Reportage

No shit: bij de eerste veganistische boer van Nederland komt geen kilo dierlijke mest op het land

In andere landen waren ze er al, in Nederland is-ie er nu ook: de veganistische boer. Op boerderij Zonnegoed van Joost van Strien in de Noordoostpolder komt geen kilo dierlijke mest binnen. De voorbode van een nieuwe beweging?

Joost van Strien, op zijn veganistische boerderij Zonnegoed in Ens.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Joost van Strien, op zijn veganistische boerderij Zonnegoed in Ens.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Op het land van Joost van Strien staat de spelt bijna kniehoog. Groene sliertjes van jonge uien piepen in strakke rijen boven de grond uit. De aardappelen zijn net gepoot, wijst Van Strien. ‘Binnenkort kan ook de rode biet de grond in.’ Business as usual, zo lijkt het, voor een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder.

Maar dat lijkt maar zo. Want de groenten op dit veld zijn bijzonder: ze zijn namelijk honderd procent plantaardig geteeld. Van Strien is de eerste gecertificeerde veganistische boer van Nederland. Dat klinkt gek, geeft hij toe in de kantine van zijn 93 hectare grote boerderij Zonnegoed in Ens, vlak bij Emmeloord. Want groenten zijn toch van zichzelf plantaardig?

Dat klopt, zegt Van Strien. Maar om hun land te voeden gebruiken boeren wel dierlijke mest. Zo is ook de teelt van groenten onlosmakelijk verbonden met dierlijke productie. Veel mensen, vegetariërs en veganisten incluis, beseffen dat volgens hem niet. ‘Als ik dat uitleg, reageren ze verrast.’

Honderd procent plantaardig

Zonnegoed is sinds kort honderd procent plantaardig. ‘No shit!’ staat er op een flip-over in de kantine. Dat moeten we letterlijk nemen, zegt Van Strien. Bij zijn bedrijf komt geen kilo dierlijke mest meer binnen. ‘Onlangs kwam er een controleur langs, die ook mijn mestboekhouding wilde zien. Die was leeg.’

Het begon jaren geleden met een studieclub van biologische boeren, vertelt Van Strien. Bioboeren mogen geen kunstmest gebruiken en zijn dus aangewezen op dierlijke mest. Omdat er niet genoeg biologische mest is, moeten ze ook gangbare mest aanvoeren. Dat wringt.

Van Strien lag ervan wakker. Helemaal toen hij ontdekte dat ook biologische mest resten van bestrijdingsmiddelen bevat omdat biologische boeren gangbaar stro gebruiken. ‘Ik doe er alles aan om mijn grond gezond te maken. Hiermee was ik het aan het vergiftigen.’

Het heeft iets tegenstrijdigs, zegt Van Strien. ‘Op mijn land verbouwde ik groenvoer voor koeien. Dat kwam via de koe als mest terug op mijn land. Een omweg, waarbij veel voedingsstoffen verloren gaan.’ Zou het niet mogelijk zijn, dacht hij, om een systeem te bedenken dat die stap overslaat?

Proefboerderij Planty Organic

Dat het kan, is bewezen. Op de proefboerderij Planty Organic in het Friese Kollumerwaard wordt sinds 2012 geëxperimenteerd met akkerbouw die alleen gebruiktmaakt van plantaardige meststoffen. ‘Onze vraag was: hoever kun je daarmee komen?’, vertelt projectleider Geert-Jan van der Burgt.

Heel ver, zo blijkt. De opbrengst van het veganistisch geteelde land was veel lager dan van een gangbaar bedrijf, maar vergelijkbaar met die van een biologische boerderij die wel dierlijke mest gebruikt. Daar staan andere opbrengsten tegenover: de biodiversiteit op de plantaardig bewerkte grond is hoog en het verlies van stikstof, een groot probleem in de landbouw, is minimaal.

Er zit één maar aan, zegt Van der Burgt: veganistische boeren moeten ongeveer eenvijfde van hun land reserveren om groene meststof aan te planten. Die grond wordt dus niet direct productief ingezet. Van de andere kant: ‘Koeien hebben ook land nodig.’

In de gladgestreken Noordoostpolder laat Van Strien zien hoe het werkt. Hij heeft op zijn land stroken ingezaaid met ‘maaimeststoffen’ zoals wilde peen, rietzwenkgras, weegbree, maar ook klaver en luzerne, planten die stikstof uit de lucht vastleggen in hun wortels.

Veldleeuwerik

Nu mag de veldleeuwerik, die hoog in de lucht zijn trillers zingt, er nog in nestelen. Als straks de vogels zijn uitgevlogen, wordt het gewas gemaaid, gehakseld en in de grond gewerkt waarna er bieten of andere groenten op worden geplant. Wat over is, wordt ingekuild voor volgend jaar. Bijkomend voordeel: plantenmest stinkt niet. ‘Het ruikt juist lekker.’

Veganistische boeren als Van Strien zijn een jonge beweging. In Duitsland, Griekenland, Roemenië, Oostenrijk, Frankrijk en Cyprus zijn een paar bedrijven die het Biocyclic Vegan keurmerk voeren. Zonnegoed is de enige in Nederland.

Van Strien produceert dit jaar zijn eerste Vegan Vegetables met keurmerk. Die gaan naar Duitsland, waar er al vraag naar is. ‘Volgend jaar komen we misschien ook in Nederland op de markt. Inkopers hier snappen het nog niet.’

Het belang ervan gaat verder dan een niche-product voor hardcore veganisten, benadrukt Van Strien, zelf overigens geen veganist. ‘Maar ik ga wel steeds meer die kant op.’ Nu wordt 80 procent van de landbouwgrond in de wereld gebruikt voor dierlijke productie, vooral voor weidegrond. Terwijl die minder dan 20 procent van de calorieën levert. ‘Als we in de toekomst tien miljard mensen willen voeden, ontkomen we er niet aan meer plantaardig te produceren.’

Die gedachte onderschrijft Martin van Ittersum, hoogleraar plantaardige productiesystemen van Wageningen Universiteit & Research (WUR). Hij vindt de experimenten met plantaardige landbouw daarom interessant. ‘Niet dat ik denk dat het een model kan zijn voor de hele landbouw, want je levert met dit systeem wel productie in. Maar we kunnen ervan leren.’

Stikstof

Maaimeststoffen brengen stikstof in de bodem, een belangrijke groeistof voor planten. Wat ze niet leveren is fosfaat, een andere cruciale meststof. Om de kringloop te sluiten zou je eigenlijk de mens als ontbrekende schakel moeten terugbrengen in het systeem door gezuiverd rioolslib terug op het land te brengen, zegt Van Ittersum. ‘Maar zover zijn we nog niet.’

Dat zijn zorgen voor de toekomst, zegt Van Strien op het erf van zijn boerderij. Voorlopig zit in de Nederlandse bodem door jarenlange overbemesting fosfaat genoeg. ‘Daar kunnen we nog jaren mee vooruit.’ Hij hoopt met zijn voorbeeld iets op gang te brengen. ‘Het zou mooi zijn als er een No Shit!-beweging ontstaat.’

Aanvulling & verbeteringen

In een eerdere versie van dit artikel stond dat de Kollumerwaard in Groningen ligt. Dat klopt niet: het ligt in Friesland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden