Noem het geen blues

Ze kwamen tien jaar geleden op met een stel andere bluesy rockbands. Die hadden wel hits. Nu zijn The Black Keys de blues voorbij, en ja, eindelijk een hit.

Begin december een merkwaardig moment om een nieuwe plaat uit te brengen? Nee, zo ziet Dan Auerbach dat niet. 'In Londen riepen ze ook al paniekerig van jullie zijn gek, een nieuwe Black Keys-plaat, nu? Iedere platenmaatschappij gaat half november al met kerstreces. Vergeet het maar met de promotie. Tja, vind je het gek dat die industrie op z'n gat ligt.'


Auerbach, als zanger-gitarist de helft van het duo The Black Keys, is nog een beetje slaperig. Het is tien uur in de ochtend en hij is nog niet bekomen van een jetlag. Maar eenmaal plaats genomen in de serre van het Amsterdamse Hotel American voor een dagje interviews, bijt hij meteen van zich af.


'Ach, dat gezeur over de releasedatum. De plaat was klaar dus waarom langer wachten. Bij ons in de VS brengen de grootste hiphopartiesten hun platen uit in de laatste weken van het jaar. Voor onder de kerstboom. Zo gek is dat toch niet?'


Voorafgegaan door de single Lonely Boy verscheen afgelopen weekend El Camino het zevende album van The Black Keys.


De plaat is echter zo goed, dat hij op iedere dag van het jaar aandacht zou genereren. En daarvan lijkt Auerbach zich bewust. 'Ja, we voelden dat we iets bijzonders hadden. Elf liedjes, nog geen veertig minuten, maar wel zeer opwindende minuten. En ja, Patrick gelooft dat eind 2011 de wereld vergaat, dus dan konden we maar beter snel voor de dag komen met El Camino.'


Patrick is Patrick Carney, met wie Auerbach in 2001, in Akron in de staat Ohio, het duo The Black Keys vormde. Carney is meer de man van de muziek, of zoals Auerbach zegt 'de sound en alles wat niet met zingen te maken heeft', en Auerbach levert de teksten. 'Dit keer hebben we alles anders gedaan', zegt Auerbach. 'De teksten waren hier de sluitpost.'


Was het voorheen zo dat Auerbach met een stapel vaak verhalende teksten over liefde, bedrog en andere bekende bluesthema's naar de studio kwam, dit keer hadden ze helemaal niets. Er was ook geen tijdsdruk want voor het eerst nam het duo plaats in de negen maanden oude, door Auerbach zelf gebouwde Easy Eye Sound Studio in Nashville.


'In die stad wonen we sinds kort. Heel veel verschil met Akron is er eigenlijk niet. Voor een groot deel is Nashville ook zo'n stad met veel arbeiders, bescheiden huisjes, smalle trottoirs, heel standaard allemaal. Maar dan is er nog de countrygeschiedenis die de stad met zich meedraagt. Die kitscherige glamour van de Grand Old Opry, daar hielden wij ons buiten. Maar wat het voordeel van een stad als Nashville is, is dat er veel studio's staan, die al dan niet nog gebruikt worden. Er wonen ook nog eens veel technici, wat handig is, en als ik nog nieuwe banden voor mijn oude spoelendeck zoek, dan vind ik die. Daar zoek je je zelfs in New York wezenloos naar, om over Akron maar te zwijgen.'


Auerbach en Carney kenden elkaar al vanaf hun 7de jaar, maar pas toen ze een jaar of 18 waren vonden ze elkaar muzikaal. 'Oudere broers van Patrick waren bevriend met mijn broer en die bespeurden veel overeenkomsten in onze eigenwijze muziekvoorkeuren.'


Auerbach hield vooral van blues, klassieke countryblues van bijvoorbeeld Charley Patton en Bukka White. 'Patrick was meer een Stooges-man, die hield echt van die verzengende gitaarherrie, maar hij was, en dat mag ik vast wel zeggen, niet zo goed op de gitaar dus ging hij drummen.'


Auerbach en Carney gingen samen aan de slag en het werkte. 'Er kwam een demo, en er was eigenlijk meteen interesse. Misschien hadden we het tij mee, want er was tien jaar geleden een enorme hausse aan gemene, op blues gefundeerde


rock-'n-rollmuziek.'


In 2001 en 2002 kwamen ze inderdaad met bosjes tegelijk: bands als The Strokes, The Hives, The Vines en niet te vergeten The White Stripes, het duo van Meg en Jack White waarmee The Black Keys tot ergernis van Auerbach nog tot op de dag van vandaag vergeleken wordt.


Helemaal ontkom je er ook niet aan, want ook The White Stripes was een duo bestaande uit een drummer en een gitarist, en ook hun muziek leunde sterk op de blues en rock-'n-rolltraditie. 'Ja, en ze waren heel succesvol', zegt Auerbach wat verveeld. 'Alleen bestaan zij niet meer en wij nog wel.' Om eraan toe te voegen: 'We baalden er echt behoorlijk van toen we begonnen. Al die bandjes die alle aandacht kregen, en ook hits. Als wij in de media genoemd werden, dan werden we altijd met Meg en Jack vergeleken. Dat ging jaren zo door. Totdat van al die andere bandjes niks meer over was, en wij aan album vijf of zes begonnen die weer twee keer zoveel verkocht dan de plaat die ervoor zat.'


Maar achteraf, zo zegt Auerbach, is hij er wel blij mee. Ze hebben keihard gewerkt maar zagen bij ieder album een beter resultaat. De muziek werd ook breder, zeker toen voor de opnamen van album nummer vijf, Attack & Release uit 2008, producer Danger Mouse (Brian Burton) zich meldde. 'Dat was aanvankelijk voor een project met Ike Turner, maar toen die overleed, bleken we samen tot meer in staat.'


Danger Mouse, bekend als hiphopproducer en bandlid in Gnarls Barkley en Broken Bells, voegde niet eens zo heel veel aan instrumentatie toe, maar wist wel alles beter op elkaar af te stemmen. 'Ook leerde hij mijn stem beter te gebruiken, bijvoorbeeld als falset.'


De muziek evolueerde van robuuste garage-punk en elektrische blues richting soul, r&b en pop. Voor optredens huurde het duo nog weleens een extra toetsenist en bassist in omdat het gelaagde geluid van de plaat op het podium toch enigszins reproduceerbaar moest zijn. Maar ook tijdens de komende tour zal het duo een flink deel van de show alleen op het podium te zien zijn. Dan wel in zalen die vele malen groter zijn dan de kroegjes waarin ze ooit begonnen.


'Op de hoes van El Camino staat precies zo'n minibus als waarin we jaren hebben getourd. Altijd met z'n tweeën. Achterin onze apparatuur en de achterbank eruit zodat we op de grond konden pitten. Ik geloof dat we wel driehonderd concerten met die bak gedaan hebben, voordat we ons vijf jaar geleden iets meer comfort konden permitteren.'


Zo lang zo dicht op elkaar, dan moet je wel goede vrienden zijn. 'Ja, we voelen ons echt broers van elkaar. We hebben langer met elkaar opgetrokken dan met onze families, denk ik zelfs. Maar zoals tussen broers wel vaker het geval is, zijn we elkaar ook weleens spuugzat.'


Bijna waren de Black Keys zelfs uit elkaar gegaan. 'Dat was zo rond 2009. Patrick had een heel slecht huwelijk, echt hij moest van dat mens af, die 'bitch', maar hij had inmiddels een kind enzo. Enfin, ik werd een beetje kriegel van hem en ging eens met wat andere mensen muziek maken. Daar kwam mijn soloplaat uit voort, en ik wilde er ook wel mee op tournee. Daar flipte Patrick volkomen op. Maar ik ging toch, hij stelde privé orde op zaken en we gingen gewoon weer aan het werk.'


De plaat Keep It Hid, die Auerbach onder eigen naam uitbracht, werd behoorlijk succesvol. 'Het was ook fijn om even niet bij alles Patricks commentaar te horen. Maar uiteindelijk was onze samenwerking me toch te veel waard. Al heb ik op de plaat die we na Keep It Hid maakten, Brothers, wel wat meer lef durven tonen.'


Ook Brothers in 2010 deed het goed. Bovendien bleek het duo met het door Danger Mouse geproduceerde Tighten Up ook in staat hitgevoelige liedjes te maken. Een kwaliteit die de groep op El Camino ten volle uitbuit. Lonely Boy blijkt een ijzersterke radiohit, een meebrulbare rockklassieker zoals die sinds Kings Of Leons Sex On Fire niet meer te horen was. En zo staat El Camino er vol mee.


Auerbach hoorde het meteen toen het nummer klaar was. 'Eerst hadden we alleen die riff, pas op het laatst had ik tekst en refrein. Toen ik door de microfoon zong: 'oh ho-ho, I got the love that keeps me waiting' voelde het echt heel speciaal. Een ideale popsingle, en een mogelijke nummer-1-hit, zegt men. Ach, ik wacht af. Ik ben allang blij om even van dat bluesetiket af te zijn. We maken rock-'n-roll, pop of soul voor mijn part, maar laat vooral Pat niet horen dat de Black Keys blues maakt. Het gaat nu net zo lekker.'


The Black Keys: El Camino. Nonesuch/Warner


De auto die op de hoes van El Camino staat afgebeeld, is geen Chevrolet El Camino.


Het betreft een Plymouth Voyager uit 1994. In dat type minibus hebben The Black Keys jarenlang door de Verenigde Staten getourd.


El Camino betekent 'de weg' en staat volgens zanger Dan Auerbach voor de trip die de Black Keys de afgelopen tien jaar ondernomen hebben. 'Met het soort muziek dat we maken zouden we eigenlijk altijd in zo'n busje onderweg moeten blijven, maar het gaat ons al een paar jaar zo goed, dat we ons meer luxe kunnen permitteren. We wilden iets doen met een referentie aan ons verleden, en zo'n auto maakt bijna nostalgisch. Bijna, want ik hoef er niet zo nodig nog langer erin te rijden.'


Geestig is het advertentiefilmpje (te vinden op YouTube) van het album El Camino, waarin een tweedehands-autohandelaar de 'El Camino', die dus geen El Camino is, probeert aan te prijzen: 'leverbaar vanaf 6 december'.


De echte El Camino

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden