Noem een Turk voortaan een Türkiyeli en de boot is aan

Wat is een Turk? Weinig vragen zijn in Turkije zo omgeven met emoties als deze. Een poging de heersende definitie te verruimen dreigt te stranden op historische angsten....

'Turkije zal er vroeg of laat niet aan ontkomen het begrip ''Turk'' opnieuw te definiëren, het niet langer te koppelen aan de Turkse taal en cultuur, maar aan het inwonerschap van Turkije.' Profetische woorden uit 1993 van de Leidse hoogleraar Turkse talen en culturen Erik Jan Zürcher.

Hij heeft gelijk gekregen. Drie jaar lang boog een commissie zich over de begrippen identiteit en mensenrechten. Onlangs kwam zij met een rapport dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

De belangrijkste conclusie: zet de term 'Turkse identiteit' maar bij het oud vuil. Het begrip deugt niet, de Turkse definitie van 'minderheden' al evenmin. Moeten alle moslims in Turkije zich Turk voelen, of mogen ze zichzelf ook als Koerd beschouwen? En hoe staat het met de niet-islamitische houders van een Turks paspoort? Hebben die dezelfde rechten?

De praktijk wijst uit van niet. Niet-moslims mogen bij de strijdkrachten dienen als kanonnenvoer, in de hogere rangen zijn ze niet of nauwelijks te vinden, en dat geldt ook voor de hogere posten in de staatsbureaucratie of de rechterlijke macht.

De commissie, onder leiding van de jurist Ibrahim Kaboglu en de politicoloog Baskin Oran, kwam met de aanbeveling dat het begrip minderheid moet worden verbreed en dat Turkije een multiculturele samenleving moet accepteren. 'Beschaving is multicultureel', verklaarde Oran bij de presentatie van de conclusies.

Als de staat zijn eigen beginselverklaring - het verdrag van Lausanne uit 1923, dat de basis van de republiek en haar buitenlandse betrekkingen regelde - beter had gelezen, had het conflict tussen Koerden en Turken niet zo hoog hoeven oplopen, menen de opstellers. Want daar staat te lezen dat Turkse staatsburgers zich mogen uitdrukken in woord en geschrift in elke taal die ze maar wensen.

In hetzelfde verdrag worden de rechten van niet-islamitische onderdanen geregeld. Maar dat is later veel te nauw geïnterpreteerd, menen Kaboglu en Oran. Die rechten gelden niet alleen voor joden, Armeniërs en Grieken, maar hadden bijvoorbeeld ook moeten worden toegepast op syrisch-orthodoxe christenen.

De commissie stelde voor het begrip Turk te vervangen door een veel ruimer begrip, dat meer religies en etnische groepen kan omvatten. Ze kwam met het woord Türkiyeli, oftewel iemand die uit Turkije komt.

Daarmee was de boot aan. Bij de presentatie van het rapport rukte een mede-commissielid het geschrift uit de handen van Kaboglu en verfrommelde het. 'Dit is bedoeld om het land te verdelen', schreeuwde hij woedend. Oran en Kaboglu ontvingen telefonische en schriftelijke bedreigingen van boze nationalisten.

De regering, die zelf de commissie had geïnstalleerd, stopt het rapport het liefst weg in een diepe la. Minister Abdullah Gül van Buitenlandse Zaken verklaarde dat er geen sprake van kan zijn dat er islamitische minderheden zullen worden erkend.

President Ahmet Necdet Sezer wees elke discussie over rechten van minderheden af, omdat dit 'destructief' zou zijn. In het verdrag van Lausanne staat omschreven wat minderheden zijn en daar komt geen verandering in, beloofde hij. Sezer kreeg bijval van generaal Ilker Basbug, de tweede man van de strijdkrachten: 'Als bepaalde moslimgroepen worden beschouwd als minderheden, betekent dat het uiteenvallen van de staat.'

De felle reacties vinden hun oorsprong in de geboorteweeën van de moderne republiek. In 1923 stelden Mustafa Kemal Atatürk en diens volgelingen alles in het werk om de inwoners van het Ottomaanse rijk van een nieuwe identiteit te voorzien. 'Gelukkig is diegene die zichzelf een Turk noemt', verzon Atatürk. Wie dat niet wilde horen - en bijvoorbeeld zijn Koerdische identiteit toch belangrijker vond - moest het maar voelen. Het spreken van Koerdisch in het openbaar was verboden. Onder de Ottomaanse sultans leefden Arabieren, Turken, Grieken of Koerden als veeltalige bewoners van het rijk, maar bij de stichting van de republiek moesten de toekomstige inwoners eenzelfde identiteit krijgen.

Het is paranoïde te denken dat het toekennen van meer rechten aan minderheden leidt tot het uiteenvallen van Turkije, staat in het rapport. Desintegratie van het land is echter de grote nachtmerrie van veel Turken en zij zien het rapport als een eerste stap daarheen.

Vandaar ook de heftige reacties. 'Orans taalgebruik was totaal verkeerd', oordeelt oud-diplomaat Gündüz Aktan, voorzitter van de conservatieve denktank Asam in Ankara.

Zelfs diegenen die het inhoudelijk eens zijn met Kaboglu en Oran, vinden dat de commissie veel te ver voor de troepen uit is gelopen. Mehmet Dülger, voorzitter van de buitenlandcommissie van het Turkse parlement, vindt het tijdstip verkeerd gekozen. 'Oran heeft te veel overhoop gehaald. Hij wil het allemaal te snel', zegt hij. 'Het is de fout die veel Turkse en Europese intellectuelen maken. Het gebeurt echt wel, maar nu nog niet. In onze maatschappij moet zoiets eerst worden verteerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden