Nobel zou de NAVO nooit een prijs hebben gegeven

DE NAVO is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede 1995, omdat het bondgenootschap een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de naoorlogse vrede in Europa....

Ten eerste is het op zich al vreemd dat een militair bondgenootschap een vredesprijs wint. De vegetariër van het jaar zal ook niet slager van beroep zijn. Ten tweede heeft dan natuurlijk niet alleen de NAVO, maar postuum ook het Warschaupact die prijs verdiend.

Ten derde kun je je afvragen of er in de afgelopen 45 jaar wel van vrede in Europa sprake is geweest, zelfs als vrede simpelweg wordt gedefinieerd als afwezigheid van oorlog. Hongarije, Tsjechoslowakije, Baskenland en Noord-Ierland geven te denken, om van ex-Joegoslavië nog maar te zwijgen. Het enige dat gezegd kan worden, is dat strijd tussen de twee blokken die tijdens de Koude Oorlog tegenover elkaar stonden, achterwege is gebleven.

Ten vierde is er door de NAVO, of door landen die lid waren van de NAVO, buiten Europa wel degelijk menig robbertje gevochten, strijd die doorgaans niet los kon worden gezien van de tweedeling Oost-West. De nominatie is ook een aardig staaltje van eurocentrisme.

Ten vijfde kan ook worden beredeneerd dat er niet dank zij, maar meer ondanks de NAVO vrede in Europa is geweest.

Ten zesde is het nog maar de vraag of de NAVO, of slechts de kernwapenarsenalen van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten voor 'vrede' hebben gezorgd. Wellicht was de NAVO voor vredeshandhaving een overbodige toevoeging.

Dit zijn echter alle min of meer ideële tegenwerpingen. Een ander zal de vraag of de NAVO voor vrede heeft gezorgd zonder enige hapering met 'ja' beantwoorden.

Zelfs dan echter is de nominatie onbegrijpelijk, indien we bedenken wat Alfred Nobel zelf voor ogen stond toen hij zijn testament, met daarin de bepalingen over de nobelprijzen opstelde. De bekendste vredesactiviste van die tijd, de Oostenrijkse barones Bertha von Suttner, was jarenlang zijn secretaresse. Zij was het ook die zijn interesse voor het vredesstreven wekte en zij personifieerde ook zijn ideaalbeeld voor de genomineerden.

In aanmerking kwamen individuen en geen organisaties, en niet alleen mannen, maar ook en wellicht bovenal vrouwen. Die individuen moesten actief zijn in de vredesbeweging en als het even kon in het jaar voorafgaand aan de uitreiking een substantiële bijdrage hebben geleverd aan het bereiken of handhaven van vrede, of het initiëren van ontwapening.

Bij de eerste uitreiking in 1901, enkele jaren na Nobels dood, ging het al fout. Niet Nobels favoriet Von Suttner kreeg de prijs, maar Henry Dunant, vanwege diens oprichting in 1863 (!) van het Rode Kruis - een humanitaire, en geen vredesorganisatie. Dunant moest de prijs delen met de vredesactivist Frederic Passy.

Pas na zeer sterke internationale druk werd in 1905 besloten Von Suttner de prijs te verlenen. De jaren daaraan voorafgaand was haar de prijs steeds geweigerd, ondanks herhaaldelijke nominering, simpelweg omdat zij een vrouw was.

De kans dat vredesactivisten de prijs krijgen, lijkt alleen maar af te nemen. Zij hebben - organisaties meegerekend - 27 maal een prijs ontvangen, maar na 1945 nog maar zeven maal. Typerend is dat mevrouw Lionaes, lid van het Noorse Nobelprijscomité, in 1974 schreef over 'de vele staatslieden, juristen, rebellen, humanisten, pragmatici en dromers' die de vredesprijs hadden ontvangen.

Ofschoon vredesactivisten natuurlijk tot de laatste vijf categorieën kunnen behoren, is het typerend dat juist zij niet apart werden genoemd. Stel je een opsomming van Nobelprijswinnaars voor de literatuur voor, zonder dat de categorie 'schrijvers' wordt genoemd.

TEGEN Nobels wens in is de prijs vaak naar een organisatie gegaan (bijvoorbeeld het Rode Kruis en Amnesty International), maar dan had die organisatie in elk geval in het jaar voorafgaand een belangrijk initatief genomen of een vredesbevorderende actie ondernomen.

Natuurlijk is de 'jaar-voorafgaand'-bepaling enigszins vreemd. Zij heeft ertoe geleid dat bijvoorbeeld Kissinger, Begin en Arafat de prijs hebben ontvangen, terwijl die hun zeer zeker zou zijn onthouden indien hun gehele leven onder de loep zou zijn genomen. Cru gezegd zouden zelfs Hitler en Stalin voor de prijs in aanmerking hebben kunnen komen, als zij destijds zo slim waren geweest vrede te sluiten.

Toch heeft het Nobelcomité zich na 1901 vrij aardig gehouden aan de wens van Nobel dat de prijs op het voorafgaande jaar betrekking moest hebben. Het argument dat de NAVO voor 45 jaar vrede heeft gezorg, is dus een slecht argument.

En vorig jaar dan? Hoezeer ik er mijn hoofd ook over heb gebroken, ik kan me niets voor de geest halen dat de NAVO in 1994 heeft gedaan, wat de nominatie, laat staan de prijs zelf, zou rechtvaardigen.

Leo van Bergen

De auteur is medewerker van het Studiecentrum voor vredesvraagstukken van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden