Reportage NK Maasheggenvlechten

NK Maasheggenvlechten: ‘Heggenvlechters gaan door in weer en wind’

Het Brabantse Oeffelt is zondag het decor voor het Nederlands Kampioenschap Maasheggenvlechten, een oeroude techniek om heggen te verknopen tot omheiningen voor het vee. Inzet is de felbegeerde ‘Gouden Hiep’, het hakbijltje waarmee de stammen worden gekapt.

Het NK Maasheggenvlechten. Beeld Marcel Van Den Bergh

Aan de oevers van de Maas wordt gehakt en gezaagd, gekapt en gesnoeid dat het een lieve lust heeft. Vers zaagsel spat van de boomstammen, takken tuimelen op de grond. Mannen en vrouwen in stoere buitenkleding sjorren aan de struiken.

Hagen horen bij het boerenland als duinen bij de zee. Al sinds boeren bestaan planten ze heggen aan, zegt Theo van Lankveld, een van de organisatoren van het NK Maasheggenvlechten. Heggen zijn handig: ze zorgen voor erfafscheiding en houden het vee bij elkaar.

Maar met de uitvinding van het prikkeldraad eind 19e eeuw raakten heggen in onbruik. Prikkeldraad was gemakkelijker en goedkoper. Na de Eerste Wereldoorlog kwam prikkeldraad dat gebruikt was in de loopgraven massaal op de markt. De schaalvergroting in de landbouw deed de rest.

Rond 1900 stonden er rond weilanden en akkers in Nederland tienduizenden kilometers heg. Het meeste is weg. In de Maasheggen, een gebied tussen Boxmeer en Cuijk, werd een klein deel van het oorspronkelijke hagenlandschap behouden.

Team Loerangel bij de winnende heg. Beeld Mac van Dinther

Unesco-biosfeer

Maar de traditie van het heggen vlechten, een ambacht dat vroeger werd doorgegeven van vader op zoon, was helemaal verdwenen, zegt Marius Grutters, bestuurslid van de Stichting Landschapsbeheer Boxmeer. ‘Begin deze eeuw waren er nog een stuk of vijf boeren over die het konden. Het vak dreigde uit te sterven.’

Zonde, vond Grutters. Heggen geven niet alleen structuur aan het landschap, ze zijn ook een schuilplaats voor vogels en insecten. Hij zocht oude heggenvlechters op om het vak te leren en schreef er een boek over. Grutters zorgde er ook voor dat heggenvlechten werd opgenomen op de lijst van Cultureel Immaterieel Erfgoed naast andere uitstervende beroepen zoals stoelenmatten, klompen maken en sigaren rollen.

Sinds een paar jaar worden er weer heggen geplant én gevlochten langs de Maas. Het leverde de Maasheggen, eigendom van Staatsbosbeheer, vorig jaar de titel op van Unesco-biosfeer: een gebied waar mens en natuur in evenwicht zijn. Het is het enige gebied met deze status in Nederland, een eer die ze delen met plekken als de Mont Ventoux en het Wienerwald in Oostenrijk.

Op initiatief van Grutters wordt jaarlijks het Nederlands Kampioenschap Maasheggenvlechten gehouden, dit jaar voor de veertiende keer. Onder een grijze hemel verzamelen zich zondagochtend op een weiland bij Oeffelt 39 teams van heggenvlechters, gewapend met hakbijlen, snoeischaren en boomzagen.

Het weer werkt niet mee: regen valt gestaag, windvlagen rukken aan de feesttent. Het is code oranje in Brabant. Jammer voor de toeschouwers, zegt Van Lankveld. De deelnemers zijn wel wat gewend. ‘Heggenvlechters gaan door in weer en wind.’ Elk team heeft een vak heggen toegewezen gekregen die gevlochten moeten worden. Al snel vliegen de takken in het rond.

Heggenvlechten op zich is niet typisch Nederlands, aldus Van Lankveld. Ook de Fransen, de Belgen en de Engelsen doen het. Vaak gebruiken die daarvoor afgesneden wilgentenen. Het bijzondere van Maasheggenvlechten is dat daarbij alleen de struiken zelf benut wordt. Dat heeft een praktische reden. ‘Bij overstromingen door de Maas wordt dood hout door het water weggespoeld.’

Het NK Maasheggenvlechten. Beeld Marcel Van Den Bergh

Oog wil ook wat

De eerste stap is snoeien, legt Van Lankveld uit. ‘Zodat de vlechters erbij kunnen.’ Wat daarna komt is een precisiewerkje. De polsdikke stammen worden aan één kant ingekeept en omgebogen. De kunst is om een tak zover in te snijden dat hij zich laat buigen, maar met de schors verbonden blijft aan de hoofdstam. ‘Want de sapstroom loopt door de bast.’ Een ‘lip’ heet dat in vlechtheggenjargon.

Vervolgens wordt de ‘legger’ gevlochten rond de ‘staanders’: kaal gesnoeide stammen van andere struiken in de rij. De struik die zich hier het best voor leent is meidoorn, zegt Van Lankveld. ‘Die is gruwelijk taai.’

Terwijl het wedstrijdterrein langzaam verandert in een modderpoel werken de teams onverdroten door. Gesnoeide takken worden op een hoop gegooid, stammen worden ingezaagd en krom gebogen. Gaandeweg verschijnen de eerste vlechtwerken in de heggen, vanmorgen nog wanordelijke bossen struikgewas.

Een jury wijst de winnaar aan. Ze letten overal op, zegt jurylid Wim de Vrij, drie keer zelf deelnemer. De heg moet dicht en stabiel zijn en overal even hoog. De zaagsnedes dienen netjes afgewerkt te zijn. Dus niet zo, zegt hij wijzend naar een slordig uitstekende boomstronk. Esthetiek speelt eveneens een rol. ‘Het oog wil ook wat.’

Hoe het moet laat Lex Roeleveld van team Hiep Hiep Hoera uit Wageningen zien. Met een paar rake bijlslagen plooit hij een dikke tak over zijn heg die vol en dicht is. ‘Volgend jaar loopt dat allemaal weer uit’, zegt Lex, terwijl hij zijn hakbijl wegsteekt in een leren foedraal op de rug van zijn waxcoat.

De heg van Hiep Hiep Hoera is uiteindelijk goed voor de tweede plaats. De Gouden Hiep gaat dit jaar naar team Loerangel uit Boxmeer. Trots poseren de vier mannen achter hun houten vlechtwerk. Een perfect stukje heg, al zeggen ze het zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.