking was blij toen we Bagdad bevrijdden. Maar al na een paar maanden kregen we te horen dat we weg moesten. Ze wilden zichzelf besturen. Hadden we dat niet moeten doen? Hoe eerder ze dit land kunnen besturen, hoe sneller we weg zijn.'

Ook Baquba, een provinciehoofdstad zo'n vijftig kilometer ten noorden van Bagdad waar de Derde Brigade van de divisie is gelegerd, kwam na de oorlog nooit echt onder controle. In de stad van zo'n 300 duizend inwoners, is zelfs het roken van een sigaretje een levensgevaarlijke onderneming .

'De stad is vreselijk', moppert de chauffeur van de brigade-commandant. 'Sta je wat te roken naast je jeep, scheert er een kogel voorbij . Sluipschutters proberen je vanaf elk hoog gebouw in het centrum te doden. Die f u ck e r miste net mijn voet!'

Zelfmoordenaar Bravo-commandant Steve Gribshaw (30) en zijn mannen nemen zelfs voor een bezoek aan Camp Scunion aan de overkant van Warhorse, een rit van een paar minuten, de zwaarste veiligheidsmaatregelen. Je weet maar nooit of een zelfmoordenaar met een autobom de basis probeert te rammen, zoals een Sudanese jihadi in maart deed. Op de weg het vertrouwde beeld als een Amerikaans konvooi in aantocht is: Irakezen die doodsbang de weg verlaten en langs de kant stil blijven staan.

De waaghalzen minderen vaart en rijden stapvoets achter de Amerikanen aan. 'Gelukkig weet 95 procent dat ze niet te dicht bij ons moeten komen', roept sergeant Jones. Hij is, staand in de Humvee-jeep, met de mitrailleur op de Irakezen gericht, op alles voorbereid. 'Blijf vijftig meter van ons vandaan, anders schieten we.' Gribshaw, die in de ochtend voor de inval in Udaim de laatste details bespreekt in Camp Scunion, is een kopie van Elvis Presley. Zelfs zijn zuidelijke tongval doet denken aan de zanger uit Memphis.

Is deze zelfverzekerde officier dezelfde man die onlangs met zijn Humvee op een wegbom reed? Zijn chauffeur en schutter werden getroffen door scherfresten en moesten terug naar de VS, de Humvee raakte total loss, maar de zeer gelovige Gribshaw had geen schrammetje. 'Ik deed het in mijn broek', zegt soldaat Joseph Richards (22), die vijftig meter achter Gribshaw reed. 'Je wil niet naar Camp Normandy gaan, een uur hiervandaan. Weet je hoe we de weg ernaartoe noemen? IEDsteeg. Ik hou van de missies, de invallen, begrijp mij niet verkeerd. Maar om er naar toe te rijden, dat is het ergste. Dit is geen oorlog, dit is erger.'

Jones vocht in de eerste Golfoorlog en maakte mee hoe een goede vriend op een landmijn stapte en beide benen verloor. Twee jaar geleden werd hij in Karbala bestookt door Saddams Fedayeen-militie. Bij Bagdad regende het artilleriegranaten. Maar deze shit in Baquba is toch anders. 'Ik probeer er niet aan te denken dat ik elke fractie van een seconde kan worden opgeblazen door zo'n wegbom. Anders krijg je een zenuwinzinking.' Soldaat Richards: 'We hebben dit gewoon te lang laten duren. Er zijn te veel Amerikaanse soldaten in Irak. We moeten de Irakezen meer het werk laten doen.'

Verontschuldigend, tot Jones: 'Sorry, sergeant. Ik wil niet te veel op een hippie lijken.'

Mor tieraanval Als de avond valt en Camp Warhorse volledig is verduisterd om mortieraanvallen te voorkomen, praat Gribshaw in zijn kamer met duidelijke tegenzin over de wegbom die hem zijn leven had kunnen kosten.

Maak er nou geen heldenverering van, wil hij maar zeggen. Nee, hij is beslist niet bang om elke dag weer in zijn Humvee te stappen en het kamp uit te gaan. Gribshaw: 'Ik ben een wedergeboren christen en ik ben er heilig van overtuigd dat God mij beschermt. Hij heeft een plan met mij. Als mijn tijd is gekomen, prima. Trouwens, je kunt je ook te veel zorgen maken.'

Uren later is de inval in Udaim in volle gang. Een strijdmacht van zo'n zeshonderd Amerikaanse en Irakese soldaten sluit het dorpje hermetisch af, waarna de invallen beginnen. In twaalf huizen wordt naar veertien verdachten gezocht. Opvallend is de ondersteunende rol van de Amerikanen. Stormden ze de afgelopentwee jaar - niet zelden met bruut geweld - woningen binnen, nu wordt dat werk bewust overgelaten aan de Irakese militairen. Amerikaanse soldaten kijken slechts toe. Gribshaw: 'Het is een groot verschil voor de Irakezen als een landgenoot hun huis binnenkomt of een Amerikaan.'

De operatie verloopt echter niet geheel voorspoedig. Tegen de ochtend wordt duidelijk dat een van de belangrijkste verdachten is gev l u ch t . Mogelijk na een tip over de inval. Bij een van de wegversperringen, waar tientallen vrachtwagens met fruit en groente zijn gestrand, zijn de Amerikanen de gebeten hond. Een chauffeur schudt het hoofd, verontwaardigd over het oponthoud. Een ander parkeert zijn vrachtwagen te dicht bij de wegversperring. 'Hé, motherf u ck e r ', schreeuwt sergeant Tyrone Berry (30), 'deze kant op!'

Te midden van dit alles vertelt Berry over de dood van een collega in februari. De Bagdad Boys waren net in Baquba aangekomen, toen een patrouille werd getroffen door een zware wegbom. Scherfresten doorzeefden het lichaam van Berry's kennis. 'De dag dat hij stierf, werd mijn dochter geboren. Ik wou dat ze het lef hadden om een tegen een tegen ons te vechten. Laat ze maar komen, Vi e t n a m -s t y le.' 'Wat er de afgelopen twee jaar mis is gegaan?' Soldaat Allan Church (26), lader van het geschut op een Abrams-tank, weet het niet. Hij leidde met zijn tank in 2003 honderd kilometer lang de Amerikaanse invasiemacht, Misschien, heel mischien, zou het in Irak anders zijn gelopen als rebellen en religieuze fanataci de Amerikanen niet vanaf het begin hadden gebrandmerkt als satans. 'Het volk nam dat over', zegt Church. Sergeant Jerald Jones: 'In een dorp hier in de buurt, deelden we laatst snoep uit. De bewoners dachten dat het vergiftigd was. We moesten het eerst zelf opeten.'

Als tank-commandant Michael Skarhus (35) door een dorp loopt, vragen de Irakezen hem wanneer hij en al die andere Amerikanen toch eindelijk weggaan. Maar Skarhus en Jones, die ook in de Golfoorlog vocht, voelen zich absoluut geen bezetter. 'Het is een groot misverstand: ze zien ons met wapens lopen. Ze zijn bang voor ons, terwijl we ze willen helpen. Ik zeg ook tegen ze dat ik naar huis wil. Maar laten ze ons eerst helpen een einde te maken aan het verzet. Vertel ons waar die rebellen zijn. Ik ben hier met zestien soldaten gekomen en ik wil heelhuids met zestien man teruggaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden