Nog één keer Wilko Johnson

Wilko Johnson van Dr. Feelgood is een van de vaders van de punk. Alvleesklierkanker dwingt hem tot een haastig, maar machtig slotakkoord.

'Ik had afgelopen november al dood moeten zijn, van veel mensen heb ik afscheid genomen. Ik geneer me zelfs een beetje. Maar de ziekte krijgt me maar niet klein.'


Wilko Johnson (66), de Britse gitarist die in de jaren zeventig geschiedenis schreef als gitarist en componist van de rock- en bluesband Dr. Feelgood, klinkt monter en vol zelfspot aan de telefoon. 'Ja, ten dode opgeschreven en toch nog even praten met een bloody journalist. Het gaat allemaal gewoon door.'


Het doodvonnis, zoals hij dat zelf noemt, viel in januari 2013. Alvleesklierkanker werd er bij hem geconstateerd, veel langer dan tien maanden zou hij niet meer te leven hebben. Zijn carrière leek net weer een duwtje te hebben gekregen. Johnson toerde al wat jaren met zijn trio langs niet al te grote clubs, spelend voor een publiek van oudere jongeren dat brulde om Roxette, All Through The City en andere liedjes die hij midden jaren zeventig schreef voor Dr. Feelgood.


De laatste tijd was er echter wat meer vraag naar optredens gekomen. Dat was na het uitkomen van de documentaire Oil City Confidential die Julien Temple in 2010 over Dr. Feelgood maakte en die een groot succes werd.


De zanger van Dr. Feelgood, Lee Brilleaux, was in 1995 al overleden; de centrale figuur in de documentaire was daarmee Johnson, die verantwoordelijk was voor de liedjes op de eerste twee, baanbrekende albums van de band.


'De film was voor veel mensen een ontdekking', zegt Johnson. 'Eindelijk werden we erkend als grondleggers van de punk. En ineens wilde iedereen ook zien wie die rare, over het podium stuiterende gitarist was.'


Dr. Feelgood baarde midden jaren zeventig - een paar jaar voordat de Sex Pistols en The Clash punk in Londen op de kaart zouden zetten - opzien met rauwe rudimentaire rock 'n' roll, gedragen door het staccato, hoekige gitaarspel van Johnson en de doorleefde stem van Brilleaux. De elementaire rhythm & blues-muziek van Dr. Feelgood stond haaks op de in die jaren populair wordende prog- en glamrock en trok steeds meer publiek aan.


Dr. Feelgood werd al snel een van de populairste bands van het live-circuit. De leden zagen hun album Stupidity in 1976 op de eerste plaats van de Britse albumlijst binnenkomen. Maar voordat de band dit succes kon verzilveren, stapte Johnson op. Het lukte hem niet meer tussen al het toeren door met nieuwe nummers te komen. Bovendien zag hij zichzelf binnen de band geïsoleerd raken.


'Als enige dronk ik niet en 's nachts zat ik aan nieuw materiaal te ploeteren, terwijl Lee met de rest aan het feesten was.'


Er was ook een zekere animositeit tussen de aanvankelijke boezemvrienden. Brilleaux mocht dan een geweldig charismatische rock 'n' roll-zanger zijn, Johnson trok met zijn haast machinale bewegingen en de manier waarop hij zijn gitaar als mitrailleur op publiek en medebandleden richtte, de meeste aandacht.


Die bewegingen maakt Johnson bijna veertig jaar later nog steeds, ook zijn spel op de Telecaster is nog even vurig in het stijf uitverkochte Shepherd's Bush Empire in Londen, waar hij in februari van dit jaar optrad om 'misschien toch wel echt voor het laatst' de liedjes ten gehore te brengen die hij voor Dr. Feelgood schreef. Vervanger voor Brilleaux is in Londen niemand minder dan Roger Daltrey, zanger van The Who. Johnson en Daltrey hebben samen een plaat opgenomen, die vorige week verscheen: Going Back Home, met daarop een selectie uit de liedjes die Johnson de afgelopen veertig jaar heeft geschreven.


De plaat werd eind vorig jaar in acht dagen opgenomen. 'Toen ik er dus eigenlijk al niet meer had moeten zijn', aldus Johnson, die benadrukt dat de plannen voor de samenwerking met Daltrey - 'een van de beste Britse r&b-zangers ooit'- al gesmeed waren lang voordat zijn ziekte werd geconstateerd. Johnson, nuchter: 'Maar ineens kwam er wel wat haast bij.'


Hij realiseerde zich dat zijn tijd weliswaar beperkt was, maar dat er nog best het een en ander aan plannen gerealiseerd kon worden. De zeer succesvolle korte Britse tournee, die vorig jaar maart werd aangekondigd als het grote afscheid, kon nog een vervolg krijgen. 'Ik zat ineens boordevol energie en ben nog steeds niet te stuiten.'


Toch zal dit album met Daltrey zijn laatste studio-plaat zijn, zegt Johnson. 'Nog één keer wilde ik mijn beste liedjes spelen met de beste zanger denkbaar, het resultaat vervult me met grote trots. Verder zie ik het wel.'


De liedjes van Going Back Home klinken verrassend tijdloos. Puntige, harde rhythm & blues, met een Daltrey die precies de juiste, vuige klank heeft. Het is ook een bijna ontroerend schouwspel in Londen. De grote rockster Roger Daltrey, die zich klein maakt met een stapel tekstvellen voor zich en voortdurend blikken van bewondering uitwisselt met de zeer beweeglijke Johnson.


Dat het meeste repertoire bijna veertig jaar oud is, doet voor het publiek - mannen van 50+ - niet terzake. Op de vraag waarom het hem na Dr. Feelgood nooit meer is gelukt met zijn liedjes zo veel indruk te maken, zegt Johnson een paar weken eerder aan de telefoon: 'Geen idee. Verkeerde mensen om me heen, te weinig prikkels, te veel dope misschien wel. Inderdaad, ergens is mijn songschrijfloopbaan gestokt. Dr. Feelgood was de top voor mij. Maar ik ben blij dat ik nog kan voelen hoe dierbaar die muziek is voor velen.'


Wilko Johnson/Roger Daltrey: Going Back Home. Chess/- Universal

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden