Gastcolumn

Noem mij naïef, maar ik vecht voor mijn idealen

Liever een idealistische, kwalitatief gerichte geesteswetenschapper dan een zielloze, pragmatische massafiguur die zich tevreden stelt met wat zij aangereikt krijgt.

Bezetting Maagdenhuis Beeld anp

Op een gure januari-avond, toen ik pingpong aan het spelen was, ging mijn telefoon. Eén van de docenten die ik wat beter kende belde me, met de vraag of ik de volgende dag alsjeblieft mee wou vergaderen over alles wat er mis was op onze universiteit. Er was iemand uitgevallen voor een komend debat en hij dacht dat ik een goede kandidaat zou zijn om aan te schuiven bij het gezelschap.

De volgende avond betrad ik met aarzeling het trappenhuis van een woning aan de Govert Flinckstraat, ik opende de deur en zag geen bekende gezichten. Ontvangen met enige scepsis ('wie is zij?') maar vooral met open armen (en doodmoe van twee maanden constant actievoeren), woonde ik mijn eerste vergadering van de protestbeweging Humanities Rally bij. Anderhalve week later zat ik ingelezen en wel aan tafel met het College van Bestuur van mijn universiteit. Vergaderen, wat ik nooit deed, werd een drie-wekelijkse bezigheid. Het waren geen gezellige zuipfestijnen, maar urenlange overpeinzingen over alles wat we wisten, wat we niet wisten, en wat we daar mee zouden kunnen.

Competente rebellen

Ik las profielen, beleidsplannen, begrotingen, kritische opiniestukken over 'Bildung' en economische zaken. De voor mij nog onbekende termen begonnen soms te dansen voor m'n ogen. En dit waren slechts de eerste drie weken. Ik werd steeds kwader, naarmate ik meer inzicht kreeg in wat er daadwerkelijk speelde op mijn universiteit. De mist trok weg, het zicht was treurig.

De protestmarsen kwamen, ik schreeuwde samen met honderden anderen de longen uit mijn lijf. De dynamiek van individuen die zich verenigen in hetzelfde ideaal zorgde voor een levensvuur dat ik nog nooit eerder had ervaren. Uitputting werd vervangen door enthousiasme, weer gevoed door woede en verontwaardiging. Tijdens de bezetting van het Bungehuis betrad ik een gebouw voor het eerst niet door een deur. Ik zag voor het eerst een ME'er op me afkomen, stok in de hand. Angst deed me vluchten, waarna ik me laf voelde dat ik mijn mede-protesteerders in de steek gelaten had. Bij een volgende mars klom ik in een lantaarnpaal, protestbord in mijn hand en scanderend de term 'competente rebellen', zoals wij onbedoeld, maar haast liefkozend genoemd werden.

Kritische stem

Wat hebben we bereikt, het afgelopen half jaar? Ik denk dat het belangrijkste is dat we de kritische stem weer hebben geïntroduceerd. Mensen hebben elkaar gevonden in hun kritiek en verenigden zich, waardoor de boodschap niet meer een roep in de woestijn, maar een roep door een megafoon geworden is. Het is niet meer slechts een enkele mening in een kritisch blaadje. Er wordt nu op nationaal niveau gedebatteerd over het universitaire bestel, wat dat is en wat dat hoort te zijn. En bovenal hebben we laten zien dat de universiteit van ons en voor ons is, dat wil zeggen van en voor studenten en docenten, promovendi en hoogleraren.

Wellicht noemt u me een naïeve idealist, dat ik wil vechten voor mijn idealen en denk dat dit een verschil kan maken. Dan wil ik u zeggen: waar zijn wij zonder idealen? Als wij denken dat wij niks kunnen veranderen, zullen we dit ook nooit doen. Wellicht vindt u dat ik leef in een nostalgische waan, terugverlangend naar de jaren '60 van de vorige eeuw. Dan wil ik u zeggen: van nostalgische wanen is weinig sprake. Ik en mijn medeprotesteerders verlangen niet naar het verleden, wij willen onze eigen toekomst vormgeven. Het verleden dient daarbij als leerschool, niet als een warm bad van herinnering.

Wellicht noemt u me een rendementsloze geesteswetenschapper. Dan wil ik enkel tegen u zeggen: bij deze accepteer ik de geuzennaam. Liever een idealistische, kwalitatief gerichte geesteswetenschapper dan een zielloze, pragmatische massafiguur die zich tevreden stelt met wat zij aangereikt krijgt, kritiekloos en eendimensionaal overgebleven in een wereld die zij zelf heeft geholpen te creëren.

Tessa de Vet is deze maand gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden