Nog altijd onder de indruk van Belle And Sebastian

Afgelopen zaterdag zag ik een van de meest indrukwekkende concerten uit mijn leven. Nu drie dagen later heeft het me nog altijd niet losgelaten, en dat heb ik maar zelden. Zelfs de beste optredens houden me niet zo lang bezig. Dat van Belle And Sebastian wel. Al dagen hoef ik niks anders te horen, en zelfs hun laatste plaat waar ik tot voor kort niet zo heel veel aan vond (alles relatief natuurlijk) wil ik bij deze nog een plaatsje in de top 10 van 2010 geven. ‘Make Me Dance I Want To Surrender’.

Ik ben een fan van Belle And Sebastian, al sinds 1996, maar zo’n impact verbaast me toch. En ik ben blij met deze monomanie. Ik zal uitleggen waarom.

Drie weken geleden publiceerde ik mijn laatste blog. Ik was zojuist teruggekeerd uit Austin, Texas waar ik een van de betere SXSW festivals van de laatste jaren had meegemaakt.

Ik had veel inspiratie opgedaan en zat vol energie. Ik nam me voor iedere dag een blog te gaan schrijven, ideeën zat.

En toen overleed mijn vader. Op zichzelf geen groot drama. Hij was er al jaren slecht aan toe en kinderen begraven op een zeker moment hun ouders. Wat altijd beter is dan andersom.

Maar toch.

Ik had ineens in veel dingen geen zin meer. Muziek daar kon ik nog wel van genieten, maar echt nieuwe dingen daar had ik eigenlijk geen oren naar. Ik had ook weinig geduld, bemerkte ik.

Deerhunter in de Melkweg? Ik vind hun platen prachtig maar toen ze begonnen met een brakke versie van een van mijn lievelingsnummers Desire Lines, was ik er eigenlijk al weer klaar mee. Kwam er ook niet meer in. Iedereen leek het prachtig te vinden maar ik verveelde me dood.

Misschien was ik er gewoon even niet zo ontvankelijk voor, of misschien was het allemaal ook wel niet zo geweldig wat ik hoorde of zag. Hoe dan ook, ik was er niet zeker van of ik me op Motel Mozaïque wel weer echt kon amuseren. Maar dat viel mee. Vrijdag begon goed met James Vincent McMorrow in de tot kerk verbouwde 3Voor12-tent. En toen een paar uur later een met technische problemen kampend Alamo Race Track me toch nog wist te vermaken, vermoedde ik al dat het beter ging.

Helaas viel het programma wat ik daarna volgde nogal tegen. Josh T. Pearson en James Blake sloeg ik bewust over omdat daar in mijn krant al genoeg over geproduceerd was, en de rest stelde teleur. Met als dieptepunt een tot heks getransformeerde Lykke Li.

Zaterdag had ik ineens ontzettend veel zin in Belle And Sebastian. Een van mijn lievelingsbands, maar ook een band waar ik eigenlijk al een paar maanden weinig naar geluisterd heb. Dat kun je zo hebben. Die laatste plaat Write About Love was ook op een paar liedjes na nooit echt tot me doorgedrongen.

Ik had de band weliswaar een jaar of vier niet meer gezien, maar daarvoor al een keer of vijftien. Het was bijna gewoontjes geworden: O, Belle And Sebastian, leuk. Wat speelt er nog meer?

Negen jaar geleden stond Belle And Sebastian ook op MM, in dezelfde Schouwburg. Vele fans werden toen teleurgesteld omdat de capaciteit veel kleiner was dan het aantal B&S fans. Dat dreigde nu ook weer het geval te worden. Want hoewel om me heen nogal wat fans van het eerste uur de laatste jaren zijn afgehaakt, heeft de band inmiddels wel een schare jonge fans aan zich weten te binden.

Op tijd naar de schouwburg dus, waar er alles aan gedaan werd om een vroegtijdig bezoek te ontmoedigen. Eenmaal binnen kon je niet naar buiten voor een consumptie zonder dat het je plek kostte. Wc-bezoek was wel mogelijk, maar die ene wc was ook niet echt afdoende.

Dus konden de vroege fans zich voorbereiden op een uur of vier zonder drankjes in een zaal waar de verwarming lekker leek te loeien. Gelukkig: Jose Gonzales viel mee. Met orkest vond ik zijn cover van Teardrops zelf erg sterk. Maar ik had ook zonder gekund.

Toen om kwart over tien ik al 2,5 uur binnen was en al gelukkig zou worden met een glaasje water in plaats van bier, gingen de lichten uit en daar waren ze.

Het voelde meteen goed. Ook voor hun zo bleek want zanger Stuart Murdoch toonde zich blij met het feit dat het publiek zo dicht op het lage podium mocht staan. Dat bevorderde de intimiteit.

Altijd spannend hoe ze beginnen en hoe het eerste nummer klinkt. Het is Expectations van de debuutplaat Tigermilk. Het geluid is subliem. De trompet verderop in het liedje is keurig in balans met akoestische gitaar, toetsen en de stem van Murdoch. Dirty Dream #2 volgt. Een van mijn lievelingsliedjes van The Boy With The Arab Strap. Die vrolijke strijkers alleen al geven je een zorgeloos gevoel. En wat klinkt het allemaal prachtig

Het publiek is ideaal. Aandachtig, geconcentreerd en dansend en zingend als erom gevraagd wordt. Vijf kwartier verplaatst nauwelijks iemand zich.

Step Into My Office wat ik altijd een niemendalletje vond, is ineens ook al zo’n zomers sixties wonder. Burt Bacharach lijkt zich met de arrangementen te hebben bemoeid.

Dan geeft Stuart de microfoon over aan Stevie Jackson, de gitarist. Die geeft meezing instructies voor I’m Not Living In The Real World, in diverse toonhoogten. De wisseling belooft hij aan te geven met een oogwenk. ‘Dat ziet toch niemand’, bemoeit Stuart zich ermee.

Ik hou eigenlijk niet zo van dit soort intermezzo’s, maar het resultaat is ernaar. Een liedje dat me op de laatste B&S plaat nauwelijks opviel beklijft nu wel.

I Want The World To Stop bewijst zich vervolgens als een echte B&S klassieker. Hoe krijgt de band het toch voor elkaar, dit soort even argeloos als dwingend klinkende liedjes te maken. Dansbaar als de beste sixties soul.

Wanneer hij wat publiek op het podium uitnodigt om te dansen op Sukie In The Graveyard verrekt Murdoch een spier. Stevie moet het maar even overnemen excuseert hij zich waarna hij in de coulissen verdwijnt.

Er volgt een houterig, moeizaam beginnend Jonathan David (‘te lang niet gespeeld’) dat met hulp van publiek nog wat wordt ook.

Murdoch komt terug en gebaart met een opgestoken vinger ‘1’ naar zijn bandleden. Van een van de geluidstafel geplukte setlist begrijp ik dat hij daarmee ‘optie 1’ bedoelt. Lord Anthony in plaats van Stars Of Track & Field dus.

Wat betekent dat het enige liedje op de lijst van het als beste B&S plaat bekend staande If You’re Feeling Sinister geofferd wordt.

Had ik vooraf geweten dat de band mijn favoriete album zou negeren, dan was ik er niet gerust op geweest, maar ik heb de liedjes niet gemist. Boy With The Arab Strap was de verwachte danskraker en minstens zo knap werd If You Find Yourself Caught In Love gespeeld. Stuart Murdoch verloor zich in zijn enthousiasme door de balkons over te klimmen. Maar hij liet geen noot vallen.

En toen was het al bijna klaar. The State I’m In, een van de vroegste en beste B&S liedjes bracht iedereen weer terug in melancholieke stemming, waarna een echt stuwend en pompend Sleep The Clock Around korte metten maakte met de wat vlakke plaatversie. Wow, dit rockte. Zonder dat de charme van het liedje overigens werd aangetast.

Tsja, daar sta je dan. Je weet dat B&S tot veel in staat is. Maar dat ze zo goed konden zijn of in ieder geval zoveel indruk konden maken, dat was ik toch even vergeten.

Ik heb ze vaak gezien, en hoe leuk stoer het ook mag wezen is om tegen nieuwe fans dingen te roepen als: leuk maar ik heb ze wel eens beter gezien, ik geloof niet dat dit voor mij het geval was.

Natuurlijk om er maar een paar te noemen, ze waren prachtig die eerste grote B&S show in Sheperd’s Bush, 1998; Bowlie Weekender 1999; twee juniavonden in Barrowlands Glasgow, 2001; Motel Mozaique 2002; drie avonden in december 2003 in Astoria Londen. Of anders die avond in 2005 dat de band het complete If You’re Feeling Sinister uitvoerde.

Maar ik genoot zaterdag minstens zo veel. Er was in 1998 maar 1 band die me zo kon raken, en diezelfde band doet dat nog steeds.

Onvergetelijk, en het zou nog mooier worden in de Schouwburg dankzij DJ St. Paul. Ook van hem had ik wel wat verwacht, zeker als hij zijn avond Hang The DJ noemt. Maar hij overtrof zichzelf echt. Ik ben tussendoor nog even bij The Coral gaan kijken, maar hoe leuk ik hun platen ook vind: het feest was beneden, in de foyer.

Ik ken geen dj die op een dansavond de Isley Brothers laat volgen door Deerhunter. En dat allemaal in zelf geschapen sfeer waarin Memory Boy na This Old Heart Of Mine de enige juiste keuze blijkt. Een dj die liedjes boven beats stelt maar wel iedereen aan het dansen krijgt en houdt.

Stuart Murdoch zelf stoof tijdens de Go-Team de dansvloer op en zou daar blijven totdat zijn bus naar Brussel vertrok. Allemaal pop en soul en allemaal steengoed. En om ons nog aan het concert van die avond te herinneren werden de Ramones, Destroyer, Crystal Fighters, Vampire Weekend en Talking Heads afgewisseld met liedjes van B&S zelf. Natuurlijk wel precies die, die ze niet hebben gespeeld.

Het was zo vier uur. Onvergetelijke avond.

Ik voel me weer even opgeruimd als toen ik drie weken geleden terugkwam uit Austin.

Wat muziek allemaal met een mens kan doen. Heerlijk. Dank Belle And Sebastian, dank Paul.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden