NOBELPRIJS

Het zal ergens halverwege de jaren zestig zijn geweest. Mijn vader gaf in die tijd leiding aan een bescheiden uitgeverij die toch enkele grote namen onder haar auteurs telde....

Met de boot gingen mijn vader en ik naar Zweden. Het was een oudpassagiersschip met drie rokende schoorstenen, herinner ik me. Meeuwenvlogen mee tot even voorbij Den Helder en keerden daarna terug naarNederland. In het Skagerak maakte het schip slagzij, toch bereikten wijveilig de haven van Stockholm.

Een paar dagen voor ons vertrek was mijn moeder aan een zogenaamdegrote schoonmaak begonnen. Een echte schoonmaak, waarbij ook kasten metoude verfbussen en contactdozen in zijn geheel werden leeggeruimd enopnieuw ingericht. Tijdens de schoonmaak had zij een verbeten trek om haarmond, alsof iets haar niet zinde.

'Kunnen vrouwen ook de Nobelprijs winnen?', vroeg ik aan mijn vader.Het was oktober, maar in Stockholm dwarrelde een fijne poedersneeuw naarbeneden die prettig kietelde op je gezicht.

'Alleen wanneer het comité uitsluitend uit mannen bestaat',antwoordde mijn vader cryptisch. 'En wanneer die mannen zich realiseren dathet al vijftig jaar geleden is dat een vrouw hem voor het laatst heeftgekregen.'

Een paar maanden eerder was Hallstrom een keer bij ons thuis komeneten, toen hij ter promotie van Ondergang Aarde ook Nederland aandeed. Mijnvader had hoge verwachtingen van dit boek. Hij was er zeker van dat deverkoopcijfers die van het eerder verschenen Inktzwarte Naaldbomenruimschoots zouden overtreffen. Mijn moeder had haringfilet in zure roomvoor hem klaargemaakt, in de veronderstelling dat mensen het liefst ietseten wat ze al kennen.

Maar Hallstrom schudde bedroefd het hoofd. Zure room kon je in dietijd nog niet in een aparte verpakking krijgen, en je moest de roomhandmatig verzuren. Kennelijk was er al iets uitgelekt, want de schrijverzat onder het eten voortdurend te giechelen. Na twee glazen melk maakte hijmijn moeder duidelijk waarvoor hij naar Nederland was gekomen. 'Tompoezen!'zei hij met dat merkwaardige Scandinavische accent. 'Negerzoenen!'

Hallstrom was een Noor. Het uitlekken van de toekenning lag dus welvoor de hand. Maar was het niet vreemd, wilde mijn vader weten, dat deNobelprijs door een schrijver uit het buurland werd gewonnen? Hij zochtnaar een ander woord voor nepotisme, maar kon er niet opkomen.

Onder de negerzoenen, die mijn moeder bij de avondwinkel was gaanhalen, vertelde Hallstrom ons over de verhouding tussen de Noren en deZweden. 'Zweden zien ons als Belgen,' zei hij. 'En Noren zien Zweden alsNederlanders.'

Hallstrom had in zijn boeken al blijk gegeven over een voorspellendegave te beschikken. Hij vergeleek de toekenning van de Nobel-prijs met hetSongfestival. 'Over twintig jaar valt het communisme', zei hij. 'DeOost-Europese landen zullen deel uitmaken van een nog op te richtenEuropese Unie. Maar diezelfde landen zullen elkaar in de jurering van deliedjes de punten toespelen.'

'En wie zal dat Songfestival tegen die tijd van commentaar voorzien?',vroeg mijn vader, met een knipoog naar mij.

'Paul de Leeuw', antwoordde de schrijver.

Mijn vader noteerde de naam op een servetje en stopte dit in eenenvelop. 'Opdat deze niet voortijdig uit zal lekken', sprak hijgeheimzinnig.

Andere apocalyptische visioenen van Hallstrom kwamen niet uit, maardie dag in Stockholm herinner ik me behalve de poedersneeuw de dikke zwarterookkolom aan de horizon. Pas de volgende dag hoorden wij over hetopgestapte Academie-lid bij de toekenning van de Nobelprijs Scheikunde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden