Nog één keer terugkomen

Richard Krajicek is deze week dertig jaar geworden. De Wimbledonkampioen van '96 revalideert al veertien maanden van een elleboogblessure. Geduld moet hem terughelpen in het circuit....

door John Volkers

ALS EEN beroemd tennisser het over Parijs heeft, dan denk je aan grote toernooien, aan het gravel van Roland Garros of aan het tapijt van Bercy. Richard Krajicek sprak deze week over Parijs, maar hij doelde op Disneyland. Met dochter Emma en vrouw Daphne - zoon Alec bleef bij oma - ging hij in het park bij de Franse hoofdstad een korte vakantie vieren, de eerste in meer dan een jaar.

In mistig Muiderberg vertelt Krajicek, kort voor vertrek naar zijn vakantie-adres, dat lichaam en vooral geest aan rust toe zijn. 'Ik heb nu een paar weken vrij genomen. Want ik heb veertien maanden zonder onderbreking gerevalideerd.

'In die periode heb ik geen vakantie gehad. Telkens wanneer ik ergens naar toe wilde gaan, dacht ik: nee toch maar niet, misschien speel ik binnenkort wel weer. Ik ben al die tijd, afgezien van enkele tennis- en medische verplichtingen in de Verenigde Staten, niet weggeweest. Ik pendelde tussen Muiderberg en Amsterdam, huis en training. Een forens ja. Alleen eentje zonder dal urenkaart.

'We gaan nu voor drie dagen naar Disney. Ik ben benieuwd. De vorige keer was Emma, ze wordt in april vier, nog bang bij Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen. Daar werd het opeens donker.'

Het duister is het afgelopen jaar ook over de carrière van Richard Krajicek gevallen. Voor de US Open, van eind augustus, liep de laatste voorspelling over zijn terugkeer op de baan. 'Toen ik de US Open niet kon halen, ben ik opgehouden met die voorspellingen. Ik heb me ook niet meer op 1 januari gericht. Je hoopt er hoogstens op.

'Ik prik geen datums meer. Daar heb ik mijn vingers vaak genoeg aan gebrand. Het komt ook zo negatief over. Zo'n blessureperiode kan beter één geheel zijn. Het is niet leuk constant over jezelf te moeten lezen: zijn rentree is weer uitgesteld. Dat geeft negatieve vibes.'

Termijnstelling geeft onnodige druk. Eerst probeerde Krajicek, begin dit jaar, de eerste Davis Cup-ronde tegen Spanje te halen. Daarna werd gedacht aan de tweede ronde tegen Duitsland, maar toen kwam er, na vijf maanden revalidatie zonder resultaat, een operatie in de Verenigde Staten tussendoor.

Hij werd in het ziekenhuis van Washington door chirurg Nirschl geholpen aan de golfelleboog ('dan doet de forehand pijn, bij een tenniselleboog is het de backhand'). Dat gekwetste gewricht houdt hem sinds vorig jaar oktober, na de nederlaag in de tweede ronde van Stuttgart tegen Lleyton Hewitt, in de behandelkamers en aan de zijlijn.

Cincinnati en Washington bleken in de zomer niet haalbaar, de US Open net zomin en captain Tjerk Bogtstra moest zijn kopman ook afschrijven voor de halve finale van de Davis Cup, tegen Frankrijk, eind september in Rotterdam.

'Toen ik vorig jaar met die elleboog bij mijn arts Peter Vergouwen kwam, zei hij al dat tussen de drie en twaalf maanden herstel nodig zou zijn. Onderschat dit niet, zei hij. Het is een klein plekje, maar het is een verschrikkelijke blessure.

'Nu ben ik al veertien maanden aan het herstellen. Daar is dan wel die operatie tussendoor gekomen. Ik had kunnen wachten tot de twaalf maanden om waren, maar na een second opinion leek het me beter te opereren. Met Vergouwen heb ik steeds contact gehouden. Veertig procent van de pees was, zoals ik al wist, slecht van kwaliteit. Dat gedeelte is als met een ijsschep weggehaald en daarna zijn de goede stukken weer aan elkaar genaaid. Zie het nu maar als een rollade.

'Nieuw in de Amerikaanse diag nose was dat mijn zenuw op twee plaatsen beklemd bleek te zijn geraakt. Gelukkig maar een beetje, als het erg was geweest dan zou ik tintelingen in mijn hand hebben gevoeld. Zulke onrechtmatigheden zie je alleen als je het gewricht openmaakt.'

Hij heeft een balletje mee, een zandzakje, waarin hij voortdurend moet knijpen. 'Slijpen noemen ze dat. De pees moet constant op rek worden gebracht, om weer trek- en duwkracht te krijgen. Ik zit constant te pompen.'

Andere fysieke trainingsarbeid verricht hij in de fitnessruimte achter zijn huis en op de racefiets. De strijd die hij met zijn gewicht levert is een pittige. Hij houdt van lekker eten en het bordje moet nog altijd leeg. 'Ik ben nu 97 kilo en dan moet de Kerst nog komen... Als ik niet zou trainen, zou ik ruim boven de 100 kilo wegen. Mijn ideaalgewicht is 91 kilo. Tegen de tijd dat ik weer begin te tennissen moeten die extra kilo's er uiteraard wel af zijn.'

Krajicek heeft moeite met zijn armblessure, ook omdat het herstel zich niet laat voorspellen. 'Bij andere blessures kon ik makkelijk zeggen dat ik er over twee weken weer zou staan. Zo goed kende ik mijn lichaam wel. Maar dit herstel verloopt zo wisselvallig. Het gaat langzaam, maar het wordt wel beter, duidelijk beter vind ik.

'Zes weken geleden speelde ik twee sets op rij. Zonder problemen en redelijk voluit. Ik dacht: nu ben ik er bijna. De week erna ging ik serveren. Ik dacht: het kan nog iets harder, om echt even helemaal vrij te komen. Maar toen voelde ik weer wat en vervolgens moet je het toch weer vier dagen rustig aan doen. Dan val je weer helemaal terug en moet je weer opbouwen.'

Of de weigerachtige elleboog - er werd bij de operatie zelfs een gat in geboord voor de doorbloeding - het definitieve einde van zijn loopbaan inhoudt, daar gaat Krajicek vooralsnog niet van uit. De Australian Open van medio januari kan al niet meer, het ABN Amro-toernooi van Rotterdam in februari is een volgend objectief.

Er ligt voor de toekomst van de serve-volleyer echter maar één termijn vast. Dat is de zekerheid dat hij voor het ATP-toernooi van Rotterdam in 2004 de aangewezen toernooidirecteur is. Het contract moet nog getekend worden, maar er zijn al vijf concepten gepasseerd en Krajicek wil graag. 'Zo kan ik met toptennis bezig blijven in de nu redelijk dichtbijzijnde toekomst.'

Begin dit jaar heeft hij nog een spelerscontract met Rotterdam getekend, voor drie edities, tot en met 2004 - 'om van dat gezeik van verdere onderhandelingen af te zijn' - maar in juni kwam al weer een volgend aanbod uit de Maasstad, om in 2004 reeds aan te treden als toernooidirecteur. 'Dat derde jaar van het spelerscontract ga ik dus niet uitdienen.'

In 2003 houdt hij ermee op. 'Ik wil dat jaar nog alle Grand Slams doen. Het is de bedoeling te spelen tot eind 2003, tot en met de US Open van september. Dan is het fulltime tennissen echt voorbij. Misschien dat ik dan nog ergens één laatste toernooi speel. Ik ben dan bijna 32.'

Even later en iets pregnanter: 'Door Rotterdam is er nu een datum om te stoppen en dat is eigenlijk de US Open van 2003.'

Normaliter zou hij dat moment van afscheid niet zo hebben aangekondigd. 'Ik zou die datum normaal nooit gezegd hebben. Maar ik heb nu eenmaal een datum moeten afspreken met de mensen van Rotterdam.' Dan melancholiek: 'Misschien dat ik nooit meer terugkom. Of er eerder mee stop. Dat weet je niet.'

In de 2003-editie van Flushing Meadows (US Open), zijn laatste grote toernooi, vangen Krajiceks werkzaamheden als toernooidirecteur aan. Wim Buitendijk, de huidige directeur van het ATP van Rotterdam, strikte traditiegetrouw veel van zijn spelers bij die US Open.

'Ik ga het maar combineren bij dat toernooi, zelf spelen en met de manager van de spelers spreken. Ik zal me dat eerste jaar uiteraard laten adviseren op het gebied van het contracteren van spelers. Want ik kan het me niet permitteren om de kwaliteit van het spelersveld ten koste te laten gaan van mijn onervarenheid als toernooidirecteur.

'Ik weet weinig van onderhandelen. Van mijn eigen manager krijg ik nooit meer dan het eindresultaat van de onderhandelingen te zien.

'Voor een veld van 32 spelers moet je vijf tot acht man aantrekken. De rest schrijft zelf in. Spelers aantrekken is een van mijn hoofdtaken. Verder doe ik de woordvoering, de contacten met de spelersorganisatie ATP en met de sponsors en ik denk mee om het toernooi te verbeteren. Ik moet het gezicht van het toernooi worden. Het meer commerciële werk, de loges en het VIP-dorp neemt Ahoy in eigen beheer.'

Om opschudding te voorkomen - in het verleden waren er vele aanvaringen tussen Buitendijk en Krajicek - vroeg de Muiderberger nauwgezet na hoe de positie van de huidige directeur was. 'Toen ze me benaderden zeiden ze dat ze met Wim zouden stoppen. Ik wilde dat duidelijk krijgen, want ik wil niet iemand zijn baan afnemen.

'Buitendijk en ik hadden geen ideale relatie. Het toernooi is zijn levenswerk, maar voor honderd procent eigendom van Ahoy'. ABN Amro en Buitendijks bedrijf (Spomark, red) zijn geen mede-eigenaar.

'Misschien valt het tegen en kan ik er niets van. Maar dat geloof ik niet. Het is niet dat ik opeens in een hele nieuwe wereld terecht kom, maar mijn functie is nu anders. Ik heb mijn speech voor de mensen van Ahoy' al gehouden. Ik heb ideeën. Zo vind ik dat de ranking niet heilig moet zijn voor het aantrekken van een spelersveld.' Dat is uiteraard mijn mening, maar Ahoy, in overleg met de hoofdsponsor, zal uiteindelijk aangeven wat voor soort spelersveld ze van me verlangen.

Tot hij serieus aan de slag gaat als directeur is Krajicek nog twee volle jaren in het actieve tennis te vinden. De blessure heeft zijn planning met een jaar opgeschoven. Van stoppen in 2002 is het ophouden in 2003 geworden. 'Dan vind ik het wel best. Maar dat gemiste jaar van 2001 heb ik er als extraatje tussen geschoven.'

Hij houdt zich bij al zijn twijfels na veertien maanden revalideren vast aan andere wonderbaarlijke come-backs in het tennis. Deze zomer heeft hij zich verbaasd over de terugkeer van generatiegenoot Goran Ivanisevic.

'Als iemand drie jaar lang geen pot wint en je weet hoe slecht zijn schouder is, dan verwacht je hem niet meer in de finale van Wimbledon. Ik heb hem nog gesproken op Long Island 2000. Toen had hij zijn zoveelste cortisonen-injectie gehad in zijn schouder. Het hielp niet.

'Heus, als ik iets had en ik kreeg cortisonen, dan was dat meteen geregeld. Cortison helpt gewoon, maar bij Goran niet meer. Dan heb ik zoiets van: dat komt nooit meer goed. Ik begrijp het ook niet. Hij serveerde als een trein op Wimbledon, dertig aces per partij. Ik dacht: misschien heeft hij zich door zijn pijn heen gebeten, maar daarna is hij ook niet teruggevallen. Hij stond er toch ook maar in de Masters Cup in Sydney.

'Een raadsel dus. Die blessure is, net als die schouder van Pat Rafter, serieuzer en erger dan wat ik heb. Tenminste dat heb ik van de artsen begrepen. Maar zij tweeën staan op de baan en ik ben al veertien maanden aan het terugkomen.'

I

VANISEVIC en Rafter stonden deze zomer op Wimbledon in de finale. De Kroaat, in '98 nog de man die Krajicek uit de finale hield, won eindelijk de lang verbeide titel. 'Het was mooi en heel goed voor het mannentennis. Dat had het ook wel nodig.

'Maar ik vond het zielig voor Rafter. Niemand kijkt naar hem om. Hij wist al dat ie zou stoppen dit jaar. Hij heeft jarenlang de pijn verbeten, hard getraind. Ivanisevic was volgens mij een stuk minder intensief dan Rafter bezig met zijn sport de laatste tijd. Maar daar wordt niet naar gevraagd. Ik kon in elk geval niet kiezen voor een favoriet. Rafter had het ook verdiend vond ik. Hij had op het eind wel veel last van zijn schouder, maar sommige mensen hebben nu eenmaal zwakke punten. Het maakt niet uit hoe hard je traint.'

Pijn lijden hoort bij toptennis. 'Rafter is ook na zijn schouder operatie de kickservice blijven doen. Anders kan ik net zo goed stoppen met tennis, zei hij. Hij heeft twee jaar met pijn gespeeld. Ik ben er ook aan gewend geraakt. Dat die arm vorig jaar in Bazel, na die giga-services van Rusedski zo pijn deed, verontrustte me niet, tot ik in Stuttgart voelde dat het niet goed zat.

'Ik heb eerder zo'n zere arm meegemaakt. Ik won een keer van Becker in Sydney. Ik had in de wedstrijd zoveel pijn dat ik niet eens mijn waterfles kon opendraaien. Maar je speelt door die pijn heen. Na de wedstrijd moest ik snel vliegen. Bij het opstijgen kwam de druk op mijn arm en toen moest ik nog meer pijnstillers nemen. Ik hield er een stijve arm aan over, maar een paar dagen later was het weg. Je moet niet panikeren bij een eerste pijntje.'

Paniek is ver weg, het gaat nu om geduld bij de genezing van de rechterarm. 'Ik mis het en wil zeker nog een keer terugkomen. Je vergeet bijna hoe het voelt een topsporter te zijn. De spanning en zo, ik kan het me nog wel een beetje herinneren.'

Op momenten van bezinning neemt Krajicek reeds zijn palmares door. 'Ik heb al zitten terugblikken. Nummer vier van de wereld, zeventien toernooien achter de naam, twee Super-Nines en dan Wimbledon.'

Hij zou Wimbledon, het heilige, eeuwige roem biedende Wimbledon, willen ruilen voor de trofeeën van Rafter: twee US Opens en éénmaal nummer één van de wereld. 'Eén US Open en één nummer één-ranking is ook een heel mooie combinatie. Ik denk dat ik nummer één zijn, al is het maar voor een uur, nog belangrijker vind dan een tweede Grand Slam winnen.'

Lleyton Hewitt heeft sinds dit jaar ook de combinatie US Open en 's werelds nummer één positie achter zijn naam. Het heeft Krajicek verbaasd dat de Australiër zo snel en zo jong de hoogste plaats in de tenniswereld heeft ingenomen. 'Nee, ik had niet verwacht dat hij nummer één zou worden. Ik zag hem als een talentvolle jongen die op termijn toernooien kan winnen, die de topvijf zou kunnen halen, maar nummer één, da's een ander verhaal. Hij doet het, heel knap.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden