Nobelprijswinnaar Ramos-Horta hoopt op akkoord met Jakarta binnen vijf jaar; 'De Timor-moeheid is weer verdwenen'

Voor een Nobelprijswinnaar gaan deuren open die anders misschien gesloten zouden blijven. Gisteren was de Oost-Timorese Nobelprijswinnaar José Ramos-Horta te gast bij minister Van Mierlo, de huidige voorzitter van de Europese ministerraad....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

'Ondanks de kritieke mensenrechtensituatie in Oost-Timor, ondanks het lijden dat ons volk wordt aangedaan, blijf ik hopen dat we binnen drie tot vijf jaar een oplossing kunnen vinden.'

Gelaten ondergaat José Ramos-Horta, Nobelprijswinnaar voor de Vrede, de ongelovige blik van zijn gehoor. Al meer dan 22 jaar behandelt Indonesië Oost-Timor als zijn ongezeglijke 27ste provincie. Al meer dan vijftien jaar proberen de Verenigde Naties serieuze onderhandelingen over een vreedzame oplossing van de grond te tillen. En nu zou de zaak binnen drie jaar beklonken kunnen zijn?

Hebben we hier te maken met het plichtmatig optimisme van de beroepsdiplomaat, of is dit het onwankelbare credo van de woordvoerder van de verzetsbeweging? Als 'buitengewoon afgezant van de Nationale Raad van het Maubere-Verzet' draagt José Ramos-Horta beide functies in zich. Maar eigenlijk doet zijn afstandelijke toon nog het meest denken aan de derde functie die hij uitoefent: die van docent voor een collegezaal vol studenten.

'President Soeharto is nu 75 jaar oud', legt hij geduldig uit. 'Ik denk dat hij alleen al fysiek niet in staat is langer dan drie tot vijf jaar aan de macht te blijven. Maar bovendien nemen overal in Indonesië de spanningen toe: in Kalimantan, Atjeh, Irian Jaya - plus de ernstige economische problemen, zoals de buitenlandse schuld van meer dan honderd miljard dollar, die wordt afgelost ten koste van een hoge sociale tol. Als er niet snel iets verandert, valt Indonesië vanzelf uit elkaar.

'De strijd in Oost-Timor is te kostbaar geworden voor Indonesië. De enigen die er beter van worden zijn bepaalde generaals - en Soeharto's dochter Tutut, die onze koffie weghaalt, onze olie, ons marmer, alles. Maar de prijs die Indonesië daarvoor betaalt is de schade aan zijn reputatie in de wereld.' Van achter zijn ronde brilletje registreren zijn ogen oplettend het effect van zijn woorden.

'Misschien gaat Soeharto zelfs wel eerder weg. Hij is het enige obstakel dat iedere liberalisering van het politieke leven en iedere oplossing voor Oost-Timor in de weg staat. Als hij weg is, wordt de zaak veel makkelijker. Want van alle militaire en politieke leiders die in 1975 betrokken zijn geweest bij de planning en uitvoering van de invasie in Oost-Timor, is Soeharto de enige die nog in functie is.

'De nieuwe generatie leiders hoeft zich dus niet verantwoordelijk te voelen. Ze kunnen een heel nieuw hoofdstuk opslaan. Op dát moment zullen we ons soepel opstellen. We zullen al onze creativiteit aanwenden om een oplossing te vinden waarbij Indonesië zijn waardigheid kan behouden.'

- Heeft de toekenning van de Nobelprijs aan aartsbisschop Belo en u nog enig effect gehad op het conflict rond Oost-Timor?

'In Indonesië zelf heeft dat zijn uitwerking niet gemist. De Timor-moeheid is weer verdwenen.' Hij vertelt dat moslim-leider Amin Rais sindsdien openlijk afstand heeft genomen van het idee dat Oost-Timor tot Indonesië behoort. 'Na 22 jaar zou Jakarta niet meer in de illusie moeten leven dat de bevolking van Oost-Timor zich wel zal overgeven. Wij gaan onze inspanningen in Oost-Timor zelf intensiveren.'

- Wat voor soort acties heeft u in het hoofd? Bedoelt u soms aanslagen?

'We moeten de bevolking verder mobiliseren, die moet de druk verhogen met acties van burgerlijke ongehoorzaamheid. Nee, nee, ik heb nooit opgeroepen tot het gebruik van geweld tegen de Indonesiërs, op dat punt heeft Indonesië een volkomen vals beeld van mij gegeven. Al in 1974 ben ik met minister van Buitenlandse Zaken Adam Malik gaan praten, ik ben altijd bereid geweest tot overleg. Ja, toen Indonesië Oost-Timor binnenviel, heeft het volk naar de wapens gegrepen. Maar nooit is er ook maar één Indonesische burger door het verzet gedood - dat zou ik ook ten strengste veroordelen.'

- Vorige maand heeft u de wereldpers geconfronteerd met gruwelijke beelden van folterende militairen en kennelijk gedode Timorezen. Hoe bent u aan dat materiaal gekomen?

'Die opnamen zijn vorig jaar op 22 december gemaakt in de gevangenis van Kopassus, de elite-eenheid van brigade-generaal Prabowo (een schoonzoon van Soeharto, red.). De beelden komen uit Kopassus' eigen archief. Ze zijn verkocht door een militair, misschien omdat hij het er niet mee eens was, misschien had hij geld nodig. Uiteindelijk zijn ze bij ons terechtgekomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden