‘Nobelprijs voor economie is net een loterij’

De Indiase econoom Bhagwati was dit jaar de favoriet, maar de Nobelprijs werd hem door de neus geboord. Voor zijn inkomen was het niet nodig....

Jagdish Bhagwati, de gevierde handelseconoom en voorvechter van liberalisering, steekt zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken. Eerder deze maand werd hij voor de zoveelste keer door het Nobelprijscomité gepasseerd. ‘En dat terwijl mijn bijdrage aan de wetenschap alom wordt erkend. Ik stond bovenaan twee lijstjes met favorieten. De Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal schreef erover; in India (Bhagwati werd daar in 1934 geboren, red.) hadden ze al op de voorpagina gezet dat ik de grootste kanshebber was.’

Zelfs het populaire Amerikaanse tv-programma Comedy Central liet vlak voor de prijsuitreiking een foto van hem zien. ‘En daarna een grafiek van de Dow Jones, die zo snel omhoog gaat dat volgens de cabaretiers George Bush de Nobelprijs maar moest krijgen.’

Bhagwati onderbreekt zijn rappe monoloog even voor een hartelijke lach. Vervolgens weer serieus: ‘Het kan zijn dat al die aandacht tegen me heeft gewerkt. Ik heb gehoord dat dat in het verleden wel vaker is voorgekomen. Maar goed, het blijft een loterij, die Nobelprijs’ (de prijs ging uiteindelijk naar Edmund Phelps, een collega van Bhagwati aan Columbia University in New York).

Bhagwati is in het land om, in het kantoor van De Nederlandsche Bank, de twintigste Tinbergen-lezing te geven. Daaraan voorafgaand legt hij in een van de directievertrekken van de bank uit waarom de andersglobalisten (inclusief hun intellectuele held: Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz) het helemaal verkeerd begrepen hebben. ‘Liberalisering van de wereldhandel is wel degelijk goed voor de armen.’

Vurig is zijn pleidooi; zo vurig dat Bhagwati van de hak op de tak springt, en aan het eind van een ellenlang antwoord vaak niet meer weet wat hij aanvankelijk ook al weer wilde uitleggen.

Maar voordat Bhagwati over zijn boodschap komt te spreken, vertrouwt hij de verslaggever zonder blikken of blozen toe dat hij een uitstekend lezinggever is, die zonder uitzondering drie- tot vijfhonderd mensen op de been brengt. ‘Ik ga nooit onvoorbereid, hè; ik heb altijd iets te vertellen.’

Sterallures, die Bhagwati? Het lijkt er eerder op dat sociale conventies hem vreemd zijn. Vandaar ook dat hij ongevraagd uitwijdt over de bedragen die hij voor een lezing krijgt. ‘Daarvoor heb ik de Nobelprijs niet nodig, want mijn tarieven zijn nu al hoog zat. Vroeger deed ik lezingen bijna gratis, totdat een van mijn studenten, Paul Krugman, zei dat ik dat ik geld moest vragen. Hijzelf vraagt 25 duizend dollar. Dat ben ik toen ook maar gaan doen.

‘Als ik eigenlijk geen zin heb, dan vraag ik 40 duizend dollar plus een vliegticket eerste klas. Toen ze voor het eerst toehapten, klaagde mijn vrouw: je had 60 duizend moeten vragen.’

‘Maar wacht even, als u dit opschrijft, moet u er wel bijzetten dat ik dit alleen voor zakenmensen doe. Ik ben geen hoogleraar geworden om veel geld te verdienen. Als een universiteit mij vraagt, ga ik gratis. En dan het liefste een kleine, onbekende universiteit. De studenten van Harvard, of inwoners van Amsterdam, kunnen altijd al naar lezingen van de grote namen. De jongere generatie stereconomen gaat daar anders mee om hoor: voor hen zijn lezingen handel, waaraan ze zoveel mogelijk geld willen verdienen. Ik vind het mijn plicht om soms ook gratis te gaan.’

Niet dat hij altijd een warm onthaal krijgt. ‘Laatst was ik op een campus om een lezing te geven en kwamen er een paar honderd studenten tegen vrijhandel demonstreren. De decaan van de universiteit heeft de demonstranten toen zelf toegesproken: kijk eens naar Bhagwati's leven, en gebruik jullie kennis om de wereld te verbeteren.’ Dat vond de Indiase econoom nogal indrukwekkend.

De andersglobalisten zijn echter al voorzien van een intellectuele held: Joseph Stiglitz, die eveneens aan Columbia University werkt, en wél een Nobelprijs kreeg. Als Bhagwati hoort dat Stiglitz over twee weken in Nederland zal zijn om ook een lezing te geven, neemt hij uitgebreid de tijd om zijn collega de les te lezen.

‘Stiglitz weet niets van handel – dat is zijn vakgebied helemaal niet. Ik werd onpasselijk toen ik zijn laatste boek las. En ik heb wel eens gehoord dat toen hij Bill Clintons topadviseur voor economische zaken was, mensen in het Witte Huis ook helemaal genoeg van hem kregen.’

Zou Bhagwati kunnen preciseren waarom Stiglitz het helemaal mis heeft? ‘Hij spreekt de hele tijd over eerlijke handel. Daarvan zou nu geen sprake zijn. Globalisering is volgens hem een hypocriet systeem, waarin vrijhandel alleen gepropageerd wordt als het de rijke landen goed uitkomt. Prima hoor dat hij in zulke morele termen spreekt. Maar ik vind het moreler om naar resultaten te kijken. Uit alle studies blijkt juist dat de ontwikkelingslanden erbij te winnen hebben als ze hun invoertarieven verlagen. Die zijn nu veel hoger dan in rijke landen.’

Volgens Stiglitz zijn die hoge tarieven juist nodig om de eigen industrie die nog in de kinderschoenen staat, te beschermen. Bhagwati: ‘Dat kan hij wel zeggen, maar dat argument horen we nu al zestig jaar. Die industrie blijft maar in de kinderschoenen staan. Je moet je dan echt gaan afvragen waardoor dat komt. Ze zullen nu eindelijk eens de concurrentie met de rest van de wereld aan moeten gaan.’

Vervolgens briest Bhagwati dat Stiglitz eens op moet houden over ownership: ontwikkelingslanden zouden baas in eigen huis moeten worden, en zich niets meer door het IMF en de Wereldbank laten opleggen. ‘Mooi hoor, dat soort uitspraken, maar ownership door wie? Wat als er in een land niemand rondloopt met kennis van economie? Dat is vaak het geval.’

Nog zoiets: Stiglitz wil dat Europa en de VS meteen hun landbouwsteun aan hun rijke boeren afschaffen. ‘Maar hij begrijpt niet dat dat voor Afrikaanse landen slecht kan uitpakken. 90 procent van die landen moet voedsel importeren. Als de subsidies in Europa afgeschaft worden, gaan de prijzen op de wereldmarkt omhoog. Daar hebben Afrikaanse landen dus onder te lijden. Dat wil zeggen op korte termijn.

‘Op lange termijn zijn die hoge prijzen een uitdaging: ze zouden Afrikaanse landen ertoe kunnen motiveren om zelf weer voedsel te gaan produceren. Ontwikkelingshulp moet dus ingezet worden om boeren bij die overstap te helpen. ‘Want als je die landen een koord opjaagt door de handel te liberaliseren, moet je wel voor zorgen voor een vangnet. Onder meer de Wereldbank moet daarvoor zorgen.

Ook microkredieten zijn volgens Bhagwati een uitstekende mogelijkheid om ontspoorde ontwikkelingslanden weer op de rails te krijgen. Gevraagd of de Nobelprijs voor de vrede voor Muhammad Yunus, een van de voorvechters van het microkrediet, terecht is, reageert hij in eerste instantie dan ook instemmend.

Maar vervolgens: ‘Ach, Yunus gaat er prat op dat de armen geen onderpand hebben, dat banken daarom niet aan hen willen lenen, en dat hij daar iets op heeft gevonden. Maar dat idee is helemaal niet nieuw.’ Sterker nog, volgens Bhagwati klopt het niet eens. ‘De Peruaanse econoom Hernando de Soto heeft duidelijk gemaakt dat armen wel een onderpand hebben, zoals grond, of een dak boven hun hoofd, of een antenne. Maar het probleem is dat hun eigendomsrechten niet goed zijn geregeld.’

En ook van Yunus’ strijd voor vrouwenrechten (alleen vrouwen kunnen bij diens microkredietbank aankloppen) is Bhagwati niet onder de indruk: ‘In de regio waar ik opgroeide, was er in de jaren vijftig al een Indiase vrouw die zelfhulpgroepen voor andere vrouwen oprichtte. Eigenlijk had zij de Nobelprijs moeten krijgen. Maar goed, Yunus heeft nu eenmaal een enorme publiciteitsmachine.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden