ProfielLouise Glück

Nobelprijswinnaar Louise Glück: in diepste wezen een dichter

De Amerikaanse dichter Louise Glück (77) heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Ze heeft ‘een onmiskenbaar poëtische stem, die met sobere schoonheid het individuele bestaan universeel maakt’, zegt het Nobelcomité. 

President Obama met Louise Glück bij de uitreiking van de National Humanities Medal in 2016.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Met blote voeten en opgetrokken benen zit ze op een houten keukenstoel. Achter zich de halfopen deur naar wat haar werkkamer moet zijn: een ruimte vol papieren, boeken, stapels, een schrijftafel. ‘Ik moet me realiseren dat niet iedereen een dichter wil zijn’, zegt ze aarzelend maar bloedserieus, ‘de meeste mensen zijn daar in de verste verte niet in geïnteresseerd.’ Om vervolgens even onthutst als zeker haar handen te spreiden, de camera in te kijken en te zeggen: ‘Maar voor mij is het zó duidelijk: natuurlijk is dat wat je wil!’

Louise Glück (1943), dichter en docent aan Yale University, is de kersverse winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur en ze is gekend door weinigen. Zoals dichters altijd gekend zijn door weinigen. Toen haar in 2014 tijdens een gala-avond de National Book Award voor poëzie werd toegekend was ze zichtbaar geraakt maar zei ze, haar bril opzettend voor het dankwoord: ‘it takes time to cry so I’m not gonna do that’, daarmee de ongebruikelijke precisie en besluitvaardigheid demonstrerend die je naar een wereld doet hunkeren waarin dichters juist veel méér gekend, zichtbaar en hoorbaar zijn. Al is het maar omdat het bij uitstek mensen zijn met ‘a mind that can’t be boxed’, zoals een criticus over Glück schreef.

Deze nieuwe, grote prijs geeft haar de tijd rustig te huilen en hij geeft het Nobelprijscomité, dat in 2018 in opspraak kwam vanwege misbruikschandalen en in 2019 vanwege de steun van winnaar Peter Handke aan Milosovic, gelegenheid zijn wonden te likken. Louise Glück kan alleen maar in opspraak komen om wat ze in diepste wezen is: dichter.

De kern

Een dichter die dat ‘diepste wezen’ met grote ernst en toewijding opzoekt. Glück is een dichter die graaft naar de kern maar dan in heel brede zin. Ze schrijft zowel over het hoogstpersoonlijke (eenzaamheid, verlies) als over alle mogelijke situaties en concreta buiten zichzelf: personages, mythologische figuren, voorwerpen, landschappen. Ze wil begrijpen, inzicht krijgen in de onttoverde wereld waar ze deel van uitmaakt – criticus Helen Vendler noemde haar poëzie ‘a truth complete within its own terms’.

Middelpuntvliedende poëzie is het, maar waar Glück persoonlijk is, wordt ze nooit te particulier. Ze schrijft het soort poëzie dat je er bij wil hebben op het moment dat het leven vraagt om rake, betekenisvolle teksten zonder valse sentimenten. Dat komt door haar taal, die direct is en verstaanbaar, en door de toestemming die ze je daarmee verleent om je te herkennen in wat ze schrijft. ‘Mother died last night, / Mother who never dies.’

Na haar debuut in 1968, Firstborn, publiceerde ze talloze, vaak bekroonde bundels: The House on Marshland, The Garden (1976), Descending Figure (1980), The Triumph of Achilles (1985), Ararat (1990), The Wild Iris (1992, bekroond met de Pulitzer Prize). Ook schreef ze essays, onder andere de Essays on Poetry (1994), bekroond met de PEN / Martha Albrand Award. In 2003 was ze de twaalfde Poet Laureate van de Library of Congress.

Kernachtigheid, directheid en persoonlijk zijn sleutelwoorden bij haar poëzie, maar vaak wordt ook gezegd dat die donker is – dat vaak misbruikte en altijd licht veroordelende adjectief dat evenwel zo’n beetje alle grote poëzie omvat, van Dante tot Dylan, van Plath tot Pessoa. Wie schrijft over het leven, schrijft immers vanzelf ook over angst, verlies, verdriet en duisternis. Bij Glück is het de toon die de boel desondanks lucide en toegankelijk maakt. ‘Ik ben inmiddels bereid jullie te overweldigen met helderheid’, schrijft ze in een gedicht. In die zin is ze wel enigszins familie van de eerdere Nobelprijswinnaar, Wislawa Szymborska.

Vertaling

Ze geldt al lang als een van de meeste interessante dichters van de Verenigde Staten maar in Nederland is nooit een bundel van haar verschenen en werd slechts, in literaire tijdschriften, een handvol gedichten vertaald. Door Ludo Abicht voor Yang en door dichter en voormalig Volkskrant-criticus Erik Menkveld voor Raster

Menkveld schreef haar ook een fictieve brief, opgenomen in zijn bundel Met de meeste hoogachting, waarin ook hij, doorkneed lezer, toegeeft dat ze kennelijk heel beroemd is maar dat hij haar niet kende. Dat ze een hele bundel had geschreven vanuit het perspectief en in de taal van bloemen, fascineerde hem en hij schreef over de manier waarop in haar werk zowel het omvangrijke, existentiële als het persoonlijke een plaats kreeg, maar altijd even scherp, intelligent en analytisch. ‘Als dit nog therapeutische poëzie genoemd kan worden, dan is het wel therapeutische poëzie van een buitengewone complexiteit en raffinement.’

In een van de gedichten die hij vertaalde, ‘Wijkend licht’, zit dat raffinement in de verbinding: van het externe met iets essentieels van haarzelf. Het is met gratie en achteloosheid dat Glück in dat gedicht anderen (kinderen, leerlingen?) een leven toebedeelt. En ja: inclusief rampen. De donkerte die je nodig hebt wil je iets van het leven begrijpen en kunnen maken.

Wijkend licht

(vertaling Erik Menkveld, uit Raster, 2004)

Jullie leken net kleine kinderen,

altijd tuk op een verhaal.

En ik had er al zo veel verteld;

ik had genoeg verzonnen.

Dus gaf ik jullie potlood en papier.

Ik gaf jullie pennen van riet

dat ik zelf sneed, middagenlang in de dampige velden.

Schrijf jullie eigen verhaal maar, zei ik.

Na al die jaren luisteren

zouden jullie wel weten

wat een verhaal was dacht ik.

Zeuren was het enige wat jullie konden.

Alles moest jullie worden uitgelegd,

op eigen kracht doorgrondden jullie niets.

Toen besefte ik dat jullie niet konden denken

met werkelijke lef of passie;

jullie hadden je leven nog niet geleid,

geen eigen rampen doorstaan.

Dus gaf ik jullie levens, gaf ik jullie rampen,

want schrijfgerei alleen bleek niet genoeg.

Jullie zullen nooit weten hoe goed

het me doet jullie daar te zien zitten

als onafhankelijke wezens,

jullie te zien dromen bij het open raam,

potloden die ik jullie gaf in de aanslag

tot de zomerochtend in woorden opgaat.

Het scheppen heeft jullie opgewonden,

ik wist het van tevoren, dat doet het in het begin altijd.

En ik ben vrij om te doen wat ik wil,

me met andere dingen bezig te houden,

in het volste vertrouwen

dat jullie me niet meer nodig hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden