NL Sporter bang dat sporter racket en schoenen niet meer mag kiezen

Achtergrond..

amsterdam De rechter heeft vorige week bepaald dat badmintonspelers niet langer vrij zijn om hun racket, schoenen en kleding te kiezen. Ze moeten spelen in spullen van Yonex, de sponsor die met de badmintonbond een contract ter waarde van ruim 3 miljoen euro heeft afgesloten voor de komende zeven jaar.

De badmintonspelers en hun privésponsor Dunlop zijn het niet eens met de uitspraak van het kort geding. Ze hebben gisteren besloten die aan te vechten via een bodemprocedure. NL Sporter, de belangenbehartiger van sporters, hoopt dat ze de zaak winnen. De vakbond vreest dat de huidige uitspraak consequenties heeft voor andere sporten.

‘Dit schept absoluut een precedent’, meent Hetteke Frima van NL Sporter. ‘In deze tijd is het gemeengoed dat sporters contracten afsluiten met privésponsors. Nu zegt de rechter eigenlijk dat je in je materiaalkeuze kunt worden beperkt.’ Volgens de juriste wordt de individuele keuzevrijheid ondergeschikt gemaakt aan het algemeen belang van de bond.

Frima denkt dat vooral individuele sporters hinder van de uitspraak kunnen ondervinden. In teamsporten zoals voetbal is via eerdere procedures al vast komen te staan hoe de rechten van de bond en de spelers liggen. Volgens advocaat Ten Have van de badmintonners gebeurt dat in het voetbal al sinds 1976 (‘de zaak Notten c.s.’). De bond regelt de kledingsponsor, de spelers zijn vrij een schoenencontract aan te gaan.

De KNVB kan spelers als Mark van Bommel en Robin van Persie (Adidas) dus niet verplichten voortaan in de kleding van bondssponsor Nike te spelen.

In individuele olympische sporten, waarin minder geld omgaat, is het volgens Frima voor een bond verleidelijk en makkelijker individuele rechten ondergeschikt te maken aan het collectief. Dat is niet gepast, vindt ze. Zeker als het materiaal betreft dat de prestatie beïnvloedt, zoals rackets en schoenen. Frima: ‘Dat moet de keuze van de sporter zijn. Je mag er toch vanuit gaan dat de bond ook wil dat de sporter zo goed mogelijk presteert?’

Bij de badmintonbond is een zakelijke afweging gemaakt, erkent directeur Geert-Jan Venekamp. De drie topspelers van het kort geding (Dicky Palyama, Eric Pang, Judith Meulendijks) slaagden er niet in zich te plaatsen voor de Olympische Spelen, die twee jaar geleden in Peking werden gehouden.

Dat had directe gevolgen voor de bond. De jaarlijkse bijdrage van NOC*NSF werd teruggeschroefd van 130.000 euro naar 25.000 euro. Met het sponsorgeld van Yonex hoopt de bond spelers op te leiden die zich wel kunnen plaatsen voor de Spelen.

Palyama, Pang en Meulendijks waren, met andere woorden, niet goed genoeg om een uitzonderingspositie af te dwingen.

Bij andere sportbonden worden soortgelijke afwegingen gemaakt. Bij de zwembond genoot Pieter van den Hoogenband lange tijd de vrijheid in Nike te zwemmen, terwijl Speedo de bondsponsor was. Daar is de zwembond volgens directeur Jan Kossen vanaf gestapt, omdat het te ingewikkeld werd. Nu is contractueel vastgelegd dat alle zwemmers die gebruik maken van bondsfaciliteiten Speedo dragen bij titeltoernooien. Alleen wie alles zelf betaalt, mag een ander zwempak dragen.

Diezelfde regel geldt ook voor de drie badmintonners. Als zij op eigen kosten trainen en reizen, mogen ze wel spelen met materiaal van hun privésponsors.

Bij de Atletiekunie dragen atleten bondskleding van Asics tijdens titeltoernooien, maar voor ‘persoonseigen zaken’ als schoenen, polsstokken en speren wordt volgens directeur Rien van Haperen een uitzondering gemaakt. ‘Dat kan de prestatie beïnvloeden.’

Van Haperen erkent dat de individuele belangen wellicht zouden moeten wijken voor die van het collectief als een gulle sponsor zich met 3 miljoen zou aandienen. ‘Ik zou zo’n kans niet laten schieten, maar altijd in overleg met de topatleten. Het moet geen broodroof worden.’

Het is de vraag of die keuze ooit zal spelen. Sportjurist Marjan Olfers van de Vrije Universiteit geeft de badmintonners goede kans in de bodemprocedure. Volgens haar is de huidige uitspraak in strijd met het mededingingsrecht. ‘Sporters hebben tot op zekere hoogte de vrijheid hun eigen spullen te kiezen. Een bond mag alleen objectieve eisen stellen, zoals aan de maat van de rackets of ballen. Het opleggen van één merk is onnodig beperkend.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden